Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling columns en microstories daarvan. In 2017 bracht ik 'In de vorm van een vogel' uit, een bundeling van de beste 99 teksten van dit genre tot op dat punt, netjes geredigeerd en per seizoen geordend. Je kan die antologie gratis downloaden als je Patron wordt. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.

donderdag 27 juli 2023

Keizerlijk fucked

Ongeveer één keer per maand zak ik af naar Brussel. Wie mijn werk wat kent en volgt, weet dat ik van onze hoofdstad hou. Ja, het is er vaak chaotisch, verre van perfect, de 19 baronieën zijn een dwaas anachronisme en ik weet ook dat ik als man makkelijk spreken heb, maar het is ook het dichtste dat België heeft bij een ware kosmopolis. Een stad die letterlijk op het kruispunt ligt van de recente 300 jaar Europese geschiedenis, en een bevolking die meer aanvoelt als die van een pirateneiland waar eigenlijk iederéén een vreemdeling is en daardoor toch iets kan delen.

Vandaag bezoek ik twee goede vriendinnen in de stad. De eerste, Natasja, werkt bij een niet nader gedefinieerd Vlaams-Nederlands cultuurhuis, zo één van die enclaves-binnen-het-eiland waar Nederlands de vanzelfsprekende voertaal is en literatuur de even vanzelfsprekende achtergrond. De tweede, Callista, is een Engels-Belgische die, waren haar ouders ten tijde van haar geboorte officieel getrouwd geweest, nu een adellijke titel zou hebben en een rechtstreekse afstammelinge is van Lord William Bligh, de hardvochtige kapitein van de HMS Bounty. Precies door zijn hardvochtigheid veroorzaakte Lord Bligh muiterij aan boord van zijn schip tijdens een expeditie in de Stille Oceaan, en ontstond zo Pitcairn Island. Pitcairn, als mensen buiten het Verenigd Koninkrijk er al van gehoord hebben, is nu helaas bekend van inteelt-, incest- en pedo-schandalen. 

Op de trein naar Brussel is het geriefelijk toeven in een coupé die duidelijk ooit een eerste-klassecoupé was van een oude trein, maar nu gedegradeerd is tot tweede klasse. Buiten een bijzonder irritante West-Vlaamse man die kennelijk het concept niet kent van een stemvolume waarbij je niet hoeft te roepen over je patattenvelden, is het er aangenaam. Ik lees in de Knack een interview met éminence grise Paul De Grauwe, zowat het intellectuele boegbeeld van links-liberalisme in Vlaanderen. Ik volg publicaties als Knack, Humo en De Tijd met interesse. Al zijn ze allemaal wat te rechts naar mijn normen - volgens algemene standaarden gelden ze respectievelijk als centristisch, centrum-links en centrum-rechts - het zijn niettemin publicaties met vrij hoge journalistieke standaarden. En God weet dat oprechte journalisten bijna een opgejaagde diersoort zijn geworden. Ondanks alle striemende aanvallen van politieke extremen ben ik er van overtuigd dat de meeste journalisten echt proberen om kritisch en objectief nieuws te brengen.

Maar ook die mensen kunnen moeilijk ontsnappen aan het systeem waarin ze opgegroeid en ingebed zijn. Paul De Grauwe raakt goede punten aan. Hoe het beleid van de federale regering België beter beschermde tegen de schokken van de hebzucht van de grote energiebedrijven, en hoe ons coronabeleid al met al goed doordacht was. Maar hij lijkt de olifant in de kamer niet te zien. Elon Musk is nog altijd een multi-miljardair, terwijl met elke beslissing die hij neemt over Twitter/X duidelijker wordt dat hij een zielige lul is en een extreme belichaming van het Peter-principe, waar je gepromoveerd wordt tot je incompetent wordt. En, niet dat Paul De Grauwe dat moet zeggen, maar - hoe dit allemaal méér is dan miljonairs en miljardairs die politici beïnvloeden (en allengs omgekeerd). Het is geen fout in ons politiek-economisch systeem. Het is een wezenskenmerk.

