Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling columns en microstories daarvan. In 2017 bracht ik 'In de vorm van een vogel' uit, een bundeling van de beste 99 teksten van dit genre tot op dat punt, netjes geredigeerd en per seizoen geordend. Je kan die antologie gratis downloaden als je Patron wordt. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.

dinsdag 1 juni 2010

Zonnewijzer

Het zijn van die dagen. Lang, uitgestrekt, fragmentarisch, gelaagd in stroken en punten en lijnen. Het gevoel van de ochtend en de zon zien priemen onder de kieren van een rolluik en de avonden die onverwachts hun troebele inkt in de hemel doen oplossen als in een traag gemaakt impressionistisch schilderij. Het zijn van die dagen van boete en extase, weinig eten en drinken met uitgerokken stembanden. Dagen waar een man van weet dat hij sterker is dan hij denkt. Ik zie mensen. Elke dag wisselen ze van positie, naam en uitspraak als in een oude kaleidoscoop, waar met elke vingerbeweging weer andere gedachten en gevoelens in hun eigen cirkel draaien. Het zijn dagen waarin gefeest wordt omdat ik jaren terug ter wereld ben gekomen, krijsend en onbeholpen, op een bijzonder hete voorzomerdag. Zo heet als een zon in augustus en zo nat als een wolkbreuk. Ik laat het lijden voor een keer voor me uit stromen door de bekasseide straten van de stad. Ik hou van het geluid dat de zware voetstappen maken. Het zijn dagen die zich oplossen in vocht.

Armen die leunen op een vensterbank. Daar en daar zitten anderen buiten en worden berichten uitgewisseld. Ik zuig elke indruk op. Enkele dagen geleden zat ik in het duister, afgeschermd van daglicht, bij de laatsten die zich nog in de nacht waanden, onder discreet neon en trillende, nabije bastonen. Gisteren speelde ik kaart. Morgen is al ingehaald door gedachten aan verleden tijden. Ik plak bladen papier aan elkaar en kauw op mijn gewonde mond. Toch zijn dit geen dagen meer van lijden. Het zijn dagen waarin het leven totterdood gevierd wordt door idioten als ik, delirisch van honger om alles te beleven en daarna diep te slapen. De laatste nachten waren er geen van slaap, maar des te meer van kristalheldere dromen. Ik zat in een landhuis waar elke kamer verlicht werd door binnevallende zonnestralen met de kleuren van graan. Vrouwen brachten me koffie en kussens. Mannen droegen gedichten en drinkgelagen aan me op. Heb ik werkelijk beleefd wat in mijn dromen plaatsvond, of zijn het herinneringen aan een parallel leven van iemand anders? Ik ben pluricentrisch. En ik maak met syllaben en haperingen veel te grote woorden, ook.

Het zijn dagen dat elke mens een betekenis heeft en een gevoel in zich draagt. Twee jonge Marokkanen die somber over straat wandelen en ook niet echt een reden tot vrolijkheid hebben, alles welbeschouwd. Een kluit dronken metalfans met lelijke baarden en bleke vriendinnen. Iemand die plots liefde vindt en iemand die ze plots verliest terwijl een derde persoon ergens binnen in een café het feest van z'n leven beleeft. Overal likken de uitgestrekte vlammen van het gebogen leven aan de mensen en de gebouwen. Zon en maan. In het diepste van nachtelijk kunstlicht zit een andere dag verscholen. En overdag bleken slechts de beenderen van dromen en indrukken. Ik ben alleen met velen. Mijn huis houdt opendeurdagen. Het zijn van die dagen van vermorzelende overweldigendheid, draaiende en kerende onvoorspelbaarheid en een intens verlangen naar verlangen. Het zijn dagen van rouw en hoop.

maandag 3 mei 2010

Eindhalte

“Impossible is nothing”. Ik hou erg van die slogan. Het ademt iets enorm simpel en voor de hand liggend uit, en net door de omkering van de gebruikelijke woordvolgorde, blijft hij hangen. Hij klinkt zwaarder door. Niets, nee niets is onmogelijk. Hoogstens onwaarschijnlijk. Als je erover nadenkt, verliest die stelling aan kracht als je ze doordrenkt met cynisme en pessimisme, maar in de grond, erg diep vanbinnen, ben ik een optimist. Laten we anders even rond het haardvuur gaan zitten, terwijl ik jullie vergast op een aantal waargebeurde verhalen.

