Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling columns en microstories daarvan. In 2017 bracht ik 'In de vorm van een vogel' uit, een bundeling van de beste 99 teksten van dit genre tot op dat punt, netjes geredigeerd en per seizoen geordend. Je kan die antologie gratis downloaden als je Patron wordt. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.
Posts tonen met het label Paul Verhaeghe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paul Verhaeghe. Alle posts tonen

dinsdag 10 februari 2015

De Hitler van de Sleepstraat

Mijn therapeut is een belezen vrouw (gouden tip voor literatuurliefhebbers, dat). Bij het verlaten van haar kabinet valt mijn oog op het boek 'Over normaliteit en andere afwijkingen' en ik moet lachen met de titel. Het is van Paul Verhaeghe, waar ik al eens een pamflet van gelezen heb. Als Verhaeghe iets te zeggen heeft, heb ik de neiging te luisteren, omdat hij veel zinnige dingen zegt. Dat is jammer genoeg een zeldzaamheid geworden. Ze ziet me kijken naar de kaft van het boek, en ziet ook dat ik wrang glimlach.
"Wat is dat, 'normaal', hé?" zegt de therapeut.
"Tja, het is een containerbegrip, zeker. Normaliteit is per definitie vaag, ook al is de norm welomschreven. Normale mensen zullen vast niet bestaan."

Even later, als ik richting auto wandel, bekruipt me niet de eerste keer dat angstige gevoel dat ik ben opgegroeid met één versie van normaliteit die vervangen is door een andere. Ik ben niet veranderd, maar de wereld wel. Het nulpunt ligt elders dan waar het werd gevormd in mijn jeugd.
Francis Wheen beschrijft in zijn boek 'How mumbo-jumbo conquered the world' de gestage opmars van onzin sinds de late jaren '70, in alle geledingen van de maatschappij. Het is als een pletwals gerold over de normen en waarden die we voor zinvol en consistent houden, zoals logisch redeneringsvermogen, bewijsvoering, solidariteitsdenken en pragmatiek.
Ik passeer langs een Turks café waar een groep oudere mannen in een kring zit te babbelen en af en toe naar tv kijkt, waar een sportwedstrijd bezig is. Het is één ding om te zeggen dat die mannen en ik andere werelden bewonen en bevolken, en over weinig gedeelde ervaringen beschikken. Het is een andere zaak wat er gemeenschappelijk boven onze hoofden hangt. Denkers en opinieerders proberen in uithoeken van de media die nog niet meegezogen zijn in het Nieuwe Normaal, dapper weerstand te bieden aan onze cultuur van socio-economische nonsens. Zij doen dat met logica, met empathie, met cijfers. Ik zeg: het haalt niets uit. De religieuze ijver waarmee deze generatie marktzeloten hun geloof belijdt, is compleet immuun tegen logica. Moedwillige irrationaliteit valt niet te bekampen. Niet de beestachtigheid van ISIS, niet de wetenschapsontkenners van Amerika, niet opeenvolgende regeringen die onschuldigen doen boeten voor de financiële misdrijven van een elite.

Gelaten wacht ik aan het zebrapad om over te steken. Het is weer een drukke avond hier in dit transitdeel van Gent, waar de buurt van de dokken verstrengeld raakt in de buurt van de Sleepstraat. Op het plein aan de overkant staat een frituur te puffen uit zijn rookpijpje. Er priemt door de smalle venstertjes licht, voor zover die vensters al niet beplakt zijn met advertenties voor allerlei vettigs. Het verkeer luwt en ik steek over. Een auto stopt en ik steek m'n hand op. Dat moet niet, maar hoffelijkheid kost geen cent. Behoort dat soort fatsoen nog tot het Nieuwe Normaal? Rechtse partijen zetten nochtans graag in op beleefdheid, ook al hebben hun volgelingen vaak een stuitend gebrek aan manieren. Meer nog: in de cenakels van de macht is ploertigheid vaak een tactiek om het debat te doen ontsporen.
Ons Nieuwe Normaal is een hydra met duizenden koppen. Nadat progressief gezinden zich jarenlang murw hebben laten slaan door de voorposten van het theatrale regionalisme en de nonsensicale "Derde Weg" insloegen, waren ze in feite al rijp voor de slachtbank. Para's in het straatbeeld? We kunnen niet anders. Dienstverlening van het openbaar vervoer wurgen? Gaat niet anders. De superrijken vragen om een proportioneel iets grotere bijdrage? Staat niet in het regeerakkoord. Dat regeerakkoord dat zomaar ergens uit het niets materialiseerde alsof Gabriel het zelf in het oor van BDW gefluisterd had. En nu ben ik toch weer bezig in de val aan het trappen van met logica te bevechten wat helemaal niet logisch is.

