Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling columns en microstories daarvan. In 2017 bracht ik 'In de vorm van een vogel' uit, een bundeling van de beste 99 teksten van dit genre tot op dat punt, netjes geredigeerd en per seizoen geordend. Je kan die antologie gratis downloaden als je Patron wordt. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.

donderdag 23 mei 2013

Accusatief

Omdat ik de enige mens lijk die nu buiten staat tussen de windstille planten van het park en de zon net van achter een bult wolken gekomen is, voel ik me net een zonnewijzer. Hoe laat is het? Tijd om je leven te beteren. Dat zei mijn overgrootmoeder naar verluidt altijd. Ik vraag me af of die vaak gelachen heeft en draai een pirouette, want geen mens die het ziet. De zolen van m'n laarzen kraken in het stof en de al dorre bloesems. Bij de volgende tel is de zon weer verdwenen en is de indruk van de stille, marmeren vooruitgang van Romeinse uren ook opgelost. Alles verandert, behalve verandering.

Ik wandel het pad terug op dat me naar m'n werk zal voeren en laat in een daartoe niet bestemd rooster de peuk van een sigaret achter, de dubbele getuige van mijn onvolmaaktheid. Zoek er maar geen romantisering achter, want dat doe ik ook niet. Met het pad dat zich door een vierkante tunnel slingert, komt ook de hoofdweg in zicht, waar tussen het groen op elk moment van de dag eurocraten en bestelwagens laveren. Ik zie ook vaak zwarte mannen in onberispelijke pakken, onderweg naar de nabijgelegen ambassade van Nigeria. Ze komen me nooit spammail geven, maar vragen soms wel erg vriendelijk of ze al vlakbij hun ambassade zijn. Het moet hier verwarrend zijn voor hen, in Brussel. Wat een bizarre stad ook. Ik had een tijd terug een collega uit Engeland die voor zijn komst naar België besloten had om zich de taal eigen te maken. Hij keek op een kaart en zag dat Brussel in Vlaanderen lag, dus leerde hij een beetje Nederlands. Hij werd de zoveelste Engelsman die door de geslepen francofonie gevloerd werd.

Vandaag leerde ik ook dat men me op het vijfde verdiep wel eens 'die blonde Vlaming van het zevende' noemt, en ik weet niet wat ik daarvan moet denken. Buiten als ik zelf in het buitenland was, heeft men nog nooit naar mij verwezen aan de hand van mijn etnie of een of ander fysiek kenmerk. Of het moet al geleden zijn van toen ik vijftien was en bleek in een speedo langs de rand van het zwembad trippelde om niet uit de glijden. Dat berkenlichaam heb ik gelukkig niet meer, en ook de tijd van de speedo's is al voorbij. Ik staar nog even in de hemel voor ik de deuren openzwaai van de inkomhal. Het valt me nu plots binnen dat er vorig jaar wel iemand naar mij verwees aan de hand van m'n etnie: een zwerfster die ik niet te woord wilde staan maar uit m'n krachtig "non!" blijkbaar kon opmaken dat ik een "sale flamand" was. Bevreemdend.

Wij Vlamingen, wij jongleren alle dagen met dat Engels alsof het niets is, en intussen moeten Franstaligen, Turken en Marokkanen maar allemaal piekfijn Nederlands leren. Alsof we er zelf zo goed in zijn. Integendeel, die modderige bastaard van het Verkavelingsvlaams omarmen is meer dan ooit de taalkundige barak tussen de lintbebouwing, die dan wel lelijk mag zijn, maar het is verdomme wel onze barak en wie er kritiek op heeft, dat is een elitaire lul. Welnu, ik kom van een plek waar we zulke barakken van golfplaten hadden, en ben gepokt en gemazeld in de potgrond van een lokaal dialect, dus ken genoeg de voordelen van een standaardtaal om die ook te gaan gebruiken. Op m'n eigen manier. Natuurlijk, ook ik ontsnap niet aan de doe-het-zelf-mentaliteit van Rudi, Nancy en Freddy.

