Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling columns en microstories daarvan. In 2017 bracht ik 'In de vorm van een vogel' uit, een bundeling van de beste 99 teksten van dit genre tot op dat punt, netjes geredigeerd en per seizoen geordend. Je kan die antologie gratis downloaden als je Patron wordt. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.
Posts tonen met het label supermarkt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label supermarkt. Alle posts tonen

donderdag 30 juli 2026

Oude bekenden

Recent las ik een gedicht dat het surreële probeert te beschrijven van leven in een wereld die wegzakt in een meer van magma – dictators, miljardairs, oorlogen, genocide, klimaatcrisis, overal idioten en kwaadwilligen aan de macht – terwijl je naar de supermarkt gaat en naar de aanbiedingen kijkt. De relatieve rust van zo’n frisse super, de mensen die er al 3.000 jaar lijken te werken, een mini-universum waar je die verlopen, domme smoel van Trump niet moet zien of je niet de brandende bossen kan ruiken van Frankrijk en Spanje. Maar is dat zo surreëel? Je kan toch niet uitentreuren zitten doomscrollen thuis terwijl je uit boetedoening leeft op water en beschuit? 

De supermarkt is waar ik zelf altijd oude bekenden tegenkom. Ik ken hen niet, maar in de bijna 11 jaar dat ik in deze buurt woon, heb ik een bijna parasociale relatie ontwikkeld met sommige onbekenden die ik er vaak zie. Eén van hen is in feite werkelijk een BV, een acteur die oorspronkelijk uit de Kempen komt. Hij ziet er steeds licht paranoïde uit, alsof iemand hem gaat vragen om een handtekening of hem zal komen lastigvallen over zijn televisiewerk, of zal bespieden welk soort appelen hij koopt en of hij toch niet te veel wijn inslaat. Interessanter zijn de mannen en vrouwen die ik intussen allemaal bijnamen gegeven heb. Er is de Hobbit, een wat kleinere man met dik grijs haar in een klein staartje. Hij draagt altijd shorts, ook in de winter. Er is de Bange Boulet, een enorm traag winkelende oudere vrouw (die na de kassa, waar ze ook zo traag is, haar boodschappen één voor één overlaadt in een andere tas) die diep voorovergebogen loopt, haar winkelkar omklemmend als een reddingsboei, schichtige blikken werpend. Er is de Artiest, een enorme vijftiger die zeer boho-gekleed is en grijs haar heeft tot op de schouders, en een wat nors gezicht dat verraadt dat deze man Opinies heeft over kunst. Het Ex-Lief (niet mijn ex-lief, maar de ex van iemand waarmee ik ooit studeerde), die me steeds bijna lijkt te herkennen maar niet weet van waar (en ik ga het niet zeggen). De Rosse, een erg lange vrouw die ook erg ros is. De Afro-Mama, een (Maghrebijnse?) vrouw die altijd vergezeld is van minstens één kind en een enorme afro heeft. Of de Trieste Man, een hele dikke man met een bedroefd gezicht en uitdunnend, vettig grijs haar die er uit ziet alsof de gebroeders Dardenne vier films kunnen draaien over zijn leven.