Ik begraaf m'n handen dieper in m'n jas en verschuil m'n neus onder m'n sjaal. In de verte staat de auto trouw te wachten. Toen ik hierheen reed, een dik uur geleden, waren andere chauffeers naar me aan het flitsen omdat ik per ongeluk zonder lichten rondreed. Pas toen ik kon parkeren, had ik tijd om uit te vissen hoe die lichten aan moesten (normaal gaan ze altijd automatisch aan). Hier, nog een metafoor uit de grabbelton: de koplampen van de tientonner van de onzin zijn zo fel dat veel mensen er verbaasd in blijven staan als een bevende ree. Ik wacht nog op de eerste mainstreamanalist die uit zijn verdoving wil ontwaken en rechtuit zegt: "Dit gebeurt allemaal opzettelijk, we leven nu in een wereld waar irrationaliteit terug de bovenhand heeft."
De ironie ontgaat me niet dat de auto die ik nu van het slot haal, een bedrijfswagen is en dat ik deel ben van het probleem. Maar laat dat soort passieve medeplichtigheid geen goedkoop mikpunt worden om m'n punt minder scherp te maken. Ik ben immers niet diegene die macht heeft. Ik moet bitter lachen als ik mensen zich hoor opwinden over een vermeende politiek correcte elite. Was het maar waar dat die bestond en machtig was, maar elitaire intellectuelen hebben feitelijk geen fluit te zeggen in deze maatschappij, tenzij hun wereldbeeld oplijnt met onze hegemonie.

De motor slaat aan, de lichten worden ontstoken, de radio vult de auto met een track van Caribou. Dat kon erger. Ik vertrek en rol voorbij een buurtcafé. Ik spied naar binnen door de aangeslagen vensters om te zien of Homans' imaginaire marginalen daar met hun kinderen het belastinggeld zitten op te zuipen van de modale Vlaming. "Ik ben verkeerd begrepen!" Sure. Hitler was ook verkeerd begrepen. Hoe durf ik iemand met Hitler vergelijken? Mijn verontwaardiging is tenminste echt. Hitler staat nergens meer voor, behalve de Hij Die Niet Genoemd Mag Worden in één of ander debat.
Ach, niemand denkt over zichzelf als een slecht persoon. Onze zelfverklaarde zalmen van De Morgen zitten eveneens vol goede bedoelingen, maar een racistische uitschuiver wordt ook snel met de mantel der liefde bedekt. Intussen ben ik al bij het ovale punt waar de Turkse bakkerij die simpelweg 'Den Türk' heet, de omgeving domineert. Een jong koppel danst een woning uit. Zij met zwart haar, verliefd opgeslagen ogen, hij stoer en zelfzeker, in een modieuze jeans. In het donker is het het raden naar hun etnie, en wat maakt het ook uit? Voor mij alleszins niets. Mijn eigen Normaal bestaat nog altijd, zij het sterk bedreigd en omheind binnen m'n eigen leefwereld, een plek waar superdiversiteit een gegeven is waar mee moet geleefd worden, waar mensen niet per se uit zijn op enkel het eigen gewin, en waar ik in de eerste plaats niet in therapie had moeten zitten omwille van de corrosie van deze maatschappij. Maar ik functioneer. Ik druk het gaspedaal in als het groen wordt, en schiet de binnenring op in één rechte lijn.

donderdag 14 augustus 2014

Een toast op de revanche

Het is ongeveer twintig na acht ’s avonds, en enkele uren geleden is het langverwachte verlof in gegaan. Eigenlijk zou ik bezig moeten zijn met koffers pakken, nog een laatste opruimsessie uitvoeren op het appartement en in bad moeten liggen met een boek, maar ik kan het niet. Ik moet schrijven, want anders ga ik met een wilde blik de straat op en begin ik voorbijgangers slecht gestencilde pamfletjes in de handen te drukken. Het zonlicht dat reflecteert in de vensters van de nieuwbouwkoten achter de achterkant van m’n eigen kamer, met daar dwars doorheen de regen van een laat zomeronweer, zijn een mooie (goedkope) metafoor voor de toestand waarin de wereld zich lijkt te bevinden, zowel buiten als binnenin.