In de lift loop ik een delegatie projectmanagers tegen het lijf. Eén van hen lijkt op een versie van Liv Tyler die niet mis zou staan in een burlesque show, maar ik staar niet. Er wordt al zo veel gestaard in deze wereld - zonder dat er echt gekeken wordt. Het staren is misschien wel één van de ultieme uitdrukkingen van eindeloos egoïsme. Je louter iets toe-eigenen door er naar te staan gapen. Het geluid dat er bij hoort is een dikke steen die met een gulzige plons in een vijver valt en ringen maakt van ongenoegen. De delegatie projectmanagers stapt uit en we wensen elkaar een bon après midi en également. Er werken wel andere Nederlandstaligen hier, maar je weet nooit op het zicht wie wat spreekt. Een collega beweerde ooit dat je 't kon zien aan de kleren. Franstaligen zouden zich conservatiever kleden. Niet dat Vlamingen aan veel mode-experimenten zijn. Kop en kraag onder het maaiveld, graag. Voor een nationalist is dat de uiting van een gekrenkte volksziel die de herinnering aan onderdrukking in zijn cultureel DNA meedraagt, voor iemand als ik is het een reactionaire kramp die anderen moet tegenhouden van boven dat maaiveld uit te stijgen.

Op het zevende stapt de blonde Vlaming uit. Er sleept iets in m'n tred. Er hangen molenstenen rond mijn generatie. In de media is periodiek een steekspel tussen boomers en millennials, maar nuance is in dat debat niet welkom. Er zijn genoeg boomers die beseffen dat hun generatiegenoten het grandioos verknald hebben, maar er zijn evenveel millennials die zich ertoe hebben laten verleiden de verzorgingsstaat en onze verworven rechten te beschouwen als iets dat we moeten opofferen in naam van de welvaart. Wiens welvaart? Zullen de banken beter bestuurd worden als we ons langer uitputten voor hetzelfde loon? Zal nationalistische kortzichtigheid ophouden met bestaan als we die index loslaten? Of krijgen we allemaal gelijk een paar achterpoortjes toebedeeld in de belastingen, met schijnvennootschappen op Tahiti en in de Westhoek?

Ik zink neer in m'n bureaustoel, de troon mijner productiviteit. Beschuldigen, daar zijn we allemaal goed in. Publiek toegeven dat we verkeerd zijn, dat ligt lastiger. Je kan er boos over zijn dat een oliebedrijf de verantwoordelijkheid voor een milieucatastrofe vlot van de hand wijst of dat een oude politicus met losse handjes vindt dat hij tegen onthullingen over ongewenst gedrag recht heeft op een schadevergoeding van bijna één miljoen euro, maar het is een rode draad door de hele wereld, van Kamtsjatka tot Timboektoe. We kiezen de weg van de minste weerstand voor het ego, ook al leidt die recht tot in het hart van Absurdistan. Wel, ik heb in elk geval nooit genomen wat me niet gegeven werd. Ook dat is een beschuldiging en ook dat is makkelijk voor mij om te zeggen. Misschien kan ik beter maar eens écht stoppen met roken in plaats van zonnewijzertje te spelen in een Brussels park.

donderdag 2 mei 2013

Mayday

Is het dat ik vannacht elk uur heb zien passeren op de display van de wekkerradio? Is het de grauwheid van een doordeweekse donderdagochtend in wat een mooie lente had moeten zijn? Of is het de nasmaak van een lang weekend dat gestolen voelde, uitgehakt uit de rotsen van een strakke weekplanning? Wie zal het zeggen. Al wat ik werkelijk weet, is dat ik het liefste in een zetel zou hangen, de ogen zou sluiten en zou doen alsof de rest van de wereld niet bestaat.

De krant bracht nieuws dat uit een wereld kwam waar rede en redelijkheid moeite hebben om te overleven. Sabam heeft zichzelf nog eens overtroffen in cartooneske boosaardigheid door geld te eisen van internetproviders. Hebben die mensen geen PR-medewerkers die daarbij stilstaan en beseffen dat hun organisatie nu al bekend staat als een maffia? In Amerika zijn er CEO's die tot duizend keer meer geld binnenhalen dan de slechtst betaalde arbeiders van hun bedrijf. Ook dat hou je niet voor mogelijk, maar geen politicus die er wat aan wil doen. Intussen hebben de kredietbeoordelingsbureaus, meesters in de economische vogelpiek, nog maar 'ns een land gekelderd. Ik zou er satire over willen schrijven, maar wat voor zin heeft het om dat te gaan satiriseren als de realiteit zelf aan 200 kilometer per uur een ravijn in aan het storten is.

In de metro zit ik nog wat verder te lezen in Boons historische roman over Jan de Lichte, die zich afspeelt in een straatarm Vlaanderen onder de Oostenrijkers, een episode in onze geschiedenis die we liefst overslaan, tenzij het is om ze op te sommen in een lange lijst van vreemde mogendheden die ons slachtoffercomplex gevoed hebben. Wat opvalt is het homo homini lupus. Het is van alle tijden. Een rechtsstaat vormt de broze barrière die allicht velen ervan weerhoudt het monster in zichzelf de vrije hand te laten, maar zelfs nu vinden de wurgslangen en kwakzalvers die ons ervan proberen te overtuigen dat we harder moeten werken en meer moeten besparen, manieren om die staat naar hun hand te zetten.