Er zijn nog mensen die dit doen, zoals ik. Jaren geleden kwam ik iemand tegen op de Gentse Feesten die me begroette als “Busman”, omdat ik ’s ochtends kennelijk altijd op zijn bus zat, en er “altijd erg slecht” uit zag (meestal was ik op dat moment nauwelijks een half uur op). Ik herkende hem niet en zei hem nadat hij dat “erg slecht” nog twee keer had herhaald, dat het wel genoeg was. Maar het punt is dat al die mensen (en ik misschien voor hen) een soort normaliteit voor me belichamen, vaste figuranten in mijn leven, terwijl zij misschien helemaal niet zijn wat ik denk dat ze zijn en ik hen allerlei eigenschappen toeschrijf die ze niet bezitten, al is de Rosse echt wel ros. Wie weet is de Trieste Man juist heel vrolijk, is de Artiest een cybersecurity-consultant en is de Bange Boulet thuis een briesend, tiranniek mens. Vandaag, alweer zo’n bloedhete zomerdag, ben ik enkelen onder hen weer tegengekomen en ik vroeg me af of ze de normaliteit van het boodschappen doen soms ook afmeten tegen de wereld die afbrandt. Ik heb ooit ergens gelezen dat mensen van heet weer gewelddadiger en impulsiever worden, maar daar is hier weinig van te merken, buiten een labiele dronkaard die gisteren een steen naar mij probeerde te gooien op m’n balkon (hij miste). Nee, hier is weinig geweld. Misschien zelfs te weinig. Deze hittegolven zijn letterlijk moorddadig en een akelige voorafspiegeling van wat de komende decennia zal blijven gebeuren, ook al maken alle landen nu een bocht van 180°. En eigenlijk had ik beter moeten weten dan te verwachten dat de urgentie in meer en meer mensen zou ontwaken. Herinner je je de covid-periode nog, waar een minderheid tot op het bittere einde hardnekkig ontkende dat er een probleem was, of talloze boomers met hun lulneus uit hun mondmasker bleven rondkuieren, iedereen behoestend. Nee, bij sommigen zal het licht nooit aan gaan, zelfs niet al brandt hun eigen huis af, want toegeven dat je het fout hebt is in sommige gevallen erger dan de dood. 

Je kan rustig gaan winkelen terwijl er zo vele crises wild om zich heen slaan inderdaad zien als een vorm van ontkenning, maar tot op zekere hoogte ondervraag je dan de verkeerde mensen en de verkeerde situatie. Je kan kritiek hebben op supermarkten als één van de ultieme tempels van kapitalistisch gedreven consumentisme, maar dan is het probleem toch dat kapitalisme en niet dat mensen inderdaad graag goedkoper brood willen als ze het kunnen krijgen? De Hobbit kan niet zomaar even naar de Barad-dûr gaan van Netanyahu om daar zijn phylakterion te vernietigen. De Afro-Mama kan niet de telefoon uit de handen meppen van Musk die met miljarden geld gezellig een NSDAP-clubhuis heeft gebouwd op X. We kunnen wel allemaal niet stemmen op minkukels die niets willen doen aan de klimaatcrisis, maar we kunnen er niets aan doen dat die minkukels nu – in een nieuwe twist – het ontbreken van een goed beleid afschuiven op de mensen die dit wel wilden. Wat is het dan? Dat we het niet hard genoeg wilden, of juist te graag? Het maakt niet uit, want het is toch een rookgordijn, één met de grootte van – komt-ie – één dat uit stijgt boven een afbrandend bos dat voorgoed weg is. Ja, ik wil graag de korting op de kiwi’s die ik hier koop, en geef die mensen ook allemaal maar iets van mij, een drankje, een ijsje en een trap onder hun kloten. Alleen de Steengooier krijgt niets, want die zag er toch als een nazi uit.

donderdag 25 juli 2024

Nee, gij zijt raar

Men zegt dat dromen zijn zoals verbouwingen en campagnes in 'Dungeons & Dragons' - razend interessant voor jezelf, maar niemand anders wil er eigenlijk over horen. En toch. Vannacht droomde ik dat op een jaarlijkse barbecue was met allemaal mensen die ik niet kende en waar ook Justin Timberlake aanwezig was, eveneens jaarlijks. Ik babbelde bij met onbekenden waarvan mijn brein stellig wist dat het vrienden waren die ik elk jaar zag. Toen ik naar buiten ging om te roken zag ik de buurman van het gebouw - een lange zestiger met wild wit haar - telkens opnieuw naar buiten komen om niet alleen afval in zijn vuilniksbak te dumpen, maar ook katten op te pikken die op dat vuilnis af kwamen. 

Op diverse wijzen maakte hij de dieren dood terwijl hij ze mee in het afval stak. Op een bepaald ogenblik, terwijl hij zijn tuin stond te sproeien, sprak ik hem toch aan. Hij bleek een Nederlander te zijn. Ik vroeg hem of dat echt moest, die arme dieren doodmaken. Hij vroeg of ik daar een probleem mee had en ik zei ja. Vervolgens haalde hij uit het niets een kettingzaag boven en kwam op me afgerend. Op straat stopte een zwart busje en sprongen er drie mannen uit met andere marteltuigen, eveneens op me af rennend. Toen werd ik wakker.

