Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling columns en microstories daarvan. In 2017 bracht ik 'In de vorm van een vogel' uit, een bundeling van de beste 99 teksten van dit genre tot op dat punt, netjes geredigeerd en per seizoen geordend. Je kan die antologie gratis downloaden als je Patron wordt. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.
Posts tonen met het label licht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label licht. Alle posts tonen

maandag 24 december 2012

Neon arc

Het is na middernacht van 23 december, en het is intussen duidelijk dat de wereld is blijven draaien. Geen fatale zonne-uitbarstingen, magnetische ompolingen of een regen van brandende stieren. Ik sta buiten aan Sint-Jacobs en laat me de gewone, koele regen welgevallen. Hoe je het ook draait of keert, de nabijheid van een kerk alleen al is iets dat stemt tot nadenken, vooral als er in de buurt een café is dat in sierlijke neonletters het devies 'Alles van waarde is weerloos' draagt, die klinkende uitspraak van Lucebert.

Verderop, rechts, ligt de Vlasmarkt, het toneel van fantasmagorische ochtenden tijdens de Gentse Feesten, nu verlaten en doofstom. Die stomheid hoort bij de de winter als een naaldboom bij inpakpapier. Van buiten, in het café waar ik tegenaan leun, komt muziek die een ander seizoen doet vermoeden, maar ik voel geen nostalgie noch verlangen naar de zomer. De zomer is oververhit van verwachtingen die nooit ingelost worden, dagen van zweet en lelijke shorts. Misschien zeg ik dat ook maar alleen omdat ik de warmte niet goed kan verdragen, en dan liever ergens onder een boom lig met een boek.

Ik vraag me af wat de mensen die geloofden dat de wereld ten onder zou gaan, nu aan het doen zijn. Er zijn er vast die hun idee niet hebben bijgesteld - zij hadden geen ongelijk, maar de datum was niet volledig juist. Of ze hebben zich beroepen op het vaagste aller argumenten, de quantumonsterfelijkheid. Er zullen er ook zijn die met het schaamrood op de wangen uit hun bunker gekomen zijn. De mentaal echt zieken hebben zich mogelijk opgehangen. Het meeste tragische aan die hele affaire is dat om te geloven in zo'n onzin, er wel degelijk een vorm van intelligentie nodig was. Ik geloof dan ook van ganser harte dat de idiootste dingen in de wereld gedaan worden door de slimste mensen. Zwakbegaafden hebben niet de luxe om stil te staan bij complottheorieën, en het kan hen aan hun reet roesten wie de Maya's waren.

Er zijn mensen die het einde van de wereld zouden vieren in branderige orgieën. Ik durf ook wedden dat de Sint-Jacobskerk, nu een artefact van sacraal toerisme, weer vol zou zitten. Zelf heb ik geen idee wat ik zou doen. Alleszins niet hier zijn, dat is duidelijk. Rook vermengt zich van uit portieken met de regen die langs lichtstralen naar beneden valt. Wat een beeld. Guido Gezelle zou er vast raad mee geweten hebben, sentimentele pastoor dat hij was. Ik zou er een boog van gemaakt hebben, een brug als een monochrome regenboog waarin de stemmen van mensen die buiten praten, vermengd raken met de geuren van eten en drinken, tabak en stadsregen.

Ik duw het stompje van de sigaret uit in een Duvel-glas dat zich al gevuld heeft met een bodempje regen. Sisgeluid. Daarvan zal ik komend jaar afscheid nemen. Ook ik ben vatbaar voor verbetering, en aangezien ik al jaren loop te verkondigen dat ik voor m'n 30 ga ophouden met roken, kan ik me maar beter houden aan dat voornemen als ik m'n vrienden nog onder ogen wil komen. Indien niet, kan ik altijd wel voor een vriendenprijsje een verlaten bunker overkopen die een apocalyps kan doorstaan.

woensdag 12 september 2012

Voorherfst

Men spreekt over een nazomer en een voorzomer, soms eens over een vroege lente, of knarsetandend over een vroege winter, maar de begrippen voorherfst of nalente bestaan niet. Nee, de zomer is de zware jongen waar het allemaal om draait, prent de taal ons in. Onze maatschappij is ook op dat model gebouwd. Waren de zomermaanden vroeger oogstmaanden met dito feesten en hun gezwollen fruit, dan zijn ze nu het decor voor alcoholische escapades, bruin bakken aan God weet welk strand, of road trips in aftandse auto's. De winter heeft eveneens zijn passionele aanhangers, al ruikt het verdedigen van een seizoen vol doodsheid en sombere avonden een beetje naar contrair doen om contrair te zijn.

