Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling columns en microstories daarvan. In 2017 bracht ik 'In de vorm van een vogel' uit, een bundeling van de beste 99 teksten van dit genre tot op dat punt, netjes geredigeerd en per seizoen geordend. Je kan die antologie gratis downloaden als je Patron wordt. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.
Posts tonen met het label E17. Alle posts tonen
Posts tonen met het label E17. Alle posts tonen

dinsdag 31 maart 2015

De laatste echte Belgen

Regen die bij dunne vlagen als stof uitgewaaierd wordt onder straatlichten. Niet veel verkeer op de baan in het niemandsland tussen Merelbeke en de Gentse deelgemeentes Gentbrugge en Ledeberg. Wat bij daglicht een meanderende slinger is aan middenstanders, grauwe rijhuizen, een begrafenisonderneming die er als een bordeel uitziet, een dozijn tankstations en enkele omheinde villa's, doorkruist door bruggen, is rond middernacht een grotendeels lege ader van beton en geparkeerde wagens. Ik ben onderweg naar huis en heb zopas Emma thuis afgeleverd, wat ik na een afspraakje meestal doe, enerzijds om haar de busrit en de bushalte te besparen, anderzijds omdat ik graag rij. Als kind had ik angstdromen over autorijden. Ik droomde dat ik de controle over het stuur verloor en dat de auto met mij aan de haal ging door te beginnen vliegen, aan hoge snelheid in een gevel te crashen of zich gewoon spontaan in het water zou storten. Sinds ik leerde rijden heb ik die droom nooit meer gehad.

Op de radio speelt een nummer van Katy Perry, één van de huidige avatars van de Amerikaanse popgeest. Ik betrek er onlogisch Saul Bellows 'Humboldt's Gift' bij, dat ik momenteel aan het lezen ben, waarin de genaamde Humboldt voortdurend kruisverwijzingen maakt tussen intellectuele theorieën, literaire figuren en massacultuur als sport, film en de geest van de democratie. De Amerikaanse geest, als er kan veralgemeend worden, is groots, luid en obees, een ding waar ik altijd vol verwondering naar sta te kijken. We zullen Katy Perry horen 'roaren' en even later zijn Kanye West en Jay-Z in Parijs, 'niggas' die het tot aan de sterren van het firmament geschopt hebben en hun ego meten met de Eiffeltoren. In Ledeberg zou zoiets niet passen.

Bellow diept in 'Humboldt's Gift' een anekdote op uit Wereldoorlog II, die zegt dat de Britten haast gek werden van de praatzieke Amerikanen, die voortdurend ongewild details van oorlogsplannen vrijgaven, maar dat de Duitsers die toch niet geloofden omdat ze dachten dat het opzettelijke misleidingen waren. De Europese geest, als ik die ook even mag veralgemenen, is er één die het gewicht torst van eeuwen van verraad. Wie op de juiste momenten z'n bek hield, die overleefde. Zelfs Odin zou dat advies al gegeven hebben in de håvamål, een codex met praktische adviezen voor de vikings, die onder andere stipuleerde dat je je geheimen maar best voor jezelf kan houden en dat je aan elke vreemde deur goed moet rondkijken om te zien of er geen vijanden op de loer liggen.

Hier zijn geen vijanden, in de veilige kooi van m'n auto. Ik raas langs een kerkhof. Ergens luidt toepasselijk een kerkklok, altijd brenger van onheil, maar het loden luiden verdwijnt mee met de volgende bocht, evenals het dodenakker. Ook over de dood had Odin het één en ander te zeggen: "Je veestapel sterft, je familie sterft, zelf sterf je ook - maar ik weet één ding dat nooit sterft: het oordeel over het leven van een overledene". Emma en ik hadden het nog over de dood, onlangs. Zij vreest de dood iets meer dan ik, maar waar ik liever mijn ouders zou overleven, zou zij het omgekeerde kiezen. Ik verlies liever dan verloren te worden, voor haar is verloren worden het minste kwaad. Er valt iets te zeggen voor respectievelijk het egoïsme en het altruïsme van beide stellingen. We hadden er geen oordeel over. Verschillen mogen immers bestaan.

