Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling columns en microstories daarvan. In 2017 bracht ik 'In de vorm van een vogel' uit, een bundeling van de beste 99 teksten van dit genre tot op dat punt, netjes geredigeerd en per seizoen geordend. Je kan die antologie gratis downloaden als je Patron wordt. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.

donderdag 5 april 2012

I spin with the world

Er valt altijd wat te lezen, ook als het geen boeken zijn. In preliteraire tijden was ik ongetwijfeld een medicijnman of een wichelaar geworden. Ik sta buiten aan één van de plekken die ik in mijn hoofd ben gaan bestempelen als een veilige drinkplaats voor mijn kudde en mijzelf. De vertrouwdheid met de dingen is er groot, van de playlists over de stamgasten tot en met de kruimels asse op de vensterbank en de vingerstrepen op de glazen deur. Wie ziet die dingen en denkt daar over na? Erg verheffend mag het dan niet zijn, maar het kan een aanknopingspunt zijn voor iets dat voorbij de horizon ligt. Elke gedachte en elk gesprek heeft dat potentieel, ook al zijn we ons daar niet van bewust en ligt die horizon in sommige situaties veel verder weg dan in andere. In een platgedrukt blikje Cola Zero voor me, op de grond, kan een verhaal zitten van een gebuisde student met een gameverslaving, een vermoeide arbeider met zelfmoordgedachten, of iemand die zich nadien schuldig voelde dat hij of zij zwerfvuil had achtergelaten. Ik ben schuldig door verzuim, want ik laat het ook liggen.“Hoe gaat het met je?” vraag ik aan Vassily, die altijd direct en zonder een blad voor de mond te nemen spreekt over zijn gemoedstoestand. Ik hou meer van de manier waarop hij praat, dan wat hij te vertellen heeft. Hij staat ook buiten te roken en heeft een half opgedronken pint in de hand. Zijn jas staat open en hij ziet er verwaaid uit.
“Niet zo goed,” zegt Vassily na een ogenblik na te denken, “Lena en ik hebben vorige week besloten er een eind aan te maken – aan de relatie, bedoel ik.”
Zoals je een apparaat dat uitgeschakeld was, terug aanzet en het als vanzelfsprekend op zijn standaardinstellingen begint te werken, zo is ook deze avond begonnen. Je kan er een flowchart van maken: plots ligt de avond open, en je wil niet binnen zitten, maar toch niet te ver wandelen. Dan eindig je al gauw in deze buurt, waar zelfs de lelijkste mensen een warme vertrouwdheid inboezemen. Terwijl een deel van me zegt dat ik mijn jas niet had hoeven mee te nemen, is er een ander deel van me dat een forse rookpluim uitblaast in de rimpelloos donkere lentehemel.
“Waarom, als ik vragen mag?”
Vassily krabt in zijn haar, waardoor het nog meer alle kanten gaat op staan.
“Goh,” antwoordt hij, alsof het de eerste keer is dat hij daarover nagedacht heeft, “Ik heb daar een theorie over, zie je.”
Stiekem ben ik dankbaar voor het rookverbod in cafés. Niet alleen ben ik er zelf minder van gaan roken, het heeft het roken zelf terug minder ordinair gemaakt, met een waarschuwing erbovenop. Na m'n verjaardag stop ik opnieuw. Om dezelfde reden dat ik graag buiten ga om alleen te roken, kom ik ook graag bij vrienden die niet roken. Het legt een korte pauze in, het laat toe de gedachten netjes te ordenen, indrukken te verzamelen, te denken aan wat nog moet komen.
“Toch niet weer zo’n theorie zoals die keer dat je zei dat vrouwen van roze houden omdat ze bij de oermensen bessen verzamelden?”
Vassily moet lachen.
“Nee, een veel betere. En ik vind dat trouwens nog altijd geen slechte theorie.”
“Je hebt er totaal geen bewijs voor,” zeg ik, maar hou zijn weerwerk tegen met een handgebaar, “maar goed, vertel me je andere theorie.”
In de zwakke wind en de luchtvochtigheid lees ik dat het geen avond zal worden van tragedie noch geweld. Het onverwachte zit er niet in. Zopas las ik op de toiletdeur een stuk tekst dat ik zelf geschreven had en ik vond dat raar om te zien. Feodor en Inna zijn mensen die hun teksten niet losmaken van zichzelf. De gedachte dat iemand ze zou verhaspelen, citeren of ergens met alcoholstift neerpleuren op een toiletdeur, lijkt hen nauwelijks te verdragen. Ik zie mijn teksten meer als satellieten die in een baan rond mij zweven - ik heb ze weliswaar voortgebracht of ingevangen, maar ze staan geen symbool voor mijzelf. Het zijn indirecte objecten in de meest letterlijke zin van het woord.
“Kijk, er zijn volgens mij drie redenen... polen... Enfin, stel je een venndiagram voor, ok?”
“Ok.”