Het lijkt soms zo zinloos, denk ik, terwijl ik een plaats zoek in de tram en een paar jongeren gadesla die binnen enkele jaren in een wereld losgelaten worden waar er voor een te groot deel van hen geen werk zal zijn. Waarom zou ik me inspannen om beter te leven en de zaken anders aan te pakken, als alles om me heen naar beneden schuift als een lawine in slow motion? Hoe zit het met de imperatief dat we het beste uit onszelf moeten halen als je ziet dat zo veel mensen er in slagen met middelmatigheid op te rijzen tot het firmament van de roem en het respect? Neem nu dat legioen opiniemakers en columnisten: de uitzondering niet te na gesproken, vraag ik me af wat hun meningen het de moeite waard maakt om gelezen te worden. Vinden mensen hen echt interessant? Zo ja, is dat bij gebrek aan beter? Doorgaans hebben ze weinig meer te zeggen dan wat bijeengeraapte, halfbakken ideeën en ongeestige observaties.

Het schijnt dat er in de wereld nog nooit zo weinig extreme armoede en honger geweest is als nu. Er zouden ook andere indicaties zijn dat dit best een mooie tijd is om in te leven. Dat zal wel zo zijn. Het is niet alsof dat de kwesties die ons langs alle kanten belagen, doet verdwijnen. Men wil perspectief bieden, maar eerlijk, de fucking pot op met je perspectief, we worden al zo vaak verondersteld de dingen te relativeren dat het gewoon een ander codewoord is om ervoor te zorgen dat we 's avonds voor tv blijven zitten en ons tevreden te stellen met wat we kunnen krijgen. Voor de nodige duiding en nuance sta ik zelf wel in.

Er zit nog vechtlust in me, op de bodem van de uitgebrande vuurkuil. De vraag is alleen of het soms geen strijd is tegen de bierkaai, want het is uiteindelijk ook een veldslag tegen mezelf. Indien we zouden geloven dat alle problemen zich buiten ons bevinden, vergissen we ons deerlijk. We zijn elk evenveel deel van het probleem als deel van een oplossing. Ik stap de lift in en trek m'n kostuumjasje recht. Laten we vandaag vooral niet te veel relativeren, denk ik. Laten we niet getemperd worden door aanmatigende beleefdheden van de rubbersmoelen van deze wereld. Soms mag dat, eens kwaad en verloren zijn.

maandag 8 april 2013

Imprint

Elke stad die groot genoeg is, heeft een eigen geur. Oostende is roest en zee. Antwerpen ruikt naar design en chauffages. In Brussel is het de mengeling van regenbuien die nooit verteerd werden, wafels en goten. Leuven, ontdekking van de laatste weken, heeft sporen van fruitsap door zijn straten zweven, net zoet genoeg om het te merken. Voor de rest: keurigheid. Al die geuren roepen associaties op die sporen terug trekken in m'n jeugd. Het is ongelooflijk als je er bij stil staat hoe veel patronen en codes er door onze lichamen en persoonlijkheden lopen.

We komen nog maar net ter wereld of we worden deel van een religie, een gemeenschap met eigen normen en waarden, en maken dingen mee die onuitwisbaar zijn, maar verborgen worden onder lagen en lagen gegevens die in onze hoofden geschreven worden met hete naalden. We staan vol tatoeages. Sommige markeringen zijn zichtbaar of zelfaangebracht. Weinig mensen weten dat we net als tijgers strepen hebben, maar ze zijn alleen maar zichtbaar onder infraroodlicht, maar ik zoek precies de dingen die niet waarneembaar zijn met gewone ogen en oren.

We zitten naast elkaar in het donker te kijken naar beelden van uitgekiende miniaturen die parlementen en insectachtige bloemen verbeelden. Aan de ene kant vertelt een Japanner een verhaal over een huwelijk en familiekwesties, aan de andere kant zegt een Ier ook iets, maar ik ben te druk bezig om me er van te vergewissen dat hij effectief een Ier is, dat ik niet luister naar wat hij zegt. Ik probeer samen te smelten met het nu. Geen makkelijke opdracht, omdat de imprint ter hoogte van mijn rug zegt: dit zijn de boodschappen uit het verleden, de dingen die niet zo maar weggaan als je je ogen dicht doet. Over mijn vingers staan tien andere zinnen geschreven, elk van hen onafgewerkt, zoekend naar ontbrekende zinsdelen.

