Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling columns en microstories daarvan. In 2017 bracht ik 'In de vorm van een vogel' uit, een bundeling van de beste 99 teksten van dit genre tot op dat punt, netjes geredigeerd en per seizoen geordend. Je kan die antologie gratis downloaden als je Patron wordt. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.
Posts tonen met het label hoop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hoop. Alle posts tonen

dinsdag 16 december 2025

Van hetzelfde laken een astronautenpak

Om één voor middernacht op 31 december 2025 zal ik kunnen terugkijken op een jaar waarin de buitenwereld zich heeft gedragen volgens alle grimmige voorspellingen die ik had gemaakt op het einde van 2024, en een persoonlijk leven waar totale onvoorspelbaarheid troef was. Had je me toen ik onder vrienden en clandestien bijgewoond vuurwerk toostte op 2025 verteld dat ik in het jaar dat eraan kwam slachtoffer zou zijn in twee verkeersongevallen, door twee pijnlijke revalidatieprocessen zou moeten lopen, twee keer naar Berlijn zou gaan, twee werkgevers zou kennen en geen enkele nieuwe publicatie zou maken, had ik je mogelijk wel geloofd maar zou dan depressief naar huis gegaan zijn. Voorkennis: not even once.

Hoog boven Europa heb ik op de achterste rij van een vliegtuig in stilte geweend. Ik wou dat ik kon zeggen dat het was om een heroïsche of tragische reden, maar het was een gewoon gebroken hart. Want ook gewone dingen zijn onverminderd pijn blijven doen in de kwartmijlpaal van deze eeuw. Maar het hart genas, net als mijn andere gebroken onderdelen (rug, dijbeen, knie). Sommige dingen zijn niet genezen, maar dat was nooit de hoop. Ik ben nog steeds chronisch ziek, omdat dat is wat “chronisch” betekent, en zo je al kan spreken van een ziel, is die nog altijd een dubieuze sterrennevel met wijd vertakte filamenten donkere materie. Mensenlief, als ik al niet meer pathetisch mag zijn, wat dan wel nog.

Mentaal ver (maar niet te ver) van deze verstopte regenwaterput die België heet heb ik het nieuws gezien als een paranoïde bejaarde die af en toe met z'n vingers twee strips van het rolluik open duwt om te verspieden welk krakeel nu weer. Het is zoals verwacht hetzelfde circus met dezelfde zieltogende circusberen geweest. De langste cafétoog ter wereld reikt comfortabel tot aan de ministerraden. En als je niet meer elke dag ingeplugd zit in wat moet doorgaan voor het publieke debat, is het vrij gemakkelijk om te doen alsof het er niet is. Dat is een privilege en ik weet het. Want ik ben ook maar een bumper verwijderd van het precariaat en dat kan je best letterlijk nemen. Het is trouwens niet alsof mijn mentale afstand ervoor zorgde dat onze nationale instituten hun interesse verloren in mij. Integendeel, ik mocht me verheugen in allerlei brief- en mailverkeer vol woorden en zinsneden die de sfeer opriepen van een luguber Sovjet-ziekenhuis of misvormde ambtenaren met grote hoornen brillen. In realiteit werd al die correspondentie wellicht semi-automatisch verstuurd door een Anja, een Karen, een Derk of een Matthias in een niet al te onaangenaam kantoor, wat het eigenlijk nog deprimerender maakte.

Rond de wereld cirkelend van hetzelfde laken een astronautenpak: af en toe stak ik eens een teen in het bruine rioolwater van het internationale nieuws en voorts weinig, maar dat betekende niet dat het internationale nieuws niet gewoon naar me toe kwam. Eén van mijn grote liefhebberijen, het Eurovisiesongfestival, werd voor het tweede jaar op rij opgeluisterd door een land dat haast schokkend openlijk genocide pleegt en hoopte via valsspelerij een schijn te wekken van legitimiteit binnen Europa. Ik heb nog niet beslist of ik in 2026 ga kijken. Maar ik vrees dat de volgende defensielijn wellicht evenzeer tijdelijk zal zijn. Wie weet komt op een volgend poëzie-evenement waar ik optreed ook een bloemlezing van de Discord-groep van Schild & Vrienden. Of komt er een loodgieter langs voor het jaarlijkse boileronderhoud een boompje opzetten over hoe misbegrepen Andrew Tate is.