Mijn wagen gaat onder een brug door, passeert een groezelige vzw en een schroothandelaar, en laat zich nogmaals ringen door een tweede brug, ditmaal een stuk lager en in een scherpe bocht. Tramsporen komen in zicht. Er zijn enkele cafés te zien, wegmarkeringen die zijn vervaagd, en verkeersborden waar geen enkele chauffeur ooit acht op slaat. Een collega van me die uit Binche komt, wilde me ooit eens "het echte Wallonië" tonen. Hij toonde een video van een parade langs los door elkaar heen gebouwde koterijen, bakstenen droefnishuizen en kneuterige beeldjes van uilen en Maria's op vensterbanken, die uiteraard allemaal rolluiken of gordijnen hadden. Ik moest hem teleurstellen en zeggen dat dat even goed in Vlaanderen had kunnen opgenomen worden. De belgitude der Belgen zit soms in de dingen waarvan we denken dat ze ons verdelen.

M'n ruitenwissers draaien overuren tot ik onder de flyover begin te rijden van de E17, die betonnen mastodont die de kern van Gent scheidt van haar belittekende onderbuik. Het middernachtnieuws is bijna klaar met de dieptepunten van de dag op te sommen. Ook de radio neemt 's nachts een andere vorm aan, intiemer, dieper, afgestemd op eenzamen die net als ik op een weekdag nog zo laat onderweg zijn naar huis. Heidegger vond de taal het huis van het zijn, maar ik geloof dat het eerder omgekeerd is: het huis is de taal van ons zijn. We zien onszelf in compartimenten, kamers, meubels, kelders. Jager-verzamelaars zouden hun geest nooit op die manier visualiseren. Al ons psychisch jargon is sedentair. We geven de dingen een plaats. We stoppen iets weg. Trauma's liggen begraven. Het geheugen is een archief.

Als een schaatser glij ik de bocht in die me op de binnenring brengt. Gebouwen worden hoger, rijvakken breder, en in de verte is al de Heuvelpoort in zicht, die al bij al bekeken op een bijzonder flauwe heuvel ligt. Misschien was hij vroeger hoger en is hij platgemalen door die talloze wielen die er overheen gereden zijn. Of misschien is hij vanzelf bescheidener geworden is alles behalve naam, gewoon door zich aan te passen aan zijn Belgische omgeving. In 'Waterland' schreef Graham Swift over de moeraslanden van het Engelse noordoosten als metafoor voor het verraderlijke, sombere en gesloten karakter van de mensen die er woonden, en Cyrus de Grote van Perzië meende dat zijn ruige land ruige, harde mannen gekweekt had. Wat kweken onze betonnen Gestalten, onze eindeloze werven en onze immer groeiende voorsteden? Ik zal voor één keer niet generaliseren, maar enkel voor mezelf spreken. Ze hebben me licht verloren gemaakt, maar altijd verwonderd. Ze hebben me geïrriteerd, maar leren beseffen dat je sommige verschillen moet nemen voor wat ze zijn. Ze leerden me dat ik me allicht nooit zal meten met het Empire State Building of een brullende leeuw zal zijn, maar dat ik in gedachten wel altijd kan schuilen voor de regen onder een lelijke flyover. Soms, in het holst van de nacht, denk ik dat ik bij de laatsten ben van de echte Belgen.

woensdag 8 september 2010

Paths of glory

Met dank aan de remixes van Burial van Thom Yorke - It rained all night en van Bloc Party - Where is home?

In een les godsdienst tijdens de hoogzomer van mijn middelbare school stelde de lerares de vraag wat het belangrijkste was in het leven. Eén vroegwijze medeleerling antwoordde vastbesloten: "connecties". Het leek toen een antwoord dat op zijn minst de moeite was om over na te denken, en vandaag is het een steenharde waarheid. Filosofie van de laatste decennia heeft het zelfs centraal gesteld in haar ontologische en - in mindere mate - ethische vraagstukken. Connecties zijn banen en sporen, en die bevinden zich overal. De onzichtbare elastieken van mens tot mens, de wurgkoorden van een gedoemde relatie of de marionettenspelersverhouding tussen officier en soldaat. Ook steeds terugkerende wisselsporen en wandelpaden zijn connecties, omdat zij niet alleen plaats A en B met elkaar in verband brengen, maar zij door de baan die tussen hen loopt ook hun bestaan aan elkaar ontlenen.

Mijn ribben doen pijn en mijn hoofd is uitgegoten als een regenbui. Die pijn was een eindpunt van een onfortuinlijke knie en een verkeerd geplaatste schouders, terwijl het hoofd steeds meerolt met het weer. De E17 is een wildwaterbaan geworden in een spattend grijs waas boven en beneden. "A million engines in neutral," zingt Thom Yorke, terwijl duizenden regendruppels hun val beëindigen tegen het glas van mijn voorruit. De uitwendige reis van man en auto weerspiegelt de inwendige, meervoudige tocht van de gedachten langs welgekende wegels en snelwegen. Links zijn de enorme, labyrintische complexen van mijn fictie, rechts liggen de molshopen van onafgewerkte projecten. Een galerij oordelen over mensen. Gisteren kwam ik Sasha nog eens tegen en ik zag haar oordeel weerspiegeld in mijn oordeel - we dachten vast allebei de foute zaken over de zich van elkaar verwijderende sporen die we intussen afgelegd hebben. Het schijnt dat als je je op een willekeurig punt in het universum in een willekeurige richting begint te verplaatsen, je uiteindelijk terug uitkomt waar je vertrokken bent. Het hoofd is echter niet gemaakt om een hypersfeer te bevatten.