Natasja zit alleen op kantoor. We halen onze lunch op bij een hippe food hall, waar ik bijna onmiddellijk een paniekaanval krijg door de enorme drukte en het lawaai. Hier zijn vooral toeristen en expats, en de term "expat" is eignelijk een woord voor een rijke migrant. De zwarte, arme moeder en dochter die knuffelend stierven van honger en dorst in de Libische woestijn vandaag zullen enkel als "migrant" bestempeld worden. Europese xenofoben zijn naast racistisch ook gewoon oliedom. Wie gaat mémé en pépé verzorgen in 2040? Wie gaat de huizen en luxecondo's van CEO's schoonmaken? En dat met een populatie van 80-plussers die tegen 2040 bijna een kwart vormt van de bevolking?

Natasja en ik eten onze fish & chips van de eethal op aan een verhoogde tafel. We praten over hoe zo veel relaties in onze omgeving de laatste 3 maanden geëindigd zijn. Is het door de klimaatverandering? Is het de ultieme nasleep van corona? We weten het niet. 

Callista komt even later binnengewaaid, en dat mag je redelijk letterlijk nemen. Op goede dagen lijkt ze weggestapt uit een sprookje, als één of ander frêle boselfje dat haar eigen kleren gemaakt heeft en liever op een tak in een hoge boom zou zitten zingen in plaats van te moeten leven in een moderne grootstad. Ik denk niet dat ze lijkt op Lord William Bligh. Als straatratjes gaan we naar beneden goedkope drank kopen in een lokale superette en zetten ons dan op een bankje in de buurt, die nog niet zo héél lang autovrij is gemaakt. De zon schijnt, maar niet te hard, en de wind waait, maar ook niet te hard. We hebben het over goede en slechte relaties, slechte seks, het verglijden van de jaren en de verschillen tussen opgroeien in een punkmilieu (niet ik) en een milieu van mensen die ambieerden tot de petite bourgeousie te behoren of er toe behoorden (ik). 

Brussel is ook mensenkijken. Er zijn opvallend veel toeristen in de wijk, en wel van overal. Ik zie Zuid-Oost Aziaten, Britten, Zuid-Amerikanen. Veel dames en meisjes zijn zomers gekleed, en daar word ik altijd vrolijker van. Callista zit opgerold in een bundel onder haar jas en rokken, en ik leg uit dat als ik mijn Adidas-broek aanheb, dat ik op m'n hurken kan zitten als een volleerde gopnik uit Rusland. We wandelen samen op goed geluk terug naar Brussel-Centraal, we kennen de weg ongeveer (omhoog tot je het gebouw vanuit de verte al kan zien). De kleine resto's, cafés en boetieks zijn open en mensen zitten buiten. Waar heb ik over te klagen als intussen Sicilië in brand staat, Spanje een buitenpost van de Sahara aan het worden is en zelfs bij mijn broer in het anders ongenaakbare Zwitserland bossen in brand staan? Komt nog bij dat ik las dat de Atlantische Golfstroom mogelijk al weg kan vallen tegen 2025. Tegen dan zijn we goed en stevig, zelfs keizerlijk fucked. Dan zullen wellicht alle relaties eindigen en zal ik een goed lief hebben plus een boekdeal. Misschien voeg ik het toe aan mijn profieltekst op Bumble. 

zaterdag 22 juli 2023

Rustdag

Ik ben een ongeveer een week diep in mijn verlof en ik zal maar eerlijk zijn, ik heb er nog niet echt van genoten. In mijn omgeving brandt het en al mag je anekdotes niet zien als data, ik ben geen wetenschapper dus rot maar even lekker op met die wijsneuzerij: de voorbije maand zijn in mijn bredere vrienden- en kennissenkring 6 relaties geëindigd. Ook de wereld brandt, al merken we er in ons regenputlandje voorlopig niet veel van. Eén wetenschapper (daar zijn ze weer) schreef omineus op Twitter dat we moeten stoppen met dit zien als "de warmste zomer ooit" maar "de koelste zomer van de komende 50 jaar" om ons te doordringen van hoe ernstig dit allemaal is. Zou de klimaatverandering ook invloed kunnen hebben op relaties? Het weer heeft zeker invloed op ons gedrag.