Het woord “hoop” probeer ik niet uit te spreken voor 2026, uit schrik het tegendeel te sommeren. Noch wil ik me laten looien door nutteloze bitterheid. Ik heb ook geleerd dat ambities voor de poort van een nieuw jaar er eigenlijk weinig toe doen. Maak je de voornemens groot, ze verschrompelen of blijven hangen aan de eerste hinderpaal. Hou ze je bescheiden, dan gebeurt er vaak wel iets waar ze in verdrinken in de oneindigheid en ben je ze al vergeten bent nog voor januari uit is. Wel ga ik 2026 in met dezelfde sterke ploeg in mijn leven als die van het jaar ervoor - vrienden en medestrijders, dichte familie en kennissen. Op dat vlak beleef ik al jaren hoogdagen. En al minstens even veel jaren blijf ik verrast dat veel nieuwe mensen die ik ontmoet op mijn pad, me ondanks alles toch sympathiek lijken te vinden en ik hen. Nu nog een beetje geluk, en ik zal 2026 ook wel overleven. 

woensdag 1 januari 2025

Nonkel Diarree

We zijn het nieuwe jaar binnengestapt. De vloer is nog nat. Van een kater is geen sprake aangezien de katerstaat de standaard is geworden de laatste jaren. Er is weer overmatig getafeld en gelachen geweest met familie en vrienden en ik heb nog enkele dagen van verlof na een vervelend virus dat me meer dan een week geveld heeft. Er is een geboorte geweest in de familie, dat ook. Ik focus me hier op het persoonlijke omdat ik nog steeds de gordijnen gesloten probeer te houden tegenover de rivieren van brandend afval die overal om ons heen denderen.

In onze familie was er een oudoom, een boekhouder met de naam André, die bekend stond als “Nonkel André” of in ons dialect “Nonklandré”, wat mijn kinderlijke zelf hilarisch vond om te veranderen in “Nonkel Diarree”. Vooral omdat het een wat gevreesde, ernstige man was. Niet, zoals je je clichématig een klassieke boekhouder voorstelt als een schuchtere, ascetische man met een dunne stem, maar een luide, wat zware man met een even zware Stephan Derrick-achtige bril. Toevallig was “Nonkel Diarree” ook dol op Duitsland, maar niet omwille van foute redenen.
 
Een week geleden ben ik dus zelf voor het eerst oom geworden. Hoewel mijn ouders drie zonen hebben weten op te voeden tot volwassenen, zijn noch ik, noch mijn eerstvolgende broer vader geworden en is de kans klein dat we het ooit zullen worden. De wolk van een dochter is van mijn jongste broer en zijn vrouw en ze werd geboren op Kerstdag. Ik heb nog geen bezoek kunnen afleggen aan de baby omdat ik geteisterd werd door - je raadt het misschien al - diarree, wat me in een karmische cirkel nu de werkelijke Nonkel Diarree maakt. Friedrich Nietzsche had het indertijd over de “eeuwige terugkeer”, en bij mij lijkt die zich vooral in grofkomisch karma te grossieren.
 
“Maar een kind ter wereld brengen, in deze tijden?” Je zou het gelijk wanneer kunnen gezegd hebben in de menselijke geschiedenis en tot op zekere hoogte zelfs onafhankelijk van sociale klasse, aangezien voor de komst van de moderne medische wetenschap evenveel aristocratische als arme vrouwen het leven lieten bij de bevalling. Maar toch: het blijft altijd ergens een daad van verzet tegenover de koele onverschilligheid en grilligheid van de wereld. Zeker nu het een keuze is en geen verplichting of ongeval. Om nog maar te zwijgen over wat de komende jaren en decennia zullen brengen.
 
De hoop is dat, mocht mijn nichtje deze tekst onder ogen krijgen binnen 41 jaar, ze schamper zal moeten glimlachen over de zorgen die de generatie van haar ouders had en dat de jaren '20 van de 21ste eeuw voor haar geldt als de laatste, gewelddadig-zure oprisping van het terminale kapitalisme. Alles kan slechter, maar het kan ook beter. Zolang we nog durven geloven dat er een bocht mogelijk is, hoe hopeloos de zaken ook lijken, kunnen de slechteriken nooit echt winnen, want het slechte gedijt bij wanhoop en het gevoel te geven onvermijdelijk te zijn. Om het te zeggen in het potjeslatijn van 'The Handmaid's Tale': Nolite te bastardes carborundorum.

En die diarree? Ach, mijn moeder wanhoopte dat ik niet mee had gekund op babybezoek, en ik zei: “Binnen 30 jaar herinnert iedereen zich de geboorte van een kerstkind op deze dag, niet dat ik diarree had”.