Er is heel veel woede. Veel mensen zijn boos op de Vlaamse regering, die nu zoals volledig te verwachten viel, het mes zet in allerlei uitgaven waarvan ze denkt dat ze die nog het beste kan missen, en het meest van al de zo geroemde gewone m/v in de straat treffen. Ik denk niet dat Geert Bourgeois en co wakker liggen van dat protest, vaak aangevuld met opiniestukken waarin benadrukt wordt dat er achter die ‘besparingen’ menselijke verhalen schuil gaan. Hier is mijn opinie: het kan hen eigenlijk niet alleen niet zo veel schelen (hoe lang zou het geleden zijn dat de gemiddelde minister een arme van dichtbij zag), ik denk dat sommige neoliberale coryfeeën er zelfs van genieten.

Dat is een zware beschuldiging, en een mens kan zich afvragen of dat geen olie op het vuur gieten is, maar misschien is er effectief nog wat meer olie nodig als we ons niet willen blindstaren op enkel de symptomen. Sommige rechtse politici en hun kiezers zijn revanchisten – mensen die al jaren lang rondlopen met een chronische wrok tegen het systeem. Ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik Bart De Wever op tv zag, zo rond 2004. Toen al was duidelijk dat hij een meester was van de snedige comeback en niet alleen niet bijzonder sympathiek was, maar daar nog prat op ging ook. Wat me toen ook opviel was hoe kwaad die man mij leek, een kil soort kwaadheid die met de jaren gecultiveerd en bijgesneden was. Dat ben ik nooit vergeten.

Ik maak me even los van mijn computerscherm en ga de trap af naar m’n auto, want die moet volgetankt worden. Het regent heviger nu. Onderweg bliksemt het zelfs, en kom ik op m’n pad weer wegenwerken tegen die er voordien niet waren. Het lijkt wel alsof Gent bevolkt wordt door autonome von Neumann-machines, die zichzelf onder de vorm van werven blijven dupliceren. Waarvan toch die bouwijver altijd? De Ierse komiek Dylan Moran zag er in de woeste Vlaamse bouwnijverheid een vorm van therapie in waarin we ons afreageerden, omdat het volgens hem niet kon dat een volk op straat zo wellevend was. Ze moesten hun negatieve emoties toch ergens in kwijt?

Veel mensen geloven dat er aan de basis van de wereld een natuurlijke orde ligt, en dat die orde dient gerespecteerd te worden. Neoliberalisme presenteert zich als zo’n orde: werk hard, en je komt er vanzelf. Vreemd dan, dat de allerrijksten in de maatschappij bijna allemaal oude blanke mannen zijn die al in rijke middens opgroeiden. Zeker, er waren er bij die uit armoedige omstandigheden kwamen, maar de verzorgingsstaat van de jaren ’60 werkte anders dan nu. Velen zijn de ladder opgeklommen, beschrijft psycholoog Paul Verhaeghe, om daarna te helpen ze omver te duwen voor wie na hen kwam. Want: “ik heb ook hard gewerkt”. Joseph E. Stiglitz beschrijft in zijn boek ‘De prijs van ongelijkheid’ dat ongeveer 50 jaar tussen 1930 en 1980 anomaal waren in de wereldgeschiedenis, waarin de kloof tussen de haves en de havenots verkleinde. Die anomalie heeft bij sommige mensen diepe sporen nagelaten.