Eergisteren en gisteren was ik in kleine stukjes natuur in en rond Gent. Telkens met een goede vriend, telkens serieuze gesprekken, telkens mentaal welzijn dat centraal staat. Het gevoel soms alleen op de wereld te zijn. De ene vriend haalt het verhaal aan dat, voor we elkaar hadden leren kennen, allebei op de opening van de bibliotheek op de Waalse Krook waren en allebei tegen het plafond van de immense trappenkoker een zwarte ballon hadden zien hangen die niemand anders leek opgemerkt te hebben. De andere vriend en ik begrijpen niet hoe voor veel mensen kunnen pronken met have en goed een centraal deel is van hun persoonlijkheid. Dergelijke lui zouden allicht neerkijken op ons, maar wij zijn nooit onder de indruk geweest van zulke mensen. Ik heb over de jaren gebouwd aan een eilandketen vol mensen die "anders" zijn (niet: beter), en velen onder hen hebben het kwader dan tijdens de coronapandemie of de graaipandemie van de energiereuzen. Daardoor kom ik zelf ook maar moeilijk tot rust.

Ik fiets naar de supermarkt, en het is kennelijk ook Suffe Oudemensendag. Supermarkten zijn plekken waar ik liefst zo kort mogelijk ben, maar pépé en mémé hebben besloten daar veelvuldige stokjes voor te steken. Eerst is er een bejaarde die al even hard kraakt als zijn eigen fietswrak waar hij op rijdt waar ik maar niet voorbij kan. Dan een oud vrouwtje dat staat te drentelen middenin het gangpad met aan biede handen een netzak. Aan de zelfscankassa is het dubbel prijs: een oud echtpaar dat al hun boodschappen à la Colruyt laat inscannen door een winkelbediende terwijl ze dat zelf horen te doen, en natuurlijk is het een hele kar vol, natuurlijk zijn ze nog iets vergeten, natuurlijk weten ze niet hoe het systeem werkt, en uiteraard moet meneer zijn portefueille binnenstebuiten keren om zijn bankkaart te zoeken. "Ah ja en ik had nog sigaretjes gewild ook." Ze lijken me nochtans niet dement of kreupel. Is dit een geval van de beruchte "gewapende incompetentie"?

Misschien is het simpelweg mijn eigen verhitte ongeduld, denk ik als ik terug op de fiets zit naar huis. Als kind kon ik ontzettend nerveus worden van ongeduldige volwassenen die leken te vinden dat ik maar hun gedachten moest kunnen lezen, en nu ben ik misschien zelf zo'n volwassene geworden. Hoewel: ik ben bijna zonder uitzondering lief tegen kinderen, net omdat ik me herinner wat het is om kind te zijn. Ik knal m'n remmen dicht voor - je raadt het al - een oud mannetje dat de straat oversteekt zonder te kijken. Hij kijkt niet eens op. Misschien erger ik me ook zo snel aan de derde leeftijd omdat ik in m'n leven weinig fijne voorbeelden heb gekend van die generatie, met uitzondering van één van mijn grootmoeders, maar die is intussen al bijna 15 jaar dood. Zij was ook niet behept met een groot geduld, dus het kan een familietrekje zijn.

Terug thuis swipe ik wat door Bumble. Eén van mijn bosvrienden kijkt er erg tegenop om binnen afzienbare tijd gebruik te moeten maken van zo'n app. Hij heeft gelijk. Voor mensen die al lang hun eigen nestje hebben gebouwd lijkt het soms een spannend avontuur, die dating-apps, maar dat is het allesbehalve. Onlangs nog zag ik een mini-documentaire die bevestigde wat ik al lang intuïtief aanvoelde: voor heteromannen kan het, los van hun eigen vulgaire wangedrag, een zelfvertrouwen-ondermijnende ervaring zijn. Volgens diezelfde docu gaan driekwart van de likes naar maar 15% van de mannen en heeft de gemiddelde man nooit een match. Ik mag niet klagen, dan. Ik zal wel niet in die top 15% zitten, maar 8 maand daten heeft nog niet het verhoopte resultaat opgeleverd. Relationeel is mijn leven al veel langer een steppe, maar op dagen als vandaag vind ik dat niet zo erg, want als er iets is wat een steppe wel heeft in overvloed, is het rust. 