“In verzameling A zitten mensen die goed voor je zijn. Mensen die echt je leven beter kunnen maken, er iets aan toevoegen. In verzameling B zitten mensen die je aantrekkelijk vindt.”
“Fysiek?”
“In eerste instantie. In verzameling C zitten mensen die je wil. Snap je wat ik daarmee bedoel?”
Intussen katapulteer ik de net niet opgerookte sigaret over straat en voeg op die manier enkele millimeters toe aan de afvalberg. In het lawaai dat van binnen komt, lees ik dat er weinig te lezen valt. Im Westen nichts neues.
“Vaag. Bedoel je soms mensen die je bijvoorbeeld niet zo gek knap vindt, maar die ‘iets’ hebben?”
“Ja, zoiets. Of dat je er echt bij wil zijn, gewoon. Je weet wel, mensen die iets hebben, in hun uiterlijk, uitstraling of persoonlijkheid, dat je er gewoon dolgraag bij bent.”
“Ok, ik volg.”
“Wel ja, mijn theorie is dus,” ging Vassily geestdriftig verder, “is dat als je jong bent, je je focust op één van die drie verzamelingen. Er is bijna geen doorsnede. Hoe ouder je wordt en hoe meer mensen je ontmoet, hoe dichter die drie verzamelingen bij elkaar komen. Dan vind je eens iemand die in A en B zit, maar niet in C, of iemand die in C en A zit, maar niet in B. Daardoor mislukken relaties, want je blijft altijd op zoek naar de doorsnede tussen de drie.”
Ik frons.
“Dat is al indrukwekkender dan je vorige theorie, maar er is toch een probleem mee. Je smaak verandert toch met de jaren? Wat goed voor je is als je 20 bent, is anders als je 25 bent.”
“Natuurlijk,” geeft Vassily toe, “maar het is een dynamisch model.”
Ik moet lachen.
Een auto rolt voorbij. Men kijkt me aan met desinteresse. Dat mag. Meer nog, het is een voorrecht dat ik geniet en dankbaar voor zou moeten zijn.
“Mensen kunnen trouwens ook uit die doorsnede vallen als ze zelf veranderen,” voegt Vassily er nog aan toe, “of een verkeerd oordeel vellen. Ik denk dat het dat is wat er gebeurd is met Lena en mij. Op een dag beseften we dat we niet goed meer voor elkaar waren. De aantrekking en de wil was er nog, maar het was destructief geworden.”
Voorbij de hoge gebouwen aan de overkant van de straat lijken de daken niet zo vast omlijnd – eerder lijken ze op te lossen in iets wat tussenin wolk en mist ligt en onvoldoende kleur bezit om te kunnen benoemen. Het laatste restje rook komt uit m'n neusgaten.
“Er zit iets in,” zeg ik dan, “als je het zo bekijkt. Ik moet er wel even over nadenken.”
Dat antwoord lijkt Vassily enorm te plezieren. Zijn van nature al grote ogen worden nog groter.
“Het is waterdicht, geloof me. Je kan er alles mee doen. Er zijn bijvoorbeeld ook mensen die voortdurend de verkeerde focus leggen, en daardoor altijd uitkomen bij foute mensen. Zoals Nastja, bijvoorbeeld, die altijd in relaties zit met saaie gasten.”
“Dmitri vond ik zo saai niet.”
“Komaan. Zijn grootste hobby was Zeeslag spelen.”
“Dat is ook waar.”
Vassily gooit ook z’n sigaret weg.
“En hoe gaat het met jou?” vraagt hij.
“Ik mag niet klagen.”
Overal doemen horizonten op. Voorbij de vloeibare stadsdaken ligt de wereld van het boek dat ik lees maar niet bij heb - het Wenen van het interbellum, waar dokter Fridolin op zoek is naar lust, trouw en zichzelf. Aan het uiteinde van de straat ligt de horizon die naar huis voert, die al mijn tomeloze ambities met pen en hand terug tot een kleiner perspectief zal reduceren. Vlak achter me ligt de nauwste horizon, die van de stugge vertrouwdheid die ik niet al te hoge doses kan vertragen.
“Niet klagen?” herhaalt hij met nadruk, “dat klinkt niet zo positief.”
“Het betekent eigenlijk: alles bij elkaar opgeteld heb ik het best goed. Maar als ik elke nuance ging uitleggen, zat ik hier morgen nog, en mijn sigaret is ook op.”
Het moet anders kunnen. Het moet altijd anders kunnen. Ik open snel mijn pakje sigaretten en tel bij benadering hoe veel ik er nog over heb. Dit was de laatste van de avond, zoveel is zeker. De kou begint nu toch op te komen.
“Gaan we terug naar binnen, dan?” vraagt Vassily.
“Ik kom straks.”
Ik ben opnieuw alleen en haal zo diep adem als ik kan, zonder rook. Ik hoest niet. Vassily’s verzamelingen maken cirkels in mijn hoofd. Nog een horizon gehaald. Innerlijke scepsis zal er vast wel weer iets op vinden dat zijn theorie reduceert tot astrologie, maar daar hou ik me nu niet mee bezig. Naast de einder van nieuwe ervaringen is er ook een vluchtpunt dat binnenin zit en niks te maken heeft met daken, cafés of straten, die uiteindelijk ook maar decors zijn. Dat vluchtpunt is de drijfveer die me programmatisch naar buiten stuurt, de wereld in, en de gedachten zo ver laat opstijgen als ze dat toelaten. Dat is pas lezen.