Persoonlijk ben ik de herfst gaan appreciëren, de laatste jaren. Die gedachte komt bij me op als ik terug naar huis slenter van een cafébezoek midden in de week. De weg is niet lang, maar omdat het al donker is en toch niet bijzonder koud, voelt hij langer aan. Aan de wegenwerken zie je dat het binnenkort verkiezingen zijn. Het academiejaar is nog niet begonnen, dus de straten die over enkele weken het terrein zullen zijn van legioenen studenten, liggen er een beetje onthutst bij, alsof ze bezoek verwachten dat al te laat is. Er zit alleen lokaal volk in de pitabars, en de geur van hamburgers en frieten wordt door de zwakke wind, in afwezigheid van geluidsgolven van volk, sterker gedragen dan anders. Het aroma is warm en nutteloos tezelfdertijd.

Poelen licht draaien overuren. Sommige cafés hebben hun uithangborden vernieuwd. Her en der zijn al kluitjes mensen die zich aan togen verzameld hebben. Ik zou het geen melancholie durven noemen, maar opnieuw waait een zeker gevoel van verlorenheid door wat ik denk als ik naar binnen kijk via het venster. Bastonen, glazen die neergezet worden, pratende mensen, een salvo aan noten popmuziek. Afstand op gezelligheid. Ik bedwing mijn nieuwsgierigheid om niet ergens binnen te stappen en me nog dieper te gaan onderdompelen in die schemersfeer van de laatste weekends van de zomer. Niet alleen heb ik niks bijzonders te vertellen, ik ben ook niet erg goed in zomaar ergens stilzitten tenzij ik dat grondig heb voorbereid. Meditatie is bewegen, wat mij betreft.

Ik kijk weg van de vensters naar het kruispunt van de Heuvelpoort dat opdoemt terwijl de straat breder wordt. Links van me is een oud studentenrestaurant in volle afbraak. Weinig is zo zichtbaar onzichtbaar als sluipende renovatie. Van alle cafés en voetpaden die ik daarnet passeerde, bestond meer dan de helft tien jaar geleden nog niet. Het verkeer van het kruispunt raast over die herinneringen heen op het ritme van oscillerende basdrums. Elk moment heeft zijn soundtrack, en dan is daar het moment dat het lijkt, vlak voor het zebrapad, of er in het gelijktijdig in- en uitademen van de binnenring, mijn longen en de verspreide terrasjesmensen achter en voor me, één ogenblik het gevoel dat alles precies in elkaar past zoals het hoort, ook als het vloekt en vecht. Alsof deze paar honderd vierkante meters in het hart van de stad één grote kathedraal zijn voor een god van terugtrekking. De sleep van de zomer die ruisend een verkoeling achterlaat. Al het haar op m'n armen en nek staat overeind.

Het is beter om verder niets meer te zeggen en te doen alsof m'n lippen aan elkaar genaaid zijn. Terwijl ik het kruispunt verlaat en nog maar op enkele meters van mijn huis ben, ebt ook het verlangen weg van over te steken en me daar te wijden aan het mysterie van alleen drinken in het gezelschap van onbekende mensen van wie ik nooit wat zal eisen (en omgekeerd). Vooruitgeschoven wolken beginnen over de in impressionisme gehulde daken te komen, en beloven regen. De stad anticipeert. De lichten springen op groen. In zelfhypnose, bedolven onder de lichtste en oppervlakkigste van indrukken, sluit ik af en ontsluit ik de deur.