Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling columns en microstories daarvan. In 2017 bracht ik 'In de vorm van een vogel' uit, een bundeling van de beste 99 teksten van dit genre tot op dat punt, netjes geredigeerd en per seizoen geordend. Je kan die antologie gratis downloaden als je Patron wordt. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.
Posts tonen met het label Bart De Wever. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bart De Wever. Alle posts tonen

dinsdag 9 april 2024

Het circus is in de stad

Op de Covid19-jaren na komt hier in de buurt elk jaar een circus zijn tenten opslaan. Ik ben het nog nooit gaan bezoeken. Circussen interesseren me niet, ook al zijn de dagen voorbij van exotische dieren die in veel te kleine kooien opgesloten zaten, of het tentoonstellen van dwergen en vrouwen met baardgroei als rariteiten om eens goed mee te kunnen lachen. Het helpt ook niet dat sinds ik de lagere school ontgroeid ben, clowns indien niet extreem ongrappig, ronduit enerverend vind. Ik heb me ooit laten vertellen dat de typische make-up en het typische gedrag van clowns geïnspireerd is op de symptomen van tertiaire syfilis. Doe daarmee wat je wil.

Onlangs zag ik een goede meme passeren van een Amerikaanse vrouw: "I always say that I hate clowns but I realised I've been getting creampied by clowns for years". En in bredere zin is het waar, het circus is nu permanent in de stad, het is overal. Dit is niet zomaar een cynische analyse van de politiek. De laatste drie jaar zijn minstens zeven mensen die ik ken uitgevallen met een depressie, een burn-out of een combinatie van de twee, en nog eens dat aantal hikt al even lang tegen die grens aan. Jaar na jaar neemt agressie toe tegenover treinpersoneel, ordediensten, verplegers. Politici reageren als verraste Pikachu's, zonder enig gevoel dat zij deze situatie misschien mee helpen creëren, samen met onze klasse van dezelfde 15 mensen die over elk onderwerp experts geacht worden en op tv komen. Hun debatten, opiniestukken en posts op sociale media zijn intussen zo voorspelbaar dat een AI hun taken zou kunnen overnemen en geen mens die het zou merken.

Wat moet doorgaan voor het publieke debat is een ordinaire sportwedstrijd geworden waarin de Belgische verzuiling terug is van nooit echt weggeweest, maar nu geschoeid is op de leest van het internet. Als Bart De Wever morgen zegt dat kannibalisme "moet kunnen" staat er geheid direct een legioen op om dat te verdedigen of te "duiden", en nog meer mensen die over elkaar heen zullen vallen in verontwaardiging. Zegt Sammy Mahdi hetzelfde, zelfde resultaat, maar die die anders De Wever een gebrek aan fatsoen zouden verwijten, zouden nu zeggen dat Mahdi "clever" is en "het debat wil aanzwengelen". Dit is overigens geen klaagzang over de zogenaamde polarisering, of een goedkope boutade over hoe politiek in het algemeen showbizz is voor lelijke mensen. Nee, politiek-als-sportwedstrijd en alles-wat-mijn-ploeg-doet-is-goed is duidelijk sterker aanwezig aan de extremen van het politieke spectrum en zelfs in overweldigende mate op rechts, waar loyaliteit nog steeds de grootste deugd is.

Het circus is in de stad. Los van de fake accounts op de sociale media die een pro-Russische of pro-Chinese visie posten, zie ik net zo genoeg slimme mensen die elk links voorstel onthalen met het grootste mogelijke hoongelach en niet beseffen dat rechtse voorstellen hen niet gaan helpen. Of die dude die beweert anarcho-kapitalistisch te zijn: al goed en wel totdat je toegang tot water gemonopoliseerd is door een kakker die voordien al rijk was. Het circus is in de stad. Onze maatschappij duwt iedereen richting maximale productiviteit, maar een 4-daagse werkweek doet de monocles afvallen bij de Voka. "Maar wat dan met de loonkost?" roept de circusdirecteur. En daar raken we de kern. De laatste drie decennia is onze productiviteit dankzij tools als het internet, e-mail en smartphones extreem gestegen. Iemand die in 1985 vijf dagen op vijf werkte in een kantoor, kon op die vijf dagen nog niet het werk verzetten dat een bediende nu kan op één dag. Van die stijging in productiviteit hebben vooral de grootaandeelhouders geprofiteerd - een klasse parasieten die geen wezenlijke bijdrage levert aan de economie of aan ons sociaal weefsel.