zondag 1 april 2012

Net niet

Voortdurend heb ik nieuwe ideeën voor verhalen, boeken en gedichten. Van die ideeën vindt er nog geen fractie de weg naar een papier, maar soms denkt een mens wel eens aan wat had kunnen zijn. Onderstaand, recht uit mijn nota's en archieven, zeven ideeën die het net niet haalden, waarmee ik misschien een kans op de Gouden Uil verkeken heb.

1. 'Indus'

Herinterpretatie van de Trojaanse Oorlog door de lens van twee rivaliserende nachtwinkeluitbaters in het Antwerpse, een Indiër en een Pakistaan. De rol van paard wordt overgenomen door een enorme waterpijp waarin de zoons van de Indiër zich schuilhouden om dan onverhoeds toe te slaan. Er komt ergens ook een dansscène in voor die refereert naar Lars Von Triers 'Dancer in the Dark'. Philippe Dewinter maakt een cameo waarin hij lelijk ten val komt en permanente hersenschade oploopt (hij wordt niet bij naam genoemd).

2. 'De bijl van de decaan'

Een voormalige universiteitsdecaan probeert te verhinderen dat onderzoekers de waarheid aan het licht brengen over de dood van zijn vrouw, 30 jaar geleden. Iedereen denkt dat hij haar met een bijl vermoord heeft en dat hij een notoire vrouwenhater is. De waarheid blijkt echter dat ze van de trap gevallen is op de dag dat hij haar wilde vermoorden, en dat de decaan hierover zo ontzet was, dat hij ze vooralsnog met een bijl bewerkt heeft.

3. 'De ontheiliging'

Herman Brusselmans wordt op een ochtend op een onbekende plek wakker in het lichaam van een bloedmooie studente van 22. Na driehonderd pagina's uitgebreide en volledig onnodige masturbatiescènes, komt er een stalker op de proppen, die de mysterieuze vreemdeling blijkt te zijn die bezit heeft genomen van Hermans oude lichaam. Tijdens een anticlimactische achtervolgingsscène zijgt het ongezonde lichaam van Herman neer door een hartaanval. De zaak wordt nooit onthuld, noch verklaard.

4. 'Riolië'

Een groep kinderen van een lagere school raakt vast in een rioolnetwerk. Ze slagen erin te overleven en zich uitstekend te organiseren, waarbij er veel wordt gediscussieerd over o.a. Rousseau, Nietzsche, Wittgenstein en Russell. Duidelijke inversie van 'Lord of the Flies'.

5. 'De bodem van Sodom'

Een beestachige seriemoordenaar houdt de provinciestad Lokeren in zijn greep. De politie staat machteloos. Een amateurspeurder die in zijn vrije tijd Elfs en Klingon leert en met plastieken zwaarden staat te zwaaien, klist de moordenaar per stom toeval. Plottwist: de seriemoordenaar ensceneerde zijn eigen dood door zich uit te geven voor zijn eerste slachtoffer. Op het einde is er een bijzonder ongemakkelijke ceremonie met medailles waar de jeugdige speurder een speech geeft in de taal van de Na'vi uit 'Avatar', en in zijn broek plast.

6. 'Meeting request'

Tableaus van een kantoor in Brussel met al zijn geplogenheden, bureaucratische onzin en kleinmenselijke beslommeringen. Het hoofdpersonage lijkt om een onverklaarbare reden op Marc Dutroux en is daar nog trots op ook.

