Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling columns en microstories daarvan. In 2017 bracht ik 'In de vorm van een vogel' uit, een bundeling van de beste 99 teksten van dit genre tot op dat punt, netjes geredigeerd en per seizoen geordend. Je kan die antologie gratis downloaden als je Patron wordt. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.
Posts tonen met het label Peter Sloterdijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Peter Sloterdijk. Alle posts tonen

vrijdag 7 september 2012

Allemaal waarheid

Met rode inkt staat op de Joker-kaart van een pak kaarten waarvan maar de helft nog overblijft, het volgende geschreven: “We kunnen de cirkel breken. Het gaat allemaal trager dan ik denk, omdat je niet zomaar overstapt naar een rechte lijn. Het is niet wat vooruitgaat dat telt, maar wat omhooggaat. Architecten van gotische kathedralen wisten dat, de bouwers van de piramiden wisten het en Pfizer verdiende er miljarden aan.”

In mijn dagboek, naast een onbegrijpelijk schema over twee werelden die in staat van oorlog zijn: “Kunst is religie, zei één van m'n broers. Ik begin steeds meer te geloven dat hij gelijk heeft. Ik zie niet in waarom ik anders zo zou kunnen genieten van de gewijde stilte die hangt in een museumzaal en me zo kan ergeren aan luie kunst, luie museumbezoekers en geleide bezoeken. Ongelovigen zal ik bekeren of zal ik verbranden. Had een kerk maar een aanpalende cafetaria om een koekje in de koffie te doppen en hard, erg hard na te denken over wat nu in een museum thuishoort en wat niet.”

Stond op de buitenkant van een kapotte schoenzool gekerfd van een paar dat ik eindelijk volledig afgedragen had: “Informatie is in principe holistisch. In elke hoek van elke kaaklijn, in elke flauwe kromming van een neusvleugel, een trekken van een schouder of een lijntje onder de ogen, zit een verhaal, een plan, een tweede plan. Pagina drie: de geringschattende blik van een ex als ze me er op wijst dat mijn mop niet grappig is. Bedankt, we weten het wel. Maak geen karikatuur in postzegelformaat van me. Ik ben groter dan dat en je weet het.”

Had ik willen posten op Facebook, staat nu te verwelken in een ronddobberend txt-bestand op de harde schijf: “Welkom op Instagram. Alles lijkt er zonniger. Ik heb nog echte afgebleekte, rossige foto's uit de jaren '80 in een dik plakalbum. Alles komt terug. Wat vandaag door het riool naar beneden sijpelt uit de afvoerput, komt morgen terug naar boven op je bord. En we gaan er een Instagram-foto van nemen. We gaan het liken. We gaan er over zeuren dat we er weer eens ironisch over moeten doen. En uiteindelijk zeggen we niets.”

Geschreven met de linkerhand, nauwelijks leesbaar, in bloedtype A+: “Ik ben rechtshandig maar ben ambidexter in twee dingen: eten (voorkeur voor links) en masturberen (voorkeur voor rechts). Na beide activiteiten was ik mijn handen. Mensen slaan, als het al voorkomt en dan ook alleen maar met toestemming van de betrokkene, doe ik rechts. Rechtshandigen zijn in de meerderheid op de wereld, maar linkshandigen lijken zo veel cooler. Daarom zeg ik dat ik een rechtsbreinige ben - dus linkshandige - in het lichaam van een linksbreinige. Om maar niet toe te geven dat ik ben zoals de meerderheid.”

Eén strook heb ik gelikt tot ze wak werd. De inkt maakte onmiddellijk een smeerboel aan vlekken. Er stond op: "Het is een zachte avond. Ik zit buiten op de brandtrap te lezen. Onder me is een reeks ongelijke platte daken, voor me uit de achterkant van andere appartementsblokken, en om me heen struint huiskater Odin, die van het feit dat ik langer dan twee minuten op het smalle balkon ben, een heel evenement lijkt te maken. Mijn linkerhand aait afwezig zijn kopje. Voor de gauw geamuseerden is het leven een feest."