In mijn eerste middelbaar ging ik Latijn studeren, omdat dat vanzelfsprekend leek vanuit mijn achtergrond als luie leerling die op het lager goede resultaten haalde met nietsdoen. Dat zal voor veel studenten vertrouwd overkomen. In dat eerste jaar ging ik echter genadeloos onderuit, en eindigde ik in de staartgroep van de klas, een vergaarbak geblutste leerlingen die de komende jaren allemaal van school verdwenen. Ik zette door en in al mijn hubris nam ik er volgende jaren nog Grieks bij ook. En ik haalde het, hoewel iedereen dacht dat ik het nooit zou kunnen, tot mijn eigenste moeder toe.

Door m'n hele carrière aan datzelfde middelbaar had ik maar weinig vrienden. Erg goede vrienden, toegegeven, maar weinig. We waren niet het soort mensen dat gevraagd werd om wilde feestjes op te leuken of om tot diep in de nacht in een lokale feesttent mee bier te hijsen. Toch trok dat woeste, dat nukkige en exuberante in het uitgaansleven me enorm aan. "Maar jij kunt dat niet," zei iemand me ooit. Die persoon heeft later zijn woorden mogen opeten.

In mijn eerste jaar aan de universiteit ging ik gebukt onder een zware tweede zit en had ik mijn vriendenkring van toen uit elkaar zien spatten. En opnieuw die woorden: "het zal niet lukken." Toen ik verloor als kandidaat-preses bij de oprichting van Filologica: "je kans is voorbij." Het moment dat ik mijn master-na-master wilde stopzetten: "je gaat niet aan een job raken."

Natuurlijk ben ik vaak grandioos mislukt. Het zijn de mislukkingen die ons dan ook lijken te definiëren, en een deprimerend perspectief bieden op alles wat ooit fout zou kunnen gaan. Maar mislukking is ook maar een perceptie. Iedereen doet enorm zijn best om geen loser te zijn, omdat mensen vaak geluk gaan zoeken in schuiloorden en bestemmingen waar het niet te vinden is. Waarom je best blijven doen voor een studie die je geen moer interesseert? Waarom zou je intens verlangen naar vrienden als je nooit buitenkomt?

De zenmeesters zeiden: "de bestemming is de reis zelf." En wat ik ook hoop dat ze erbij vertelden, is dat je je op die reis niet mag laten tegenhouden door mensen die altijd nee zeggen. De geschiedenis heeft keer op keer hun ongelijk bewezen.

zaterdag 1 mei 2010

Drie dichtbundels online beschikbaar

De drie dichtbundels 'Epicentrum', 'Synaeresis' en 'Subductie' staan sinds januari 2014 als gratis download beschikbaar op mijn homepage.

maandag 12 april 2010

Postkaarten

Zomerse groeten uit Regensburg

Best dat we niet alles onthouden. Het geheugen is evenzeer een zegen als een vloek. Wilde schreef dat het leven een komedie is voor denkers en een tragedie voor sentimentelen, en anders zal het allicht een tragikomedie of een groteske vertoning geweest zijn met een bittere pointe, maar dat was te veel gevraagd van zijn onnozele witticisms, die doorgaans nergens op sloegen. Het geheugen is een grafkelder vol levende doden. Ze praten in hun slaap en naaien elkaar andere armen of oren aan, tot de dag dat ze verkruimelen.

Wish you were here... from Brighton with love

De laatste tijd zie ik elke dag dezelfde dode kat liggen langs de kant van de E17 - aan de binnenkant, dus dat beestje weghalen is geen prioriteit voor de onderhoudsdiensten. In tegenstelling tot andere dode dieren, ligt ze er bijzonder waardig bij, niet opengereden of al aangevreten door aaseters, alsof ze slaapt. Het zicht van zo'n dood huisdier langs de kant van de weg, met het razende, zotte verkeer dat er in onbeschrijfelijk hoge aantallen en aan hoge snelheden langs raast, dat breekt mijn hart. Het moet iets zijn dat een mens zijn hart breekt; als het niet de sla is van Kopland, of het allesverwoestende liefdesverdriet van de beeldhouwer uit Turks fruit, laat het dan iets willekeurigs zijn als een dode, gestreepte kat langs de kant van de weg.

Zeg aan ma dat ik haar mis - Frank in het zonnige Nantes

Er is godverdomme zo veel om kwaad van te worden, om me aan te ergeren en met wegdraaiende ogen eeuwig te blijven exploderen in titanische razernij, maar uiteindelijk heb ook ik maar één paar longen en één tong en één hart en kan ik dat allemaal niet verdragen, constant kwaad zijn.

Greetings from the USA!