Het klinkt misschien als een te goede metafoor om waar te zijn, maar al meer dan 10 jaar heb ik terugkerende dromen dat ik een routinetaak moet uitvoeren: van plek A naar B raken, iemand gaan ophalen, desnoods een maaltijd opscheppen in een zelfbedieningsrestaurant. En die routinetaak mislukt steeds. Andere mensen onderbreken me met dringende vragen, het juiste gereedschap ontbreekt plots, ik sta aan het verkeerde perron, er zijn vertragingen, en zo verder. In elk van die dromen ben ik doordrongen van een minderwaardigheidsgevoel dat ik die simpele doelen niet kan bereiken. Hoe is dat niet hetzelfde als al die dingen die we als individuen zogezegd te horen doen maar niet in slagen? Eet vegan, sorteer je afval, maak je huis schoon, wees de perfecte ouder voor je kinderen, volg de interessantste tv-programma's en series op streamingdiensten, ontklauw je kat, fiets 1.000km, geef al je geld aan Kom Op Tegen Kanker, leg alles uit over de voordelen van vaccinatie aan gebruiker Jos88 uit Sleidinge omdat die denkt dat Marc Van Ranst een Joodse pedofiel is die kankerverwekkende 5G wil inspuiten in onze lichamen. Waarom kunnen we dat soort bierbuikacrobaten niet simpelweg hun internettoegang afpakken voor ze een degelijke cursus epistemologie gevolgd hebben? Voor je denkt dat ik hier een pleidooi hou voor elitarisme: het tegendeel is waar. Mensen moeten opgeleid worden, niet simpelweg bevestigd worden in hun dwaze vooroordelen. Als ze na die opleiding nog altijd vasthangen aan die vooroordelen, welaan dan. 

Je wordt gedwongen om deel uit te maken van dit circus. Dat terwijl de echte clowns en circusdirecteuren natuurlijk buiten schot blijven. Heel recent nog, op de Facebook-groep van mijn deelgemeente, werd een nieuw parkeerregelement aangekondigd, waarbij lokale bewoners gratis konden blijven parkeren maar bezoekers niet. De reacties waren de intussen deprimerend bekende cafébrullades van boomers die alles maar gemakshalve op links afschoven, en vooral de partij Groen. Maar moeten we de boosheid van dat publiek niet begrijpen, Anton? Natuurlijk wel, maar als je al decennia geïndoctrineerd bent door corporate media en propaganda van fascisten dat alles wat fout aanvoelt voor jou, de schuld is van een vage linkse beweging, is die boosheid dan terecht? Vraag eens aan zo'n rechtse clown wat "woke" is. Er zal geen antwoord komen, tenzij dat bestaat uit complottheorieën.

En weet je, ik begrijp het wel. De wereld is complex op een manier die hij voor enorm veel mensen nog nooit eerder geweest is. Wat moet je doen met een fenomeen als AI terwijl je afgestudeerd bent in een opleiding kantoor in 1979? Wat zeg je als het goede wil doen voor iedereen en dan toch vlees koopt van varkens die in de meest brutale omstandigheden zijn grootgebracht en geslacht? Hoe voel je je als die fijne volkswijk waarin je ouders zijn opgegroeid, plots vol zit met migranten die je taal gebrekkig spreken, andere gewoontes hebben en even vijandig naar jou kijken als jij naar hen? Wel, het circus is in de stad. Het ontspant je. Het zegt je dat het allemaal maar een kwaadaardig complot is van bureaucraten uit Brussel. En dat jij, jij specifiek, het doel bent, betekent eigenlijk ook wel dat je iets betekent. En dat jij, jij specifiek, dat snapt, maakt je slim. Ik hoor intelligente mensen soms verzuchten dat ze liever wat dommer waren geweest, maar ik geloof oprecht niet dat domme mensen gelukkiger zijn. Misschien is de tragedie dat we juist niet intelligent genoeg zijn om onszelf gelukkig te denken, of niet intelligent genoeg om steeds weer op diezelfde hark te stappen die op ons pad ligt. 