Ze zeggen dat dromen idiosyncratisch zijn en een soort testbeeld van de geest. Maar bijna al mijn dromen zijn zoals die die ik hierboven beschreef. Ik schrijf er geen betekenis aan toe buiten dat ik misschien een geest heb die op de plotlijn van de mensheid ergens in de uithoek van een ver kwadrant zit. Ik ben daar niet trots op en ik schaam me er ook niet in - ik kan er namelijk niets aan doen.

Een halve dag later zie ik aan de kassa van de supermarkt een man die heel goed lijkt op de kattenmoordenaar-met-kettingzaag. Het is evenwel geen Nederlander. Hij staat uitgebreid zijn beklag te doen bij een cassière over "misleidende prijzen". Hij dacht dat zijn bakje met 2 paprika's €1,76 ging kosten maar dat was de stukprijs, dus hij betaalde het dubbele. Ik kan niet horen wat de cassière zegt, maar de man blijft maar herhalen. Alsof die arme vrouw het prijsbeleid uitstippelt van de winkel of de producent. Alsof ze gaat zeggen "allez 't is goed meneer, ge krijgt het voor de helft van de prijs, hier is uw €1,76." Een ontzettend lullig bedrag overigens om over te redetwisten. Die man moet ofwel de man zijn met de minste problemen ter wereld als dat hem al de moeite lijkt om aan te klagen, of het is zo'n vent die letterlijk alles een probleem vindt en de wereld meesleept in zijn eindeloze queeste naar de banaalst mogelijke onderwerpen om je over op te winden. 

Ook in tegenstelling tot mijn droom spreek ik hem er niet over aan. Er hangt over deze vroege vooravond wel een vaag vervreemdend gevoel, alsof deze werkelijkheid zelf licht verwrongen is. Buiten staat al de hele tijd een ouder, genderambigu persoon in een t-shirt vol grote, veelkleurige bollen schijnbaar te praten tegen niemand. Aan de kast met vapegerei staat een kale man rare gezichten te trekken terwijl een winkelmedewerkster aan het sukkelen is met de sleutels van diezelfde kast. De rijen aan de selfscan zijn griezelig lang en bulken van de raar uitziende figuren die zouden kunnen geschilderd zijn door Breughel of Bosch. Ik herinner me nog hoe mijn voormalige therapeute het verwoordde, dat ik de wereld soms ervaar als een soort grotesquerie, en het is waar. Vooral op dagen dat ik noodgedwongen die wereld in moet. 

Ben ik dan zelf ook grotesk? Je weet wel, iets van in afgronden staren en zo verder. Misschien wel, maar dat verandert niets aan hoe ik de wereld waarneem. Ik zou er trouwens mijn neus voor ophalen om een arme cassière te belagen over godbetert €1,76. Ik balanceer al jaren op de rand van de armoede, maar daar ben ik me toch even te trots voor. Zoals mijn overgrootmoeder decennia geleden zei om een opkomende ruzie met volk van laag allooi in de kiem te smoren op een camping: "Madam, wij zijn daar van veel te goed volk voor." Briljant. Intussen ligt die ook al weer 33 jaar onder de zoden goed volk te zijn.

Wat mijn Weltanschauung mogelijk wel verraadt over mezelf is dat ik ergens nog altijd het verlangen koester om normaal te zijn. Normaal, gemiddeld, best tevreden. Niet raar, extreem en behept met een temperament dat me tot in de stratosfeer kan slingeren maar me even goed kan neersmakken in de Marianentrog. En na al die jaren blijkt dat mijn kinderachtige defensiemechanisme te zijn als ik denk/weet dan men mij vreemd vindt: "nee, gij zijt raar." Ik moet er om lachen als ik op de fiets spring en ik kruis de paprikaklager die met een nors gezicht, als een uitgezakt aambeeld, zijn winkelkar terugrolt. Hij kijkt even naar mij en zal vast denken "wat heeft die idioot nu te lachen?".