7. 'Атлас'

Alternatieve geschiedenisatlas die uitgaat van een nucleaire Wereldoorlog III in de jaren '60 na de rakettencrisis op Cuba. Erg wetenschappelijke, neutrale taal met kundig gemaakte artikels en dito illustraties. In het machtsvacuüm na het ineenstorten van de Sovjetunie en de Verenigde Staten ontstaat er een nieuwe multipolaire wereld, voornamelijk gedomineerd door India. In deze tijdlijn staan Nederland en grote delen van Vlaanderen onder water, wat leidt to allerlei vluchtelingenproblemen met Nederlandstalige migranten die weigeren om Frans te leren.

woensdag 21 maart 2012

Kelvin

De binnenring van de stad glijdt geruisloos door onder de auto. Er is geen ander verkeer op straat. De radio staat uit. De gedachten zijn hol, en gaan naadloos over in het diepst van de nacht. Het is eigenaardig hoe sterk ik aanwezig ben in het nu ben op een moment dat ik dat niet wil, terwijl het anders omgekeerd is. Maar waarom zou ik op dit ogenblik het irrationele willen uitleggen of verklaren? Wat ik weet is dat ik alleen moet zijn, zonder medelijden, zonder wat dan ook, behalve een deken en duisternis. Ik wil een bres slaan in de tijd waar ik me even in kan schuilhouden, een onbewoond eiland dat in permanente schemer ligt en waar het enige gezelschap bestaat uit een boekenkast, schrijfgerei en net papier. Dat idee helpt. Zelfs de gedachte aan kunst verzacht de zeden.

Mijn kantoor is ruim en goed verlicht. Er heerst een sfeer van intellectuele orde. Een zenplek zou ik het niet durven noemen, maar je kan er alleszins onverstoord doorwerken. In de verte is het enige geluid in de gang afkomstig van een Nederlander die zich vrolijk maakt over het bizarre Franstalige accent van een collega.

Van nature ben ik een twijfelaar, maar eens ik van iets zeker ben, is die zekerheid onwankelbaar. Dat kan een principe zijn, een persoon, een interpretatie, een stilistisch gegeven. Ik heb altijd een beetje neergekeken op artiesten die pijn nodig hebben om iets verdienstelijks te kunnen maken, alsof ze alleen maar dan zichzelf tot actie kunnen bewegen. Mijn werkethiek is dan ook afwijkend. Ik vind de job waar ik geld mee verdien een noodzakelijk kwaad in vergelijking met mijn echte ambitie. Dat sommige mensen dat onnozel vinden, neem ik er maar bij, want als er iemand is die moet geloven in mij, dan ben ik het wel. Dat mag ik toevoegen aan de korte lijst met onwankelbare zekerheden.

Het is alsof ik pas volledig kan uitademen als de auto stilstaat. Het is twintig voor vijf in de ochtend. Het voelt alsof ik veel langer onderweg ben geweest dan tien minuten. Er borrelt spijt op over woorden die ik gezegd heb (te veel) en over dingen die ik gedaan heb (te weinig). Het is geen tijd voor analyse, dus ik stap uit en steek een sigaret op. De lucht heeft zijn vertrouwde, doodse koelheid die eigen is aan dit uur. Er is nauwelijks bewolking en ik sta stil bij de weinige sterren die niet verhuld worden door de gaswolk van kunstlicht die uit de stad opstijgt. Ik kan de namen opsommen van ongeveer vijftig sterren en ken ook de Latijnse namen van minstens veertig constellaties, maar ik kan er geen één van vinden aan de hemel. De kennis interesseert me meer dan de observatie. In een afwijkend universum was ik vast wetenschapsfilosoof geworden en werd ik nu gevraagd voor populaire praatprogramma's op tv. Ik ben blij dat dat niet zo is.

Het werkschrijven is een procedure geworden. Ik kan de romige, wervende zinnen op automatische piloot schrijven. Dat het in het Engels moet, schept ook een professionele afstand die een meer uitgekristalliseerde manier van denken vergt. Eén van m'n Franstalige collega's spreekt me aan: "Anton, heb je je baard ge... gescheurd?"

Voor de spiegel is het tijd voor een maandelijkse inspectie. Waarom ook niet nu, op een nacht die toch al stilletjes helemaal ontspoord is? Ik stel bedaard vast dat ik er een pak ouder uit zie dan zeven jaar geleden, op een aantal goeie manieren (scherper, doorleefder, met meer persoonlijkheid), en op een aantal slechte manieren (lijnen in mijn voorhoofd, eeuwig groeiende neus). In drie parallelle strepen lopen er littekens op mijn borst die er stoer uitzien maar een onbenullige oorzaak hebben. Er zitten opgedroogde vlekken rode wijn op mijn lippen maar ze voelen aan als bloed, alsof er een omgekeerde transsubstantiatie plaatsgevonden heeft. Voor de rest zie ik vooral een vermoeide man staan. Ik wil alle beweging kunnen stilleggen, luisteren en zwijgen, een maand lang, als het moet. Ik denk dat wij veel te veel nadenken. Het lijkt wel alsof het een zelfopgelegde boetedoening is voor al die mensen die niet lijken te denken en gewoon doen. Ik heb het denken ook te vaak misbruikt als ijskap over die smeulende supervulkaan van passionele gevoelens en onhandige metaforen.