Reactionairen van allerlei slag bedienen zich dan ook vaak van de slachtofferretoriek. Alleen zo kan je verklaren dat een ongelooflijk dom opiniestuk als “Heette ik maar Fatima” het daglicht kon zien. De moordpartij van Anders Breivik was gebaseerd op het waanidee dat mensen als hem “onderdrukt” werden door het socialisme, en shooting spree killer Eliot Rodgers haatte minderheden en vrouwen omdat de eersten hem “het recht” zouden ontzegd hadden op de laatsten. Ik stel idiote opinieerders, terroristen, moordenaars met haatmotieven en rechtse politici niet op één lijn, maar er loopt wel een rode draad door: de genoegdoening. N-VA wijst Walen en socialisten met de vinger voor alle problemen, en veel mensen stappen daar in mee. Nee, het kan niet de schuld zijn van een waanzinnig veeleisend neoliberaal systeem – door Bleri Lleshi treffend een “strafstaat” genoemd – dat veel mensen ongelukkig, depressief en boos zijn, het is ofwel hun eigen schuld, of de schuld van de buurman die te lang aan de tepels mocht zuigen van moeder staatskas. De echte schuldigen blijven onzichtbaar en buiten schot, want zij vertegenwoordigen de natuurlijke orde. Comme il faut. Intussen is m’n auto volgetankt en wel, na gepruts met de slang en de stang, en een voorbijgaande gedachte dat het systeem op een rare manier voelt als een penetratie: ik moet geen luik openen, gewoon de slang erin rammen. Waarom heb ik mijn auto ook Evi genoemd? Gelukkig heb ik geen ex-partner die zo heet.

Een goede vriend van mij is al jarenlang actief in het onderwijs voor kansarmen en jongeren die overal al buiten gegooid zijn. Gebroken gezinnen, gedragsproblemen, laaggeletterdheid. Soms lijkt die klasse mensen onverbeterlijk hopeloos, en vragen we ons af waarom we daar met z’n allen geld en middelen in blijven investeren. De laatste jaren merkt die vriend dat de randgevallen in die groep – wat ze in het Engels ‘the precariat’ noemen, één stap verwijderd van de marginaliteit – niet meer mee kunnen. Normaal waren dat de mensen die ze nog net kwijt konden in beschutte werkplaatsen of die ze semi-zelfstandig konden laten wonen. Alles moet harder, sneller, bewezener. Er is een groeiende klasse werkende armen, overal in het Westen, en langzaam gaan we weer terug naar af. Der Untergang des Abendlandes, inderdaad, maar niet zoals Oswald Spengler het zich voorgesteld had. Ik vind parkeerplaats, maar blijf even staan omdat ik aan het luisteren ben naar de live-uitzending van Pukkelpop op Studio Brussel.

Na een tijdje komt Netsky op, met zijn nieuwe hit waarvoor Beth Ditto de stem leverde. Het is compromisloze, dramatische drum & basspop, en ik zet het knalhard. Muziek is catharsis. Ik sluit m’n ogen en voel me even een beetje opgetild worden uit die poel aan regenwater. Het verlof is begonnen, en één van de gewichten die aan mijn armen en benen hangt, is nu voor even weg. Het oordeel is echter onverbiddelijk: binnenkort moet ik weer in therapie. M’n depressie is weliswaar geen gevolg van onze Vlaamse gerontocratische regering, maar ze helpt zeker niet. Ik ben één van die mensen die in de ogen van hun soort weinig genade vindt: onhandig, links, literair, en niet behept met het talent om bullshit zomaar voor waar aan te nemen omdat iemand in een politiek dwergenlandschap een retorische reus is.

De ironie van het gebrek aan goede redenaars op onze politieke Bühne is dat één van de enige momenten van oprechte welbespraaktheid van Tobback Jr. hem tijdens de verkiezingen enkel maar spot opleverden. Sociaaldemocraten hangen al meer dan 20 jaar in de touwen in West-Europa, onmachtig om antwoorden te formuleren, vaak ook medeplichtig aan hun eigen ondergang. Zoals Tony Blair, DSK of Gerhard Schröder.

De kans is belachelijk groot dat ik net tot mijn ouders zal eindigen in de lagere middenklasse, als ik dat bruine geluk al vind. De barrières die de Thatchers, Reagans, Bushes, Ruttes, Berlusconi’s en Bourgeois van deze wereld opwerpen, dienen om die ‘natuurlijke orde’ in ere te herstellen. Het gespuis had nooit iets te zoeken in universiteiten. Jambon Jr. werd niet teruggefloten voor zijn uitspraken dat een hoger inschrijvingsgeld bij hoger onderwijs goed was omdat het zou bijdragen tot een betere elitevorming. Dat was geen aberratie of een jeugdige overdrijving: het is de kern van het neoliberale, revanchistische discours van de N-VA en de rechtervleugels van de Open Vld en de CD&V.