De Antwerpse dichter en slampoet Gert Vanlerberghe declameerde "er is altijd geld voor drugs", en je zou voor minder. Nog zo'n debat waarin de circusolifant almaar weer op dezelfde manier zieltogend rondjes trekt door de arena terwijl niemand zich lijkt af te vragen waarom mensen zich überhaupt drogeren. Ik drink vanavond thee en de enige drug die ik tot mij neem is nicotine, maar geloof me vrij dat eens een nacht goed doorzakken, hoewel absoluut geen oplossing voor die draaikolk van melancholie, woede en leegte, op zijn minst de demonen eventjes op een afstand houdt. De demonen in arena met de ongezichten van belastingcontroleurs, CEO's van namaakfabrieken, bankiers, Russische oligarchen en Instagram-charlatans. Allemaal lachen ze zich een breuk terwijl ze naar adem happen, wijzend naar het publiek dat meeklapt en niet beseft dat het zelf de clou is van de grap. Een collectieve taart in onze collectieve smoel, volgestopt met scheermesjes. En op de achtergrond een soort Herostratus die de tribune in de fik steekt omdat hij denkt dat het de schuld is van zijn medemensen dat hij het niet grappig vindt.

Er is een grap over waarom een opvallend groot aandeel van het korps van Amerikaanse astronauten uit Ohio komt - namelijk dat Ohio zo erg is om te wonen, dat mensen er niet ver genoeg weg van kunnen komen. Maar het ware Ohio zit natuurlijk in elk van ons, niet enkel in de ander. Het circus is in de ruimte, Jeff Bezos voorop aan boord van zijn gigantische piemelraket. Zelfs onze miljardairs zijn clowns. We tolereren het allemaal maar omdat we feitelijk niet veel anders kunnen (denken we), en we hebben immers ook allemaal een huis om af te betalen, een balans te zoeken tussen onze liefdes- en doodsdrift en zo voort. Intussen lijkt het alsof de wereld uitdijt, net als het universum zelf, met steeds meer leegtes tussen de zaken door die nog werkelijk iets betekenen. De tijd zelf lijkt te versnellen, opgejaagd door onze eigen ervaringen. Het circus gaat door. En we zijn uitgenodigd om mee te doen met het trapezenummer. 


 

donderdag 14 augustus 2014

Een toast op de revanche

Het is ongeveer twintig na acht ’s avonds, en enkele uren geleden is het langverwachte verlof in gegaan. Eigenlijk zou ik bezig moeten zijn met koffers pakken, nog een laatste opruimsessie uitvoeren op het appartement en in bad moeten liggen met een boek, maar ik kan het niet. Ik moet schrijven, want anders ga ik met een wilde blik de straat op en begin ik voorbijgangers slecht gestencilde pamfletjes in de handen te drukken. Het zonlicht dat reflecteert in de vensters van de nieuwbouwkoten achter de achterkant van m’n eigen kamer, met daar dwars doorheen de regen van een laat zomeronweer, zijn een mooie (goedkope) metafoor voor de toestand waarin de wereld zich lijkt te bevinden, zowel buiten als binnenin.

Er is heel veel woede. Veel mensen zijn boos op de Vlaamse regering, die nu zoals volledig te verwachten viel, het mes zet in allerlei uitgaven waarvan ze denkt dat ze die nog het beste kan missen, en het meest van al de zo geroemde gewone m/v in de straat treffen. Ik denk niet dat Geert Bourgeois en co wakker liggen van dat protest, vaak aangevuld met opiniestukken waarin benadrukt wordt dat er achter die ‘besparingen’ menselijke verhalen schuil gaan. Hier is mijn opinie: het kan hen eigenlijk niet alleen niet zo veel schelen (hoe lang zou het geleden zijn dat de gemiddelde minister een arme van dichtbij zag), ik denk dat sommige neoliberale coryfeeën er zelfs van genieten.

Dat is een zware beschuldiging, en een mens kan zich afvragen of dat geen olie op het vuur gieten is, maar misschien is er effectief nog wat meer olie nodig als we ons niet willen blindstaren op enkel de symptomen. Sommige rechtse politici en hun kiezers zijn revanchisten – mensen die al jaren lang rondlopen met een chronische wrok tegen het systeem. Ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik Bart De Wever op tv zag, zo rond 2004. Toen al was duidelijk dat hij een meester was van de snedige comeback en niet alleen niet bijzonder sympathiek was, maar daar nog prat op ging ook. Wat me toen ook opviel was hoe kwaad die man mij leek, een kil soort kwaadheid die met de jaren gecultiveerd en bijgesneden was. Dat ben ik nooit vergeten.