zaterdag 22 oktober 2022

Dagpersoon/Nachtdier

Als Gentenaar hoor je schamper te doen over Antwerpen en als medestad van het land Brussel hoogstens te tolereren, maar ik ben graag in Brussel en ik vind Antwerpen algemeen een leuke stad. Ja, Antwerpen heeft zijn vervelende kanten: de aanname van haar inwoners dat ze Algemeen Nederlands spreken terwijl dat manifest onwaar is, rattige acteurs met vet haar en veel te veel zelfvertrouwen, Bart De Wever en Tourist LeMC, maar voor de rest bezoek ik Antwerpen graag.

Ik moet er vandaag samen met de baas zijn om een vergadering bij te wonen bij een zusterbedrijf, dat recent een voormalige Minerva-fabriek betrokken heeft samen met een aantal andere zuster-, broeder- en kozijnbedrijfjes. Sommige vloeren zijn nog de originele art deco-fabrieksvloeren en er is een goederenlift die naar verluidt enkel van de buitenkant open kan. Er zijn overal spiegelwanden waarin mijn evenbeeld me besluipt op onaangename wijze ("heb ik ook al zo'n groot hoofd van de achterkant bekeken?!" - "hoe ver komt mijn embonpoint?" - "waarom zie ik eruit als een boerenkinkel in een hemd?"). Na de marathonvergadering werk ik aan een presentatie, met regelmatige rookpauzes. Voorbij de oprit en het parkje aan de overkant van de straat torent een glas- en staalconstructie van een verzekeraar. Ik vermoed dat daar werken lijkt op hoe ik ooit werkte voor een banksoftwarebedrijf. Financiële ondernemingen zijn behoorlijk saai, maar staan bekend als solide werkgevers. Ik daarentegen leid nu het #agencylife.

Deel van mijn #agencylife is dat ik me ook moet ontfermen over kandidaat-stagiairs. Eén zo'n kandidaat heeft per ongeluk twee CV's doorgestuurd - dat van haarzelf en van iemand anders. Ik wijs haar erop op een manier die niet bot of passief-agressief overkomt, want mailtjes kunnen al snel een eigen, nijdig leventje gaan leiden zonder dat je het zo bedoelt. Ik werd onlangs nog geprezen om mijn "heldere communicatie" en, hoewel ik het compliment apprecieerde, vind ik mezelf niet zo'n heldere communicator, zeker niet in gesproken taal. Mijn standaarden liggen wellicht ook hoog. Terwijl ik daarover nadenk, valt me in waar ik de man van kende die met de baas en mij even was komen babbelen bij de lunch (de baas had de fameuze 'mongolendriehoeken' meegebracht uit de Albert Heijn). De man in kwestie was een deelnemer aan 'De mol' van een seizoen of twee geleden. Antwerpen! Telkens als ik er kom, kom ik ergens een BV tegen. 

Binnen zit er niet veel volk vandaag. Van waar ik zit heb ik inkijk in de moderne lunchruimte en enkele afgelegen vergaderzaaltjes met lelijk groen tapis plein. De presentatie raakt afgewerkt op de knip en met wat advies van de weinige zusterbedrijfcollega's die ook aanwezig zijn. Ik had vage plannen om misschien het centrum in te gaan en daar ergens te gaan eten, maar ik besluit dat ik liever thuis wil zijn en moet me reppen om de trein te halen. Tegen dat ik zuchtend en zwetend aankom op het perron, heb ik nog één minuut over. Mijn neiging tot de zweterij en mijn stipheid zijn beiden legendarisch, hoewel je wellicht niet zo denken dat ik een stipt persoon bent als je me voor de eerste keer zou ontmoeten. Die stiptheid is dan ook compensatie voor mijn geest, die zich best laat omschrijven als een metaforische Zillion met bonkende muziek, duizend laserlichten en iemand die door al die dreuning en deining probeert om een belastingbrief in te vullen in het Soemerisch. 