Er is een bodempje vodka over. Ik neem een voorzichtige slok als ik eenmaal aan mijn bureau zit, en laat het glas dan staan terwijl ik niet probeer na te denken en niet probeer te zijn waar ik op dat ogenblik ben. Ladies and gentlemen, we are floating in space. Taal kan maar zo veel zeggen. Ik verken de grenzen van gedachten en verwijt mezelf dat ik ze steeds in dat verlieslatende keurslijf van letters wil dwingen. Ik voel me aangetrokken tot stilte, uitgestrektheid en contemplatie omdat daar in dit leven al veel te weinig van is. In feite is de Gordiaanse knoop tussen denken en doen simpel om te ontwarren, en kan dat nog eens op verschillende manieren. De oplossing deel ik slechts als me daar om gevraagd wordt en niet eerder. Ook ik heb mijn waardigheid. Ik staar dwars door het glas vodka en sta er niet bij stil dat de minuten wegtikken terwijl de vermoeidheid terug de overhand neemt op het leeglopen van samenhangende gedachten. Vergetelheid door dronkenschap maakt niks beter, dus ga ik het glas leeggieten in de keuken. 'No more vodka in Mir', ging een eendagshitje op de vrije radio toen ik jong was. Als ik uit het keukenvenster de straat in kijk, lijkt het alsof ik mezelf zie staan in dat venster vanaf het punt waar ik naar kijk.

"Geschoren," verbeter ik haar zo vriendelijk mogelijk, "Ik dacht: waarom niet? Bovendien groeit hij toch razendsnel terug."
Ze kijkt niet alsof ze die gezichtsbeharing zal missen.
"Waarom niet, ja... maar waarom wel?" probeert ze. Ik moet lachen. Het doet me denken aan het fundamentele verschil tussen mij en enkele van mijn beste vrienden. Ik doe alleen iets niet als ik een goede tegenwerping kan vinden. Anderen doen alleen iets als ze een goede reden vinden.
"Tijd voor iets anders, zeker? Tijdelijk," antwoord ik. Vaagheid aller vaagheden.

In bed spreid ik me uit over de grootst mogelijke ruimte. Entropie in actie. Het licht is uit, maar het zal niet lang duren eer er nieuw licht vanonder het kamerraam zal uit komen. Intussen is de vierpotige veroorzaker van mijn stoere litteken enthousiast bij mij in bed gesprongen. De huiskater likt aan mijn hand en laat zich mijn strelen welgevallen als een vorst. Ik merk tevens op dat hij feilloos aanvoelt wanneer hij op mij kan gaan liggen (als ik niet van plan ben te slapen), of wanneer hij naast me moet gaan liggen (als ik van plan ben te slapen). Hoe doen dieren dat? Zijn gebrek aan zelfbewustzijn is een geruststelling op dit moment, al heb ik geen idee waarom dat zo is. Ik blijf nu stil liggen, en wacht tot zowel man als dier in slaap vallen. Het schijnt dat beweging pas echt ophoudt bij het absolute nulpunt. Stopt tijd zelf dan ook?

dinsdag 6 maart 2012

Vijfentwintig bekentenissen

.
1. Er gaan in elke mens miljoenen andere mensen schuil. Alleen is het naar boven halen van die andere mensen zo’n tijdrovend en drainerend proces dat waanzin bijna automatisch het gevolg moet zijn.

2. Ik stoor me niet zo aan mensen die niet veel weten of niet erg intelligent zijn. Ik stoor me veel meer aan mensen die zich voortdurend met dat soort mensen omringen om er zelf slimmer uit te komen.

3. Sentimentaliteit is weerzinwekkend omdat ze zo herkenbaar is – wat op zich weer een weerzinwekkende uitspraak is.

4. Verstandige mensen zijn in staat tot dingen die dommer zijn dan de domste mensen voor mogelijk houden.

5. Vrouwen die na hun tienerjaren paardenposters aan hun muren hangen hebben, vind ik op voorhand al verdacht.

6. Eén van de meest therapeutische activiteiten ter wereld is een lang, heet bad nemen met een boek dat niet te zwaar weegt, een glas ijskoude vodka en twee sigaretten. Mijn huisgenoten haten dit en ik kan me ook geen partner voorstellen die het me zou toelaten, dus geniet ik nog meer van het heimelijke aspect ervan.