Van lange stroken nat asfalt tot de kleinste kromming: ik kan niet zeggen hoe vaak ik al de baan heb afgelegd tussen de Heuvelpoort en de Zuid. Ik ken er letterlijk elke steen, elke deur en elk uithangbord, en leg die baan bijna altijd af op dezelfde, methodische manier. Toen ik kind was, viel me op dat onze katten steeds dezelfde weg namen door de tuin, hoewel daar geen natuurlijke paden doorliepen. Het brein vormt kaarten, kaarten graveren zich in dat brein en vertalen zich in gewoontes. Kaarten om van punt A naar B te raken, kaarten om persoon C ding D te laten doen en nog meer wegenkaarten met knooppunten, kruispunten en doodlopende eindjes die makkelijk uitkomen op dezelfde conclusies en gedachten. De wereld is onrechtvaardig of de wereld is een bittere plek, of zij is op haar laatste benen en alles wijst erop dat God spoedig zal terugkeren om orde te scheppen Insj'Allah. Het ingegraveerde brein verandert na een tijd zo snel niet meer en geeft de voorkeur aan vooroordelen en herhaling. Geen mens die er aan ontsnapt. Ik leer iemand kennen die me te snel en te hard doet denken aan een meisje dat acht jaar geleden mijn hart brak, en het wordt me al benauwd om de pijnlijke ribben. Wie weet heb ik de vrouw van mijn leven gemist. Ik zet mijn auto niet in achteruit, en Thom Yorke gaat onverdroten verder: "They pull the cars out of the river."

De lange, kronkelige weg als metafoor voor het leven is op zich een platgetreden pad dat veel te goed bewegwijzerd is. En terwijl ik een afrit inglij richting metropool van West-Vlaamse ingenieurskunst, maak ik me de bedenking dat alles al met het leven zelf moet vergeleken zijn. Zelfs een pot appelmoes kan het hele leven omvatten, met zijn brokken en gezeefde stukken, kwaliteitslabels en ondoorgrondelijke deksels. Verbanden liggen voor het grijpen. Er komen woorden op die ik al veel te vaak gedacht heb, vertakkingen voorbij de oordelengalerij in de tuin van luwte en rust, een plek waar ik te weinig zit. Onlangs heb ik gelezen dat beslissingen maken nooit een rationeel proces is - dat het deel in het brein dat de keuze maakt al oplicht nog lang voor we de keuze bewust gemaakt hebben. En toch moet ik geloven in een vorm van discipline, al was het maar om niet toe te geven aan de luiheid en het verval van lijf en leden, maar ook dat zal vast wel deel uitmaken van die helse cyclus van determinatie. Het is diezelfde determinatie die me woest twee vrachtwagens doet inhalen en door het oranje doet rijden in de onophoudelijke regenmist.

Mensen denken niet écht in woorden. Ik schrijf omdat ik geen muziek kan maken en omdat ik een ramp ben als schilder, want uiteindelijk denken we in klank en beeld. Of hoe de geur van vochtige aarde en potgrond me doet denken aan een tijd die even mistig en flou is als het weer vandaag . Het zijn bijeengeharkte herinneringen aan kastelen bouwen uit steengruis bij de serre van mijn grootouders, mijn grootmoeder die bessensap maakte en mijn geheugen dat nog haarscherp was. Toen al trainde ik om een grootmeester te worden in het inetsen van wat mensen gezegd hadden - soms willekeurig, soms omdat ik het zelf wilde. Terwijl ik een parkeerplaats zoek en werknemers door plassen en regen spurten naar de poort van ons gezamenlijk dagverblijf, heeft de buitenaardse stem van Yorke plaatsgemaakt voor die van Kele Okereke, die zich afvraagt waar zijn thuis is. Wel, thuis is een samenplaksel van zintuiglijke, subvocale indrukken, een souterrain van suiker en vet. Het is een zwaktebod van metaforen en een plek in mijn hoofd. Het heeft een ring rond mijn ribben gelegd, en het is alles tussen wat ik zie als A en B.