Ik verzaak voortdurend aan mijn zelfopgelegde plichten. Ik wil me wentelen in absurd zelfmedelijden en loskomen van de lamgeslagen ironie van leven in een welvaartsmaatschappij. Er is veel te willen. De armen en handen zijn geopend, met de blik op dat oneindig verre punt. De horizon van een horizon. Ultraviolet willen zien in een regenboog. Als ik mijn ambities maar absurd genoeg maak, zal ik mezelf misschien niet kunnen verwijten dat ik ze nooit kon waarmaken omdat ze simpelweg onmogelijk waren. Maar wat met al die papieren, die plannen en creatieve tijdverdrijverij? Ergens moeten die inpassen, ook al zijn ze al lang uitgewaaid en -gewaaierd over de kamer van mijn kop.

Season's greetings :)

Zeg me dat je me graag ziet.

het eten is hier raar papa

Dit land heeft ons zwak gemaakt, denkt men. Week en wit, niet bestand tegen het minste onheil, en te zeer gewoon aan de moederborst van de staat. We hebben het alleen maar aan onszelf te danken, en dat is de waarheid. Op een morgen worden we wakker en ontdekken we tot ons afgrijzen dat het onze eigen ingewanden zijn, waar we 's nachts in zitten klauwen hebben.

Groeten aan de familie uit Nepal

Alles is adem.

Een kaartje... zomaar

Ik hou me graag schuil in grote zaken. Mijn gedachten verdwijnen in het regelmatige wieken van enorme windmolens, of gaan op als onmerkbare vlekken in het wolkendek van een gasreus. Niemand die op me hoeft te letten, ook ikzelf niet. Er is geen mens die ik daar hoef te kennen.

zondag 28 maart 2010

Drie keer voor vijf frank

De Sinksenfoor omhult met zijn stalen tentakels opnieuw het Sint-Pietersplein in Gent. Alle beborsthaarde roedels jonge mannen, inspiratieloze gezinnen en dames met in van opzichtige prints voorziene broeken in de stad zijn uit hun schuilholen gekropen. Ook dit jaar laat ik de traditie niet aan mij voorbijgaan om een zak oliebollen te kopen. Een mens zou er kopen om het woord alleen al, dat inherent grappig is. Laat het rondrollen op de tong: "oliebol". Het is één van de weinige woorden in het Nederlands die me onmiddellijk kan amuseren, net als bijvoorbeeld "ploeterbadje" of "kabouter".

Vroeger ging een algemene studentenwijsheid dat als je nog niet aan het blokken was als de foor er stond, dat je slecht bezig was en het betekende dat je al met één been in de tweede zit stond. Nog vroeger was de kermis vooral het teken dat ik weer met grootmoeder eendjes mocht gaan vissen, of rondtoeren in cirkeltjes in een miniatuurwagen of een vliegtuigje. De laatste keer dat ik dat deed, werd ik hardhandig verwijderd uit de caroussel omdat de opzichtster me te groot vond en bang was dat ik iets zou kapotmaken. Je zou er het het noodgedwongen einde van een jeugd kunnen in zien, maar daar zijn wel interessantere voorvallen voor te bedenken.

Wat me nu vooral fascineert aan zo'n foor of kermis, is dat het toch volk blijft trekken. Rariteitenkabinetten en de man die zich voor vijf frank drie muilperen liet verkopen, verdwenen indertijd niet alleen omdat de publieke opinie gevoeliger werd voor het leed van gehandicapten, maar ook omdat de tv zorgde voor een onophoudelijke stroom aan freaks. Je hoefde er je huis niet meer voor uit. Nu zijn er ook megapretparken, kartingcircuits en 3D-cinema die stuk voor stuk superieur zijn aan een mottige, uitgeklapte kar met slecht getekende explosies en kometen op, maar de mensen blijven komen.

Is het nostalgie naar simpel vertier van weleer? Of is het misschien een van de laatste sociale gelegenheden waar hele wijken samenstromen zonder met wildvreemden een uur te moeten aanschuiven om in hun broek te kakken terwijl ze over de kop gaan in een roetsjbaan? Het kan ook zijn dat een kermis de enige plek geworden is waar je letterlijk een beer kan schieten voor je geliefde. Zelf zou ik graag geloven dat het is omdat de ruige macho's van nu, die er rondstruinen in merkkledij, loerend naar al wat vrouw is, het doen omdat ze stiekem wilden dat ze op eendjes konden vissen. Mij blijft het echter te doen om de oliebollen. Oliebollen para siempre.