Een onverstuurde brief: “Word is on the street dat je me nog altijd haat, al begrijp ik niet waarom en maakt het feit dat ik niet kan achterhalen waarom, me op een latente manier nerveus. Alsof me kaltstellen toen nog niet genoeg was om me voor de rest van mijn leven te verwonden. Ik denk niet dat je verstaat dat er bij mij iets geknapt is waardoor ik nooit meer iemand zo diepgaand heb kunnen vertrouwen.”

Onder de invloed van alcohol en drugs tussen een CV geschreven: “De doodswens is van oudsher het excuus van verstandige mensen die erg veel domme dingen doen. Het komt als eb en vloed, als iets dat oprijst uit een moeras en met lange tentakels door de schedel boort en zich dan onverklaarbaar terugtrekt, waarbij nieuwe holtes achterblijven. Disintegratie. Verschillende cirkels met letters trekken voorbij aan het geestesoog, sommige woorden lichten op: belang, balling, vermoeidheid, verslaving.”

In een geringd schriftje met nota’s in slecht Frans van een vergadering. Er zit een koffievlek op: “Van de buitenkant zie ik een lichaam met een witte das dat achter een imposant bureau zit, met uitzicht op chique gebouwen uit de negentiende eeuw, verhuurd aan woekerprijzen voor de Belgische en Europese elite. De hand van dat lichaam rust om een beker koffie en het hoofd van dat lichaam bevindt zich op verschillende denksporen tegelijkertijd, waarvan één die stormvloed is aan emoties die constant door een veel te smalle sluis moet. Een ander spoor verbaast zich over het prachtige, gitzwarte haar van de secretaresse, een derde spoor schiet verder vooruit en probeert zich het eigen lichaam voor te stellen tien jaar van nu, gebalsemd door een beter leven, een beter inkomen en een staalharde state of mind. Ik denk na over het soort toekomst dat niet echt een toekomst is, maar meer een stippellijn op een scheurstrook. Intekenen is gratis, en dus helemaal niks waard.”

Op de deur van een toilet, in het Cyrillisch, omdat m’n Russisch niet toereikend is om het rechtstreeks te doen in de taal van Poesjkin: “We zijn noch uniek noch allemaal hetzelfde; we zijn relatief. Vast staat dat we moeten kunnen ademen, in de ruime zin van het woord. We nemen daar pillen voor - ik toch. Samen kunnen we de tirannie van de toekomst beëindigen.”

donderdag 1 december 2011

Sixtijnse discipline

Ik lig op de vloer van mijn appartement en staar naar het plafond. De verandering van perspectief doet me terugdenken aan neerliggen in hoog, nat gras en turen naar voorbijkabbelende wolken, mijn ogen beschermen tegen te helder zonlicht of op een koele lente-avond kijken naar de sterren als die niet aan het zicht onttrokken worden door wolken. Toch zie ik alleen mijn plafond, beige en bescheiden in zijn burgerlijkheid. Ik lig op de grond omdat ik situps probeer te doen - mijn eeuwige knipperlichtrelatie met het gevecht tegen de entropie. Ik ben ervan overtuigd dat het er idioot uit ziet, maar zoals Reve schreef over hoe hij alleen en dronken in zijn bed plaste en niemand het een bal kon schelen behalve God, denk ik ook niet dat dit een moment is dat de eeuwigheid zal in gaan.

Het appartement wordt bevolkt door vreemde geuren. Huisgenoot Natasha is soep aan het maken. De huiskater scharrelt neurotisch rond en wil zowel aandacht als eten, als een eeuwig mentaal gehandicapte peuter op vier poten met een staart en klauwen. In mijn haar en aan mijn huid kleeft nog opgedroogde regen, deodorant en de smaak van sterke instantkoffie op kantoor. Terwijl ik van beneden naar boven beweeg en mezelf bewust pijnig om situp per situp, dag na dag die bescheiden buik te zien wegsmelten (vijf kilo verliezen valt best mee, zou je denken), tuimelen al die indrukken over elkaar heen in mijn hoofd. Je zou soms momenten lang willen stopzetten om ze te blijven ontleden en lagen in te gaan ontdekken. Lagen van geuren, van stof, van over elkaar heen gedrapeerde kleren op stoelen en van broodkruimels die afkomstig zijn van een maaltijd met gebakken eieren. Banaliteit is een schatkamer aan ongezegde veelheden en herhalingen, en net daarom ook zo verwaarloosbaar.