Even later is er eten. Een koter loopt rondjes rond tafel. Ik kijk naar de persoon die tegenover me zit, en zie een gezicht dat niet kan liegen. Dat maakt conversaties zo veel makkelijker. Eerlijk zijn is de lagen afleggen. Een voor de hand liggende associatie is kleren laten vallen of pasgeboren of dood zijn, maar het is niets van dat alles. De lagen mens, verleden en hoop afleggen is geen kwestie van uitkleden of primitiviteit, maar rust. Observatie zonder oordeel. Een schematisch model van de mens opmaken als een wereld met geologische lagen die in elkaar overvloeien. De vergelijking is niet zo gek. Alles zit in een wereld, is een wereld en draagt werelden in zich. Het zou me niet verbazen als de pasta op haar bord een fractaal is, net als sommige schelpen en bloemen.

De wereld van elke mens heeft een middelpunt en dat is bij de meeste mensen verstoord. Ze beschrijven banen van het ene extreem in het andere, rusteloos zoekend, nu eens te ver van hun zon, dan weer te dicht. Bij het perihelium is de ene mens een hedonist of een sadist, bij het aphelium wordt hij een monnik en een masochist. Het is filosofisch gegoochel dat je ook wel kan vinden in talloze zelfhulpboeken, denk ik, terwijl ik later een paar kraaknette winkelramen in me opneem. Opnieuw fruitsap. Ik ken mensen die om de zo veel tijd zichzelf proberen heruitvinden, en dat is vermoeiend. Het is even vermoeiend om mensen te kennen die koppig weigeren hun volmaakt cirkelvormige banen te verlaten. Anderen blijven satellieten invangen, of worden er zelf.

Leuven en zijn netheid liggen nu achter ons, en het hinterland van Vlaamse lintbebouwing en industrie doemt op. Wat de horror is van het Amerikaanse suburbia met de witte tuinhekken, is fractaalversie van FC De Kampioenen voor het verkavelde Vlaanderen. Ook dat is een imprint, gebrandmerkt aan de onderkant van m'n tong: er zijn mensen die ik nooit zal begrijpen. Het maakt me hulpeloos. Aan de andere kant mogen we al van geluk spreken dat we onszelf begrijpen, en naast me zit iemand die die kunst ook lijkt te verstaan. We doen dat voorzichtig.

Hoe zou het zijn als ik alle lagen van alle dingen kon lezen door handoplegging? Vervelend, allicht. De meeste kennis is uiteindelijk banaal. Laat ik dus over middelpunten, kernen en para-zintuiglijke indrukken zeker ook niet te druk doen. Het is al wonderbaarlijk genoeg dat we ondanks de jaarringen die we allemaal hebben, met elkaar kunnen praten, en elkaar kunnen raken.

maandag 25 maart 2013

Protovision

Drie

Een ritmisch gekwetter vult de kooi van de wagen. Een gesprek helt over en weer en springt van onderwerp naar onderwerp terwijl de grijze hemel bij mondjesmaat sneeuw uitstrooit over de E40 richting Brussel. Een versie van een links cliché wil dat je drie progressieven bij elkaar moet zetten om een splinterbeweging te genereren, maar niks is minder waar. Van Gent tot Wetteren wordt gewikt en gewogen of de auto wel normaal rijdt, van Wetteren tot Aalst worden lezingen en panelgesprekken besproken, en voorbij Aalst zitten we in het domein van de psychopathologie.

Het is het soort ritten dat absoluut geen muziek nodig heeft als achtergrond omdat niemand zich onbetuigd laat in een gesprek. Lichten worden gezwind genomen, afslagen gaan als vanzelf en ook de smerige tunnels van Brussel worden er op de koop toe bij genomen. Brussel: altijd ambigu, soms springlevend, soms dreigend, hier en daar een glimp van grandeur, daar weer het ranzige broertje van Parijs, maar nooit minder dan imposant in zijn negentienvoudige schizofrenie. In achteruitkijkspiegels valt evenveel te beleven als door de voorruit. Het is treffend dat we de auto achterlaten in een hippe buurt waar een vervallen slager slechts door een steeg van een hip café gescheiden wordt, en waar een Vlaamse cultuurtempel gestut wordt door tippelende prostituees.