Ik maak me even los van mijn computerscherm en ga de trap af naar m’n auto, want die moet volgetankt worden. Het regent heviger nu. Onderweg bliksemt het zelfs, en kom ik op m’n pad weer wegenwerken tegen die er voordien niet waren. Het lijkt wel alsof Gent bevolkt wordt door autonome von Neumann-machines, die zichzelf onder de vorm van werven blijven dupliceren. Waarvan toch die bouwijver altijd? De Ierse komiek Dylan Moran zag er in de woeste Vlaamse bouwnijverheid een vorm van therapie in waarin we ons afreageerden, omdat het volgens hem niet kon dat een volk op straat zo wellevend was. Ze moesten hun negatieve emoties toch ergens in kwijt?

Veel mensen geloven dat er aan de basis van de wereld een natuurlijke orde ligt, en dat die orde dient gerespecteerd te worden. Neoliberalisme presenteert zich als zo’n orde: werk hard, en je komt er vanzelf. Vreemd dan, dat de allerrijksten in de maatschappij bijna allemaal oude blanke mannen zijn die al in rijke middens opgroeiden. Zeker, er waren er bij die uit armoedige omstandigheden kwamen, maar de verzorgingsstaat van de jaren ’60 werkte anders dan nu. Velen zijn de ladder opgeklommen, beschrijft psycholoog Paul Verhaeghe, om daarna te helpen ze omver te duwen voor wie na hen kwam. Want: “ik heb ook hard gewerkt”. Joseph E. Stiglitz beschrijft in zijn boek ‘De prijs van ongelijkheid’ dat ongeveer 50 jaar tussen 1930 en 1980 anomaal waren in de wereldgeschiedenis, waarin de kloof tussen de haves en de havenots verkleinde. Die anomalie heeft bij sommige mensen diepe sporen nagelaten.

Reactionairen van allerlei slag bedienen zich dan ook vaak van de slachtofferretoriek. Alleen zo kan je verklaren dat een ongelooflijk dom opiniestuk als “Heette ik maar Fatima” het daglicht kon zien. De moordpartij van Anders Breivik was gebaseerd op het waanidee dat mensen als hem “onderdrukt” werden door het socialisme, en shooting spree killer Eliot Rodgers haatte minderheden en vrouwen omdat de eersten hem “het recht” zouden ontzegd hadden op de laatsten. Ik stel idiote opinieerders, terroristen, moordenaars met haatmotieven en rechtse politici niet op één lijn, maar er loopt wel een rode draad door: de genoegdoening. N-VA wijst Walen en socialisten met de vinger voor alle problemen, en veel mensen stappen daar in mee. Nee, het kan niet de schuld zijn van een waanzinnig veeleisend neoliberaal systeem – door Bleri Lleshi treffend een “strafstaat” genoemd – dat veel mensen ongelukkig, depressief en boos zijn, het is ofwel hun eigen schuld, of de schuld van de buurman die te lang aan de tepels mocht zuigen van moeder staatskas. De echte schuldigen blijven onzichtbaar en buiten schot, want zij vertegenwoordigen de natuurlijke orde. Comme il faut. Intussen is m’n auto volgetankt en wel, na gepruts met de slang en de stang, en een voorbijgaande gedachte dat het systeem op een rare manier voelt als een penetratie: ik moet geen luik openen, gewoon de slang erin rammen. Waarom heb ik mijn auto ook Evi genoemd? Gelukkig heb ik geen ex-partner die zo heet.

Een goede vriend van mij is al jarenlang actief in het onderwijs voor kansarmen en jongeren die overal al buiten gegooid zijn. Gebroken gezinnen, gedragsproblemen, laaggeletterdheid. Soms lijkt die klasse mensen onverbeterlijk hopeloos, en vragen we ons af waarom we daar met z’n allen geld en middelen in blijven investeren. De laatste jaren merkt die vriend dat de randgevallen in die groep – wat ze in het Engels ‘the precariat’ noemen, één stap verwijderd van de marginaliteit – niet meer mee kunnen. Normaal waren dat de mensen die ze nog net kwijt konden in beschutte werkplaatsen of die ze semi-zelfstandig konden laten wonen. Alles moet harder, sneller, bewezener. Er is een groeiende klasse werkende armen, overal in het Westen, en langzaam gaan we weer terug naar af. Der Untergang des Abendlandes, inderdaad, maar niet zoals Oswald Spengler het zich voorgesteld had. Ik vind parkeerplaats, maar blijf even staan omdat ik aan het luisteren ben naar de live-uitzending van Pukkelpop op Studio Brussel.