Daar wordt een saus overgegoten van “individuele verantwoordelijkheid” en “hard werken”, maar ik vraag me af hoe mensen als Alexander De Croo, Matthias De Clercq en al die andere zonen en dochters van (Vandenbossche, Tobback, Detiège, Michel, Wathelet, Daerden) dat met een ernstig gezicht kunnen zeggen, gepriviligeerd als ze zijn. Als individuele verantwoordelijkheid dan toch zo belangrijk is, waar zijn al die processen tegen oplichtende topbankiers, graaimanagers en grootfraudeurs? Zodra die tegen het licht gehouden worden, staat rechts op z’n Republikeins hysterisch te schreeuwen over stalinisme en communisme, en mogen rijke, wereldvreemde blanke mannen badinerende opiniestukjes leveren waarin ze zichzelf namens andere ondernemers als zwartepiet portretteren. Alsof de kleine ondernemer hen ook iets kan schelen. Die zitten in dezelfde kookpot van het precariaat, de arbeiders en de slinkende middenklasse. Ik stap uit en de radio valt onmiddellijk stil. Er is enkel de regen en wat lamlendig voorbijgaand verkeer.

Uit verstrooidheid neem ik de trap en bots ik op de nieuwe buren, die druk aan het verhuizen zijn. Ik stel mezelf even voor en vertel hen in één adem dat ik me vermorzeld voel door het idee dat niets van wat ik ooit zal doen of zeggen, goed genoeg is om écht te voldoen aan mijn eigen idealen, en dat ik me bovendien langs alle kanten belaagd voel door een veel te luide, intense wereld die verstoken lijkt van rechtvaardigheid. De nieuwe buren knikken begrijpend en we zingen samen Kumbaya. In werkelijkheid zeg ik gewoon m’n naam, vertel ik hen dat ze mijn kat wel zullen tegenkomen als die op muizenjacht is in de omgeving, en dat ze jammer genoeg niet altijd (nooit) kunnen rekenen op de syndique, die het appartementsgebouw ziet als een simpel wingewest. Het zijn vriendelijke mensen, die nieuwe buren.

De kat in kwestie blijkt onder het bed gekropen te zijn als ik binnen kom. Hij is bang van bliksem en donder. Ik lok hem vanuit zijn schuilplaats met droge brokjes voeding, een gongslag die hij niet kan weerstaan. “De maatschappij is geradicaliseerd, kleine vriend,” zeg ik hem, en hij luistert niet echt. Hij is gewoon blij met de aandacht die hij krijgt. Ik streel hem alsof je een hond zou strelen, en hij laat me zelfs aan zijn wat te dikke buikje komen. Daarna laat ik hem op zijn gemak eten, want zeg nu zelf, niemand wil onder het eten geaaid worden. Ik denk terug aan al die boze mensen die op onze huidige regering gestemd hebben, en allicht ook liefhebbende eigenaars zijn van honden, katten, parkieten of vissen. Is zeggen dat ze misleid werden, paternalistisch? Of kan ik hen mee verantwoordelijk houden voor de penibele situatie waarin ze nu duizenden Vlamingen gaan brengen?

Robin Williams is al twee dagen niet meer onder ons. Van zijn melige tearjerkers moest ik niet weten, maar met zijn standup comedy en zijn serieuzere rollen bezorgde hij de wereld blijvende geschenken. Comedy en depressie, die gaan samen als ongestrafte topbankiers en omheinde villa’s met zwembad. Als tiener wenste ik niets liever dan te zijn als al de rest en ook op zo’n pad terecht te komen naar ongekende weelde en macht. Het was niet voor me weggelegd. Ondanks alles heb ik dat toch al aanvaard.

Ik grijp weer terug naar muziek. M’n favoriete over-the-top dramatist Chris Corner van IAMX mag de omkadering verzorgen, en uitvergroten wat ik voel zonder dat ik er iets meer voor hoef te doen dan te luisteren. Een rilling trekt over m’n rug, armen en nek. Het is de soundtrack voor een emotionele post-apocalyps. Er bestaan mensen die daar naar streven – accelerationisten – die bewust stemmen op de meest extreem neoliberale kandidaten, in de hoop dat het systeem sneller ten val komt, en dat uit de asse daarvan een rechtvaardigere, betere wereld zal oprijzen. Ik denk dat dat een laf idee is. Ik wil blijven vechten. Om een beter persoon te worden. Om gelukkig te zijn. Om op zijn minst één keitje te kunnen verleggen in de enorme rivierbedding van de geschiedenis, en er voor te zorgen dat de wereld van morgen één tint warmer kan kleuren dan de wereld van vandaag.