7. De apocalyps is altijd iets voor morgen.

8. Onlangs verdwaalde ik in de metro en kwam ik via een lange tunnel uit op een leeg perron waar een gigantische dikke Boeddha met een zwarte baard zat te mediteren. Hij vroeg wat hij voor mij kon doen en ik vroeg hem om advies. Hij moest zo onbedaarlijk lachen dat ik er zelf van moest lachen, en ons gezamenlijk gelach leek even het perron, de pilaren en de tunnels zelf te doen trillen. Toen de lachbui over was keek hij me welwillend aan door samengeknepen ogen, met zijn vette gezicht in de meest kalme plooi die ik ooit gezien had, en zei hij dat als ik honger had, dat ik moest eten, maar dat het beter was om helemaal geen honger te hebben.

9. Een feit heeft altijd op z’n minst twee aan elkaar tegengestelde interpretaties.

10. Bestond er een spiegel van mij in vrouwelijke vorm, zou ik er nooit voor kunnen vallen. Op een keer zat ik op restaurant een meisje gade te slaan die enkele tafels verder zat, en hoe langer ik naar haar keek, hoe meer ik mijn eigen gelaatstrekken en lichaamstaal in haar begon te herkennen, en hoe meer ze me begon af te stoten. Vast een zus die ik nooit gekend heb. Van een geruststelling gesproken.

11. Mijn grote rosse kater begrijpt mij niet en erg slim is hij niet, maar ik geloof eigenlijk wel dat hij van me houdt.

12. Op een entertainende manier volslagen onzin verkopen, is een onderschatte kunst.

13. Er bestaan mannelijke, vrouwelijke, seksloze en getransgenderde talen en accenten. Ik heb voor mijn categoriseringswoede in die termen geen enkel excuus. Ik beheers één seksloze, één mannelijke en één vrouwelijke taal, en dat is alleszins al niet slecht.

14. Tweezaamheid is erger dan eenzaamheid.

15. Veel mannen zijn veel vrouwonvriendelijker dan dat ze van zichzelf denken. Daar vallen voornamelijk mannen onder die seksueel terminaal oncreatief zijn: de lamlendige routinedieren, de zachtsoppige, zelfomschreven romantici en tenslotte ook mannen voor wie seks alleen maar een verlengstuk kan zijn van porno. Een minderheid van vrouwen is eveneens vrouwonvriendelijk en beseft dit nog minder.

16. Ik vind mensen die spelfouten maken minder ergerlijk dan mensen die zich alleen maar kunnen uitdrukken in voorgebakken redeneringen.

17. Er is iets griezelig en deprimerend aan het universum waarin ‘F.C. De Kampioenen’ zich afspeelt. Geen enkel personage in die reeks had ambities die verder reikten dan de dorpskern, hun dialogen waren eendimensionaal en tot op het leesteken voorspelbaar, en ze waren gedoemd tot een zichzelf herhalend bestaan zonder de minste zelfreflectie. Mijn heimelijke angst is dat er zulke dorpen en gemeentes bestaan en dat ze bevolkt worden door dat soort Vlamingen, voor wie beperktheid een zege en een ideaal is. Dat de reeks sinds het vertrek van Jacques Vermeire ook alarmerend ongrappig was geworden, zal er ook wel toe bijgedragen hebben.

18. De meest aantrekkelijke vrouwen zijn vrouwen die net zelfzeker genoeg zijn.

19. In mijn dromen bestaan Brussel en Gent in alternatieve werkelijkheden, met andere stratenplannen, cafés en wijken, en toch ken ik er mijn weg net zo goed. Ik weet niet of ik mijn brein lui moet vinden dat het steeds diezelfde paden en huizen genereert, of dat ik het net een bewonderenswaardige truc moet vinden dat al die plaatsen ingevuld zijn. Over mijn vrienden droom ik zeer weinig – des te meer droom ik over kennissen of verhoudingen uit het verleden en de toekomst.

20. Mensen die echt grappig zijn, vallen uiteen in twee categorieën: mensen met een overdaad aan gevoelens die zichzelf in bescherming willen nemen met preventief cynisme, en mensen zonder gevoelens.

21. Toen ik vier jaar oud was, besloot ik om te testen hoe lang het mogelijk was om iets te onthouden, en besloot ik dat het tevens de eerstvolgende zin zou zijn die ik zou horen. Ik zat toen te kijken naar een aflevering van ‘Seabert’. De zin luidde: “Het was Panda.”

22. Kale mannen zijn fundamenteel onbetrouwbaar.

23. De mooiste dingen die ik ooit zag, ben ik waarschijnlijk al vergeten. De beste herinneringen zijn altijd momenten van een ongehoorde, gewenste normaliteit: alsof er net dan zoiets uitzonderlijks gebeurt, dat het een eigen leven begint te leiden.