Na een tijdje komt Netsky op, met zijn nieuwe hit waarvoor Beth Ditto de stem leverde. Het is compromisloze, dramatische drum & basspop, en ik zet het knalhard. Muziek is catharsis. Ik sluit m’n ogen en voel me even een beetje opgetild worden uit die poel aan regenwater. Het verlof is begonnen, en één van de gewichten die aan mijn armen en benen hangt, is nu voor even weg. Het oordeel is echter onverbiddelijk: binnenkort moet ik weer in therapie. M’n depressie is weliswaar geen gevolg van onze Vlaamse gerontocratische regering, maar ze helpt zeker niet. Ik ben één van die mensen die in de ogen van hun soort weinig genade vindt: onhandig, links, literair, en niet behept met het talent om bullshit zomaar voor waar aan te nemen omdat iemand in een politiek dwergenlandschap een retorische reus is.

De ironie van het gebrek aan goede redenaars op onze politieke Bühne is dat één van de enige momenten van oprechte welbespraaktheid van Tobback Jr. hem tijdens de verkiezingen enkel maar spot opleverden. Sociaaldemocraten hangen al meer dan 20 jaar in de touwen in West-Europa, onmachtig om antwoorden te formuleren, vaak ook medeplichtig aan hun eigen ondergang. Zoals Tony Blair, DSK of Gerhard Schröder.

De kans is belachelijk groot dat ik net tot mijn ouders zal eindigen in de lagere middenklasse, als ik dat bruine geluk al vind. De barrières die de Thatchers, Reagans, Bushes, Ruttes, Berlusconi’s en Bourgeois van deze wereld opwerpen, dienen om die ‘natuurlijke orde’ in ere te herstellen. Het gespuis had nooit iets te zoeken in universiteiten. Jambon Jr. werd niet teruggefloten voor zijn uitspraken dat een hoger inschrijvingsgeld bij hoger onderwijs goed was omdat het zou bijdragen tot een betere elitevorming. Dat was geen aberratie of een jeugdige overdrijving: het is de kern van het neoliberale, revanchistische discours van de N-VA en de rechtervleugels van de Open Vld en de CD&V.

Daar wordt een saus overgegoten van “individuele verantwoordelijkheid” en “hard werken”, maar ik vraag me af hoe mensen als Alexander De Croo, Matthias De Clercq en al die andere zonen en dochters van (Vandenbossche, Tobback, Detiège, Michel, Wathelet, Daerden) dat met een ernstig gezicht kunnen zeggen, gepriviligeerd als ze zijn. Als individuele verantwoordelijkheid dan toch zo belangrijk is, waar zijn al die processen tegen oplichtende topbankiers, graaimanagers en grootfraudeurs? Zodra die tegen het licht gehouden worden, staat rechts op z’n Republikeins hysterisch te schreeuwen over stalinisme en communisme, en mogen rijke, wereldvreemde blanke mannen badinerende opiniestukjes leveren waarin ze zichzelf namens andere ondernemers als zwartepiet portretteren. Alsof de kleine ondernemer hen ook iets kan schelen. Die zitten in dezelfde kookpot van het precariaat, de arbeiders en de slinkende middenklasse. Ik stap uit en de radio valt onmiddellijk stil. Er is enkel de regen en wat lamlendig voorbijgaand verkeer.

Uit verstrooidheid neem ik de trap en bots ik op de nieuwe buren, die druk aan het verhuizen zijn. Ik stel mezelf even voor en vertel hen in één adem dat ik me vermorzeld voel door het idee dat niets van wat ik ooit zal doen of zeggen, goed genoeg is om écht te voldoen aan mijn eigen idealen, en dat ik me bovendien langs alle kanten belaagd voel door een veel te luide, intense wereld die verstoken lijkt van rechtvaardigheid. De nieuwe buren knikken begrijpend en we zingen samen Kumbaya. In werkelijkheid zeg ik gewoon m’n naam, vertel ik hen dat ze mijn kat wel zullen tegenkomen als die op muizenjacht is in de omgeving, en dat ze jammer genoeg niet altijd (nooit) kunnen rekenen op de syndique, die het appartementsgebouw ziet als een simpel wingewest. Het zijn vriendelijke mensen, die nieuwe buren.