Mijn buik begint tegen te spartelen. Dat is een goede zaak. Het doet me denken aan dat psychologische experiment dat men uitvoerde met vijfjarigen. Men legde een koekje voor hen op tafel. De onderzoeker zei dat ze het mochten opeten als ze wilden, maar als ze vijf minuten konden wachten, zou hij terugkomen en kregen ze twee koekjes. Jaren later bleken de kleuters met meer zelfbeheersing ook de meer succesvolle mensen in het leven: doctorandi, geslaagde zakenmensen, tevreden familieleden en productieve leden van de samenleving. Ik vraag me af hoe ik bij zo'n experiment zou gevaren hebben. Als iets de moeite waard is, kan ik mezelf beheersen, denk ik. Alleen is er weinig de moeite waard. Twintig, eenentwintig. We gaan naar de dertig situps, met gezwinde bewegingen, anatomisch correct en medisch verantwoord. Impulscontrole is een fascinerende zaak.

Plafond en muren kantelen bij elke opwaartse en neerwaartse beweging. Ik hoor de soep in de keuken stomen en laat me overweldigen door de kalme banaliteit van de avond. Dat kan. Dat moet af en toe. Je kan niet leven van hoogtepunt naar hoogtepunt. Ik denk aan een glas vodka, straks. Я не люблю водку, водкa я. Franse vodka wordt onderschat in Europa. Vijfentwintig, zesentwintig. Het lichaam moet in vorm gebracht worden. De leraar, zei Sloterdijk, is de figuur die wil dat ik wil, en ik probeer mijn eigen leraar te zijn. Aan de andere kant heb ik lak aan autoritaire figuren omdat ik er stiekem zelf één ben, en zo is elke mens op een bepaalde manier een eeuwige slang die zijn eigen staart aan het opeten is.

Dertig en stop even, rusten. De ogen sluiten en dan weer openen. Het beige plafond is onveranderd, maar ik had dan ook niet verwacht dat er plots schilderingen op zouden gekomen zijn in het genre van de Sixtijnse Kapel. Mijn huiskater komt aan mij snuffelen. Voor hem moet het absurd zijn dat zijn baasje op de vloer ligt en deze oefening doet. Het is tegelijk geruststellend en bevreemdend dat hij, als nauw verwant zoogdier, een aantal uitdrukkingen heeft die even diep ingeëtst zitten in mijn eigen dierennatuur als in de zijne - verbazing, angst, woede, walging, nieuwsgierigheid. Je ziet het ook bij honden, dolfijnen, paarden en olifanten. Ik kom terug in beweging. En octopussen. Zullen we ooit echt mens, ideaal mens, kunnen worden tegenover elkaar als we dieren blijven afbeulen en mishandelen? Er wordt wel eens gezegd dat men de kwaliteit van een maatschappij kan afmeten aan hoe de allerzwaktsten het stellen. Misschien kan men dat a fortiori beweren over de dieren.

Nu gaat het van links naar rechts, elleboog die knie aanraakt. Het einde van de oefening is in zicht. Zovele gedachten die met elke ademtocht uitgestoten worden, en ik besef dat het geen moer uitmaakt. Het brein draait voortdurend nutteloze overuren als een soort vergiftigd geschenk van de evolutie. Ik denk aan Einstein die naar verluidt zijn eigen schoenveters niet kon knopen. Of Franse existentialisten die na het samenstellen van enorm fijnbesnaarde intellectuele theorieën opgewonden werden van zich te laten insmeren met stront. Er zit poëzie in. Men vermoedt er een achterlijke karmische rechtvaardigheid achter. Veertien, vijftien aan de linkerkant. De zwakke kant. Rechtshandig, linksbreinig. Daar bestaan ook parapsychologische theorieën over. Natasha haalt de soep van het vuur en de kater verliest zijn interesse in me. Ik kijk uit naar mijn twee koekjes straks. Mijn voor het geestesoog zwevende glas vodka. Bitte, bitte, gib mir Gift.