De trein is aan de kleine kant, het volk aan de veeltallige kant. In Beveren stapt een kabinet kwieke zestigers op die vrolijk onder elkaar praten, maar gelukkig niet al te luid. Ze lijken me allesbehalve zure boomers te zijn, maar senioren die juist bulken van de levenslust en verwondering. Ze becommentariëren het voorbijglijdende landschap, dat al met al een afwisseling is van bestemmingsloze Vlaamse vlakten en koterijen, en aan Gent-Dampoort vergapen ze zich aan de loodsen vol fietsen. Moge God het me geven om ook zo vol verwondering te blijven en geen cynische zak te worden. Ik krijg nog een vriendelijk standje van de conductrice, die me uit een dutje opvist en me waarschuwt dat ik anders mijn eindhalte zou missen. Ik heb nochtans al talloze keren op de trein geslapen en het is me nog maar twee keer overkomen. Een kennis deed nog beter: hij moest van Brugge naar Gent, viel in slaap en werd wakker in Leuven. Hij nam een nieuwe trein, viel daar ook in slaap en werd weer wakker in Brugge.

Ik stap af en zie overal jongeren in scouts-, chiro-, KLJ- of Hitlerjugend-uniformen, want het is Dag van de Jeugdbeweging. Ik zeg Hitlerjugend omdat een voormalige bevriende dichter ooit grimmig opmerkte dat hij jeugdbewegingen maar iets paramilitairs vond. In het dorp waar ik opgroeide heette de lokale scoutsafdeling 'Were di', wat inderdaad nogal nazistisch klinkt. Ik was er zelf twee weken lid en hield het toen maar voor bekeken, want die scoutszondagen waren duidelijk een loosplek voor ettertjes waarvan de ouders een dag wilden verlost zijn, en de scoutsleiding had meer interesse in clandestien sigaretjes roken op het autokerkhof in plaats van leuke activiteiten te bedenken. Ik leerde er wel hoe je horzels kon verbranden onder een vergrootglas en dat je brandnetels kan melken (dat staat niet op mijn CV).

Als ik uit het station kom en weer onder de grijsblauwe Gentse hemel ben, denk ik eraan dat er ook mensen bestaan die niet graag in Gent zijn. Ze vinden dat Gent stinkt en dat de mensen er grof zijn. Ik vind van niet maar misschien is dat omdat ik zelf stink en grof ben. En ook, de stationsbuurt toont zelden het beste van een stad. Voor elk vorstelijk paleis à la Antwerpen-Centraal heb je een groezelig, verkruimelend station als dat van Moeskroen, Ronse of Brussel-Noord. Gent-Sint-Pieters lijkt al 20 jaar in ombouw. De psycholoog Daniel Kahnemann bestempelde overmatig optimisme dat gepaard gaat met grote bouwprojecten als iets fundamenteel menselijks. Als we wisten hoe veel energie, geld en tijd die projecten werkelijk vergden, zouden we er misschien niet eens aan beginnen. Een beetje als het leven zelf, eigenlijk.

Ik trakteer mezelf op een taxi omdat ik geen zin heb in nog een rit te delen met medepassagiers, ook al zijn het vitale zestigers in praktische regenjassen. En ik ben moe. Dingen doen die tegen mijn gewoonte in gaan, zoals werken in Antwerpen, vergen altijd extra energie. De taxichauffeur is van het milde type. Met taxichauffeurs heb ik doorgaans snel een band - het zijn net als ik fundamenteel nachtelijke creaturen, zoals nachtwinkeluitbaters, barpersoneel en sekswerkers. Alleen leef ik grotendeels overdag, als een soort omgekeerde vampier. Maar het is vrijdag, dus deze Nosferatu mag uitkijken naar een lange avond. Ik leg het #agencylife af en ga aan de schrijftafel zitten.