De kat in kwestie blijkt onder het bed gekropen te zijn als ik binnen kom. Hij is bang van bliksem en donder. Ik lok hem vanuit zijn schuilplaats met droge brokjes voeding, een gongslag die hij niet kan weerstaan. “De maatschappij is geradicaliseerd, kleine vriend,” zeg ik hem, en hij luistert niet echt. Hij is gewoon blij met de aandacht die hij krijgt. Ik streel hem alsof je een hond zou strelen, en hij laat me zelfs aan zijn wat te dikke buikje komen. Daarna laat ik hem op zijn gemak eten, want zeg nu zelf, niemand wil onder het eten geaaid worden. Ik denk terug aan al die boze mensen die op onze huidige regering gestemd hebben, en allicht ook liefhebbende eigenaars zijn van honden, katten, parkieten of vissen. Is zeggen dat ze misleid werden, paternalistisch? Of kan ik hen mee verantwoordelijk houden voor de penibele situatie waarin ze nu duizenden Vlamingen gaan brengen?

Robin Williams is al twee dagen niet meer onder ons. Van zijn melige tearjerkers moest ik niet weten, maar met zijn standup comedy en zijn serieuzere rollen bezorgde hij de wereld blijvende geschenken. Comedy en depressie, die gaan samen als ongestrafte topbankiers en omheinde villa’s met zwembad. Als tiener wenste ik niets liever dan te zijn als al de rest en ook op zo’n pad terecht te komen naar ongekende weelde en macht. Het was niet voor me weggelegd. Ondanks alles heb ik dat toch al aanvaard.

Ik grijp weer terug naar muziek. M’n favoriete over-the-top dramatist Chris Corner van IAMX mag de omkadering verzorgen, en uitvergroten wat ik voel zonder dat ik er iets meer voor hoef te doen dan te luisteren. Een rilling trekt over m’n rug, armen en nek. Het is de soundtrack voor een emotionele post-apocalyps. Er bestaan mensen die daar naar streven – accelerationisten – die bewust stemmen op de meest extreem neoliberale kandidaten, in de hoop dat het systeem sneller ten val komt, en dat uit de asse daarvan een rechtvaardigere, betere wereld zal oprijzen. Ik denk dat dat een laf idee is. Ik wil blijven vechten. Om een beter persoon te worden. Om gelukkig te zijn. Om op zijn minst één keitje te kunnen verleggen in de enorme rivierbedding van de geschiedenis, en er voor te zorgen dat de wereld van morgen één tint warmer kan kleuren dan de wereld van vandaag.

maandag 21 oktober 2013

Vuile vingers

Hier zit ik dan, voor een computerscherm met maar liefst negen verschillende vensters die tegelijk open staan. Muziek, drie tekstprojecten, wat werk, een rekenblad en een PDF. Internet, natuurlijk. En op m'n bureau ligt nog een gsm. Ik voel me vermoeid door het weekend dat nog aan m'n huid kleeft, en daar zal koffie niets aan veranderen. Het beeld is een grabbelton voor wie graag foetert op deze generatie, en ons ziet als lastigaards die zich niet meer kunnen concentreren en voor wie het allemaal zo hard moet gaan. Ik laat het niet aan m'n hart komen. Denken in generaties moet je sowieso al met een korrel zout doen, en bespiegelingen daaromtrent blijken bij nadere analyse ook niets meer dan slecht verpakt doemdenken.

Over nadere analyse gesproken, waarom is er daar zo weinig van? We verdrinken in een zee van opinies en mediapersoonlijkheden, drive-byjournalistiek en politiek gebalts van alfamannetjes. Di Rupo vindt het wiel opnieuw uit door institutionele logheid te prijzen als buffer voor de ergste gevolgen van de crisis, De Wever verkoopt negentiende-eeuwse ideeën over economie als "de kracht van verandering". Het passeert. Het wordt gerapporteerd.