24. Bepaalde lettertypes zijn sexy.

25. Het ultieme bewijs dat ik dezelfde genen draag als mijn moeder: toen we nog niet lang verhuisd waren naar ons tweede huis, probeerde ze een grote potplant op een paal bij de tuinmuur water te geven. Ze had niet gezien dat de plant van metaal was, waarop het ding prompt weg begon te roesten. Als klap op de vuurpijl: mijn moeder baatte een bloemenwinkel uit.

zondag 26 februari 2012

De kleinst mogelijke eenheid

.
Eerste bedrijf


Zoals de Spaceape mc't met zijn dreigende basstem, vol van ingehouden intellectuele woede: "As day becomes night, so much of our space evaporates from sight". Er is al heel wat gezegd over die overgang die elke dag plaatsvindt, als de aarde meridiaan per merediaan in of uit het zonlicht schuift. Het is niet zozeer dat de zaken verdampen, denk ik, als ik dwars door de stad wandel met Roman, maar dat de vage trekken van kunstlicht ervoor zorgen dat hun ware aard naar boven lijkt te komen. Oneffenheden verdwijnen of krijgen lange, artistieke schaduwen. Gedachten keren zich binnenstebuiten. Het is na middernacht en we zijn fors aan het doorstappen, maar het voelt niet alsof deze dag echt ten einde is (wat eindigt er ook ooit echt?). Roman ontwijkt een dronken man die naar ons roept in een mix van Engels en Arabisch. Ik ruik in de ene straat de volslagen afwezigheid van mensen, in de andere straat een geur van gefrituurd voedsel.

Op school leerden we ooit dat verhalen lopen volgens een patroon: aanvang, breuk, dynamiek, evenwicht en slot. Ik ervoer die reductie als een belediging en verknoeide opzettelijk de creatieve schrijfopdracht die ermee verbonden was. "Pak aan, katholiek onderwijssysteem!" zal ik vol trots gedacht hebben. Vandaag is het dan weer ok om af en toe eens een geijkt pad te volgen. Een ware rebel is een ware karikatuur. Roman en ik nemen afscheid. Hij gaat huiswaarts terwijl in zijn hoofd de stemmen nagisten van Del Naja en Fraser. "Flickering I roam, till daylight sends me home". Ik, van mijn kant, ga nog Georgy gelukwensen met zijn verjaardag. Kleine mensenclusters en oude bekenden zitten op het eind van het café opeengehoopt en halen hun beste bullshitkunsten boven. Het is één van mijn lievelingstaalspelen omdat het geen enkele persoonlijke betrokkenheid vergt. Van daaruit kan je nadien nog overstappen op ernstiger thema's. Niet deze nacht. De mensen zijn moe. Ik ben aan het extrapoleren.

Aldous Huxley dacht door zijn ervaringen met mescaline dat het brein een complex netwerk is aan sluizen. Bij baby's moet dit systeem zich nog ontwikkelen - vandaar dat ze beschikken over superkrachten als supergehoor, supersnel leren en het vermogen om lichaamstaal veel effectiever te lezen dan volwassenen. Hoe ouder we worden, hoe meer we onszelf afsluiten en opsluiten. Onze geestelijke gezondheid wordt erdoor bewaard. Huxley geloofde verder ook dat er bij religieuzen, zotten en artiesten iets scheelde aan die sluizen. Zo kernachtig had ik het nog nooit gelezen, maar het voelde aan als waarheid. In filosofie kan het net zo gaan: je leest iets dat je vanzelfsprekend vindt en hoewel het de eerste keer is dat je het ziet staan, lijkt het iets dat je zelf al lang wist. De mens is een brok steen waar een standbeeld in zit. Sommigen noemden dat uithouwen een vorm van autochirurgie, anderen duwden de mensklompen het onderwijs binnen om in serie gebouwd te worden. Huxley was er pessimistisch over - ik niet zo.

Tweede bedrijf

Er zit iets van subvocale poëzie in het geluid van een bos sleutels. De anticipatie, de geruststelling. Grote geluiden zijn alleen maar geweldig vanop afstand. Een trein rijdt voorbij, helemaal in de verte, veel te ver om te kunnen horen. Ook daar zitten mensen in, denkt een banaal deel van mezelf. Als ik nu over de reling val, ben ik mogelijk dood door shock nog voor ik de grond bereik. De ergste dood is de dood waar je maar een paar seconden voor krijgt om hem te beseffen. Ik blijf liever nog even leven.