maandag 17 oktober 2022

In cauda venenum

Na meer dan tweeëneenhalf jaar is het zo ver: het coronavirus heeft me eindelijk te grazen genomen (dat ik weet). Ik leef al een week in isolatie, en heb daarvan een corporate-poëtische tweeënenhalf dagen toch nog gewerkt van thuis uit. Helaas betekent dat dat ik af en toe ook de verwarming moet aanzetten, vooral 's avonds laat. Bij stijgende energieprijzen kan je er vergif op innemen: de besparingstips die de pagina’s vullen van magazines en kranten, op sociale media gedeeld worden of zelfs uit de mond van politici komen. Net als bij andere problemen als klimaatverandering en armoede wordt steeds een structureel en systematisch probleem gebagatelliseerd tot een zaak van individuele discipline of levensstijl. Ik ben er vrij zeker van dat ik niet de enige ben die dit kotsbeu is. En bovendien: geen enkele besparingstip behalve doodgaan zal iets veranderen aan de absurde onbetaalbaarheid van tienvoudige energiefacturen die, nota bene, voordien al tot de duurste van Europa hoorden.

Over Europa gesproken: eens te meer moeten we weer op Ursula von der Leyen en haar 'Mars Attacks'-kapselconstructie rekenen om iets te doen dat meer is dan hier en daar wat aalmoezen uitdelen (hallo Belgische regering) of simpelweg zo goed als niets doen (hallo Vlaamse regering). Mijn zieke lichaam is nog minder dan anders tolerant voor de barrage aan uitvluchten en middelmatige leugens die we moeten aanhoren. "We mogen toch de markt niet al te zeer verstoren," zeggen rijke liberalen over een markt die zichzelf buiten alle proportie verstoord heeft terwijl ze elke maand een gage van meer dan €5.000 opstrijken. "Ja maar het moet juridisch goed in elkaar zitten," zeggen juridisch goed in elkaar zittende tsjeven die wel genetisch gemanipuleerd lijken om er gedurende hun hele carrière 45 uit te zien. Die tsjeven zijn een beetje als die vriend die je echt wel wil komen helpen, maar hij vindt zijn schoenen niet, het is toevallig juist bingo-avond of hij "moet" wel eerst nog een darmspoeling ondergaan met besparingstips. Ik ijl onder mijn deken in de zetel en zelfs ik ben helderder dan dergelijke lui.

Die besparingstips lijken er overigens van uit te gaan dat veel mensen te dom zijn om die zelf te bedenken, als ze ze al geen tientallen keren elders gehoord hebben. Naast beledigend zijn ze bovendien ook luie bladvulling voor kranten en tijdschriften, waar anders de druk kon opgevoerd worden op de energiereuzen en hun grootaandeelhouders die intussen elke dag miljoenen euro’s rijker worden terwijl sommige mensen geconfronteerd worden met nakende dakloosheid. Critici die vinden dat dit niet de taak is van de media en dat media het beleid niet horen te beïnvloeden snappen wellicht niet dat gezapig besparingstips delen eveneens getuigt van ideologische keuzes.

Ik eet een yoghurtje en beleg een dunne boterham met schijfjes banaan. Ik vraag me af hoe veel monsterlijker één kamer in m'n appartement verwarmen m'n eindafrekening zal maken van Luminus, dat er de vorige keer z'n hand niet voor omdraaide ondanks mijn sterk dalende verbruik de maandelijkse bijdrage toch te proberen opschroeven. Ik luister naar muziek, altijd de balsem op een gewonde ziel. Het Noord-Ierse duo Bicep heeft weer nieuw materiaal uit. Lage, vette en modulerende baslijnen zig-zaggen rond mijn zieke lichaam samen met de zacht-rauwe stem van gastzangeres Clara La San. Ik denk aan lang geleden feestjes, clubavonden, extase en vooral niet dat ik binnen een dik half jaar 40 word. Buiten is het volle maan, al de 492ste die ik meemaak in dit leven. De wolven huilen - op kop de 'helfies' van de N-VA, die al wekenlang proberen om de energiecrisis in de schoenen te schuiven van Groen. Was het maar waar, dat een partij die hoop en al 2 jaar deel uitmaakt van een federale regering in België, de macht had om de energieprijzen te beïnvloeden voor 750 miljoen Europeanen. 