Over rapportering gesproken, in de marge van het nieuws van de laatste tijd is gebleken dat de reactor van Fukushima maar straling blijft lekken en dat als er geen oplossing gevonden wordt, het hele noordelijk halfrond radioactief besmet kan raken. De zeesterfte is massaal. Zijn we intussen al zo halfdoodgeslagen door al die rampen en die alarmkreten dat we deze aan het missen zijn? Toen ik het las, in één van m'n negen vensters, bleef ik ook in m'n bureaustoel zitten en ging ik doodgemoedereerd nog een sigaret roken beneden. Cynisme van mijn generatie, zeker.

Over cynisme gesproken, het is blijkbaar ook weer tijd voor de jaarlijkse kermisoptocht van Foute Meningen als het over Zwarte Piet gaat. Nee, Zwarte Piet is niet zwart omdat hij door schoorstenen kruipt, want anders had hij geen kroeshaar en rode lippen. Ja, het kan dat sommige zwarte mensen geen probleem hebben met blanken in een narrenpak die een knecht spelen van een oude blanke man, maar als er veel zwarten zich aan storen, dan is het allicht racisme. Niet elke vorm van racisme zit in een paar kaplaarzen en duwt Joden in gasovens.

Over de nazi's gesproken, da's nog zoiets dat me stoort. Hitler is alomtegenwoordig. De curieuze obsessie van het Westen met een oorlog die bijna 70 jaar geleden eindigde, lijkt nooit op te houden. Hitler en trawanten zijn bijna mythische avatars van het kwaad geworden, waardoor elke vergelijking tussen hedendaagse politieke praktijken met de nazi's onmogelijk geworden is. Niet dat die vergelijkingen vaak niet onmachtig of overtrokken zijn. Maar hysterie verdient geld en aandacht, en stilte is ook al lang een vluchtoord geworden voor marketeers van de new age. Ik zou graag een ontlabeling en een deconstructie zien van al die begrippen, en niet langer voortdurend vuile vingers moeten ontdekken op concepten die nietszeggend geworden zijn.

Inderdaad, over die nietszeggendheid gesproken, wat moet ik anders doen dan nog eens m'n favoriete YouTube-playlist opzetten en zuchten als "de crisis" wordt gebruikt als het excuus voor de zoveelste maatregel die niemand helpt buiten wie de crisis hielp veroorzaken? Ik herinner me al van eind de jaren '80 dat het crisis was. Het is altijd al crisis geweest. We've always been at war with Eastasia. Het is hoe ook alles terrorisme is, de oorlog tegen drugs geen te veroveren gebied heeft en de strijd der seksen een verzinsel is van onnozelaars die best boeren bij de status quo.

Over die status quo gesproken: we komen zo langzaam tot de rondte van de cirkel, want wie zich boos maakt, moet zich ook afvragen of hij zelf geen bijdrage levert aan het probleem. Dat doe ik. Ik probeer ook m'n best te doen de dingen anders te doen, en hoef er ook geen schouderklopjes voor omdat ik het zie als m'n menselijke plicht; een plicht waar ik soms ruimschoots in te kort schiet. Je moet je slagvelden echter zorgvuldig kiezen. Je kan dat zien als een luxepositie, maar het is ook weer opnieuw een overdaad die verlammend kan werken. Iedereen trekt aan je mouw. Als mijn generatie al iets is, is ze gewoon dodelijk vermoeid.

En over die vermoeidheid gesproken, vraag ik me soms af of het dat niet is, dat we eigenlijk te moe zijn om bepaalde fundamentele vragen te stellen. Waarom bestaat bijvoorbeeld de werkweek nog? Waarom ondergaan we - met knarsetanden, dat wel - dat België absurd lange files heeft en dat de NMBS geregisseerd wordt als een aflevering van FC De Kampioenen? Waarom zijn het altijd dezelfden die buiten schot blijven? Waarom weten zij die beter moeten weten het doorgaans niet beter? Je kan blijven doorgaan tot je er aan de andere kant van de taal weer uitkomt en dat het ook allemaal weer niets wil zeggen, natuurlijk, maar het loont, zolang je de juiste graafmiddelen hebt. Onbeholpen metafoor, maar ik word dan ook niet betaald om met snor en al in een krant of tijdschrift te staan.