Inspiratie is zo tastbaar dat ik maar m'n ogen en oren hoef open te houden om haar in me op te nemen. Het lijkt vanzelf te komen, maar het is het resultaat van een jarenlange conditionering. Aandacht voor de kleinst mogelijke eenheden van signalen, een intuïtie voor het grotere geheel. En toch gaat nog zo veel verloren. Het ligt niet aan de woorden die we links laten liggen of de onafgewerkte gedachten die we nooit meer kunnen terughalen, maar opnieuw aan indruk die boven indruk gestapeld wordt en tot één moeilijk te ontrafelen netwerk wordt aan gevoel, instinct en valse herinnering. Dat klinkt tragisch, maar is het niet. We kunnen niet anders, dus kunnen we er maar evengoed proberen het beste van te maken.

Tot vandaag wist ik niet dat er in Gent gebouwen waren die zo hoog reikten. Ik zie de hele westkant van de stad. Een sigaret brandt op tussen mijn vingers, tuimelt, rolt, verspreidt zijn lokroep. "All sparks will burn out," declameert Tom Smith in m'n binnenoor. Een goed nummer met waarheden die plat en cliché klinken als je ze loshaakt uit hun geluidscontext. Context is alles. Ik kijk in noordelijke richting, dan in zuidelijke richting. Er is weinig wind en de zon wordt tegengehouden door één grijze wolk. Niemand heeft dit ooit geschilderd. Wat als we één moment oneindig konden bestuderen en laag na laag blijven toevoegen tot dat ene kleine moment alle andere momenten in zich draagt? Het zou volstrekt ondraaglijk zijn. Kunst die te veel kunst is, is onmenselijk. Ook de volmaakt ethische mens is per definitie een onmens.

Ik draai me om maar laat het laatste eindje van de sigaret niet meedraaien. Roker met zijn instrument. De miniscepter van een koninkrijk van ongezondheid. Binnen is er nog koffie, en koffie is goed. Ik weet niet waarom caffeïne uit koffie een onmiddellijke impact heeft, en niet als het in andere dranken gesmokkeld zit. De zon schijnt in m'n rug. Het is geen dag om zwart te dragen, maar esthetiek heeft lak aan praktische bezwaren. Deze hele wereld lijkt er lak aan te hebben, maar het is nog te vroeg om me te wagen aan ideeën die de hele wereld willen omarmen. De kleine eenheden. Ik doof en plet de sigaret in een daarvoor bestemd bloempotje, en vind de enig overgebleven plek waar ik dat kan doen. Het triviaalste van alle successen.

Derde bedrijf

Teodor heeft een magnifieke woonkamer. Er staat een portret in van hemzelf als een soort dandy-Satan, met snor. Teodor is één van die mensen die erg goed is in kleine groepen, zoals vandaag. Het valt me op dat hij zijn mensen behandelt als kostbare wijn, met een mix van uiterste zorgvuldigheid en cynisme dat los uit de pols komt. Hoe kan je nu niet houden van hem? We zitten met vier mensen verspreid over zetels. Drie van ons werken in marketing en geven volop kritiek op de tv-reclame, maar er is geen race om de cleverste commentaar te geven. De kamer beweegt op een seesaw-ritme van conversatie naar conversatie, van observatie naar pointe. Teodor toont een filmpje op z'n smartphone van een beroemdheid die volledig opgefokt op drugs en eigenwaan een surreeël potje maakt van haar passage bij flegmaticus Jonathan Ross.

Opnieuw sijpelt Tom Smith mijn oor binnen, deze keer van de andere kant: "People are fragile things, you should know by now." Toen ik dat nummer voor het eerst hoorde, verstond ik de tekst verkeerd. Ik dacht dat hij zong: "People will laugh at you, you should know by now." Zeggen mondegreens iets over wie we zijn? Wij zijn niet echt, maar worden voortdurend, groeien en krimpen. Elke analyse is een opgeschort oordeel. Het gezelschap palavert over telefoons en junkfood en iedereen zit z'n eigen vergif te drinken. Ook hier bevind ik me weer op een balkon. Aan de overkant van de straat is het altijd dezelfde grote, groene poort die mijn aandacht trekt. Ik heb er nog nooit bij stilgestaan wat erachter ligt. Sommige dingen neem je gewoon aan zoals ze in de wereld geplaatst zijn.

Na middernacht, opnieuw een dag die eindigt na wanneer hij hoort de eindigen volgens de bevoegde overheden, koers ik terug door de straten. Het is te lang geleden dat ik gefietst heb, en het doet deugd. Anders gaat alles te voet, of met de auto. Bergaf is er tegenwind, bergop is er rugwind, en zo is deze kleine wereld, de kleinst mogelijk eenheid daarvan, even een rechtvaardige plaats.