Als dessert neem ik een pijnstiller, voor ik weer in de zetel ga liggen en mezelf trakteer op een vuile, hevige hoestbui. Misschien moet ik dat toevoegen aan mijn profieltekst bij mijn nakende rentrée op de datingmarkt, en wie weet ben ik daar plots ook zo veel meer waard dan ik eigenlijk ben. Als bij toverslag rolt een WhatsApp-bericht binnen van mijn meest recente ex, die vergezeld van schattige emoji's zegt dat ze me mist. Haar huidige profielfoto is zij die half uit een luxewagen zit, aan het stuur, met een constructie van hoge hakken en lederen riemen die tot halverwege haar dijen komen. Ik begrijp niet goed waarom ze eens in de zo veel weken laat weten dat ze me mist, als ze tijdens onze relatie al geen knijt deed om dichter tot mij te komen of te proberen begrijpen wat er echt toe deed voor mij. Ze zou goed passen op het kabinet van een mindere Vlaamse minister.

Naar opnieuw daten kijk ik niet heel hard uit, moet ik zeggen. Maar dat geldt wellicht ook voor de potentiële partners die zich in die ringen rond Saturnus bevinden, die ook al hun eigen rugzakken moeten dragen en misschien simpelweg zoeken naar een fijne, eenvoudige man die geen doublespeak spreekt of tweets liket van rechtse prelaten die de nakende dakloosheid van tienduizenden mensen beschouwen als deel van een sportwedstrijd of missverkiezing voor onatletische en lelijke lui. Ik sluit m'n ogen en hoor m'n radiator tikken. Knock knock. Who's there? Fuck off. 

vrijdag 9 september 2022

De verpletterde rugzak

De teambuilding met het werk zit er bijna op, en mijn lichaam ook. Glunderende collega's zitten op bankjes na te praten over de outdoor lasershooting die net is afgelopen. In drie sessies van 20 minuten heb ik achtereenvolgens één keer, twee keer en drie keer raak geschoten en bengel ik onderaan het klassement. Op zich is dat niet erg en het is maar een spel, maar het is vooral dat ik zelf zo veel ben afgeschoten dat zuur smaakt, alsof ik een infrarood-piñata ben geweest voor wie makkelijk punten wilde scoren. Het diept onaangename herinneringen op aan sportdagen waarin ik in eender welk klassement altijd zoniet de rode lantaarn was, toch dicht in de buurt kwam. In atletiek eindigde ik steevast net voor de ectoplasmische vel-over-been-jongens en de dikkerds, in badminton sloeg ik vaker naast dan op de shuttle bij de opslag en mijn turnleraar in het middelbaar weigerde om mij een achterwaartse nekrol te laten proberen omdat hij bang was dat ik mijn nek ging breken (die man meende dat echt, hij deed het niet om mij te pesten). 

Ik haal diep adem en ga mijn handen wassen. Ik probeer die gedachten aan vroeger weg te jagen. Er is niemand die me uitlacht hier, en mijn collega's zijn stuk voor stuk fijne mensen. Bovendien houdt men hier rekening met me. Activiteiten met klimmen of hoogtes waren al uitgesloten, onder andere op mijn vraag. De dag ervoor waren we op e-step-tocht gegaan. Voordat we instructies kregen van de vader en zoon die het bedrijfje uitbaatten - en die als buurjongen een psychopatische kleuter hadden die met een schaar op straat liep te zwaaien terwijl er auto's passeerden - keek ik argwanend naar de steps samen met een collega. Blijkbaar delen zij en ik een verleden. Altijd als er iemand viel, materiaal verloor, net die enige slecht functionerende roeispaan, motor of helm had, was zij dat. En ik was dat ook. Een kwartier later smakte die collega op straat van haar step. Ik hield het toen ook maar voor bekeken want ik wist dat ik het noodlot aan het tarten was. Je kan dat gevoel eigenlijk niet echt uitleggen aan iemand die niet uit dat pechhout gesneden is.

Wel ja, 't is wat je pech noemt ook, natuurlijk. Pas toen ik 23 was stelde men vast dat ik eigenlijk astma heb. Dat verklaart nog altijd niet mijn oncontroleerbare neiging tot massale zweterij van zodra het kwik boven de 22° komt in openlucht. Steeds weer voelt het aan alsof je lichaam je aan het verraden is - het zet je voor schut zonder dat je er iets aan kan doen. Intussen zijn mijn handen gedroogd in de wind. Er was geen handdoek en geen papier in het toilet, dat de charme had van een typisch Ardeens bostoilet dat je nooit volledig proper kan krijgen omdat er altijd wel aarde binnenrolt, bladeren naar binnen waaien en het zeldzame dier er iets heeft achtergelaten. Geef het 10 jaar en er groeit een boom uit, zoals in het vorige appartement van mijn Ardeens-Britse vriendin Azure. Dat appartement stond weliswaar in Brussel, maar ze had kennelijk een beetje Ardennen meegebracht naar de grote stad.

We kuieren terug naar de parking terug over een weerbarstig rotspad en ik probeer niet te veel te piekeren over al die zaken. Ik verbijt de pijn aan mijn voeten en kuiten, die ik zelf heb doen lijden tijdens de wandeltocht eerder op de dag. Als mijn lichaam mij mag aanvallen, dan mag ik het ook aanvallen. Ik kijk omhoog en zie veel wolken. Gisteren was het weer bijna 30°, vandaag iets minder. Ik las dat het deze zomer op sommige plaatsen in India en Pakistan tot 50° was en dat vogels er dood uit de lucht vielen. Birds dropping dead from the sky, you know how I feel. Maar het is angstaanjagend. Ik rommel in mijn tas en drink het laatste beetje water op, alsof ik dorst heb gekregen van die gedachte. Er zit geen eten meer in, en ik denk aan die keer in de lagere school, dat ik na het uitje Planckendael plots geen lunch meer had. Het was te zeggen, door met mijn rugzakje aan te klauteren langs een klein klimrekje, waren de aluminiumfolie en mijn boterhammetjes tot één object verworden en was de thermos chocolademelk in mijn rugzak uitgelopen. Een vriendelijke begeleidster bood me toen een boterham aan van haar. Jammer genoeg was het een vieze boterham met préparé, maar ik at hem toch op, want ik was een beleefd kind. Nu is het een licht amusant verhaal, ook. Toen minder, omdat ik plots het centrum was van ongewenste aandacht, spot en medelijden.

Op de parking verwissel ik discreet mijn hemd met een t-shirt, want een andere collega zal zo vriendelijk zijn om me tot aan een treinstation aan de Brusselse rand te brengen, en ik wil niet met een hemd met zoutvlekken van het zweet in haar passagiersstoel plaatsnemen. Ze had misschien nu liever rechtstreeks naar huis gereden zonder passagier, maar een afspraak is een afspraak, en ik neem me voor de rit toch wat op te leuken door haar te vragen naar haar hobby's. Bovendien wil ze zelf alert kunnen blijven, want ze is net als ik moe na drie dagen samenzijn met een man of 20. Daardoor hangt er een ongesproken begrip tussen ons. Dat is ook fijn aan volwassen zijn. Je ontdekt altijd wel lotgenoten die weten hoe Bepaalde Dingen zijn en je hoeft die niet uit te leggen. Des te beter dat dat eens in een blauwe maandag kan onder collega's. Ik leun met m'n hoofd tegen de leuning van de passagiersstoel en laat de gesprekken van de teambuilding nagisten. Het verhalen uitwisselen met de SEO-experte, de ontdekking dat een collega-PM graag hard gaat op dezelfde fuifnummers als ik, de geweldig geestige afpoeiering van een andere collega ("We hebben je intelligentie nu niet nodig, Anton"), de onzekerheden van nog een andere collega, en zo voort en zo verder.

In de auto spelen musicalnummers. De Ardeense horizonten maken langzamerhand plaats voor het Brabantse beton. Het is een cliché, maar we dragen allemaal ons verpletterd rugzakje mee. Thuis en gewapend in een verkwikkend voetbad, leg ik Özgür Can op - 'Over Nothing At All'. Ik moet glimlachen bij de weerbarstigheid van de titel.