Twee

Ondanks de muziek, die zich met elektrische voelsprieten voorzichtig naar boven en achter beweegt door de kleine wagen, is alles om ons heen bevangen van stilte. Of beter: het is een moment om stil van te worden. Aan dertig kilometer per uur, niet meer, door een sneeuwtapijt rollen terwijl de vlokken als een onderbroken gordijn van zijde de auto tegemoet blijven komen. Er is nauwelijks licht, buiten wat schijnt uit het wit. De kaarsrechte straten, geflankeerd door keurige burgerhuizen, zijn verlaten. Dit zou het einde van de wereld kunnen zijn zoals afgebeeld op postkaarten. Maar naar wie zou je zo'n kaartje sturen?

Omgeving Leuven. Tankstations rijzen op langs beide zijden van de weg. De sneeuw heeft een statige loper uitgerold voor vermoeide reizigers. Het zijn momenten om elk apart stil te zetten, en de weinige woorden die gewisseld worden, lijken dat alleen maar te onderschrijven. Warp20, de verzamel-cd, doet zijn werk als dialoog met het landschap al voldoende. En wij zitten naast elkaar, van traag bewegend door rechte lijnen tot stilstaand in het duister. Een lampje brandt: er moet getankt worden.

Eén

De woede van de goden is nog niet gaan liggen. De E314 is een zwarte piste, en alleen de radio houdt de verloren chauffeurs hier nog onvermoeibaar gezelschap. Bruggen worden uitdagingen, de weinige andere sherpa's die door deze hels witte nacht moeten, zijn potentiële Ötzi's, obstakels en sneeuwmannen. Om de seconde moet er bijgestuurd worden om niet weg te glijden en als een stalen sneeuwbal ergens langs een vangrail te schrapen, en ik denk aan de berghut met benzine die nog op me wacht.

Aan het tankstation buiten Brussel dient weinig gezegd te worden door de bemutste en bejaste overlevenden van het spektakel van een late winter. Sneeuw danst en springt nog steeds onbekommerd voort, en ik heb mezelf beloond op proviand. Na het tanken trekt de auto eerst nukkig tegen, dan voorwaarts, dan zijwaarts en dan toch weer huiswaarts. Als een grijze pijl, een wazige vlek in een ruisnacht, schiet ik over vorst en hevig wit. En ik weet: vannacht zijn er geen doden gevallen en zullen er ook geen meer vallen. We zijn allen veilig en verwarmd.

zondag 17 maart 2013

Тридцать

01 - Heet en voorzomeronweer. Geboren op een fatale dag. 'Beat it' van Michael Jackson bovenaan alle hitlijsten, new wave trekt een duistere klad eyeliner over de horizon. Kitsch en duisternis.

02 - Afgebleekte dia's. Het rosbiefgezicht van Ronald Reagan en de wijnvlek van Gorbatsjov. Moeder met corsages, vader verliest zijn baard. Ik had een Aalstenaar kunnen zijn.

03 - Eerste broer, eerste herinneringen. Eindeloze beige gordijnen, familieleden die ruiken naar sigaretten. Ik moet stoppen met op m'n twee middelste vingers te zuigen. Spoken en koortsdromen in een krakend huurhuis.

04 - Boven onze hoofden ontploft de Challenger en scheert Halley langs de wereld. Zag ik nu eigenlijk een ufo of was het maar mijn verbeelding. Club Dorothé in het antediluvische tv-tijdperk.

05 - Tweede broer, waar komen kindjes vandaan? Zo veel onwetendheid. Sinterklaas blijkt niet te bestaan, van daar af gaat het langzaamaan bergaf met geloof in bovennatuurlijke entiteiten.

06 - Oneindige zomers met speelpleinwerking, gevechtjes en refters die ruiken naar soep van grootkeukens. Om nooit meer te vergeten. Ik trouw in de kleuterklas. Ze laat me zitten voor mijn idool, Koen Wouters.

07 - Eerste belangrijke mediaherinnering: executie van Ceaucescu, live in de huiskamer. Ter land, ter zee, te lucht en zonder steunwieltjes. Ik probeer opzettelijk m'n eerste toetsen te verknoeien omdat ze me niet interesseren.

08 - Alles zal 3D worden. Luide prints maken plaats voor de jaren van pastel en fin de siècle. Hier worden volop kiemen gelegd in zandbakken, valse planten en m'n allereerste doos Lego. Ik begin verhaaltjes te schrijven.

09 - God wordt bij slaapkamerdecreet verbannen. Verhuizing naar een bestaan waar de tv zo goed als afwezig wordt en een tuin vol steengruis. De Sovjetunie lost op in de fantoompijn van een dronken Boris Jeltsin.

10 - Gat in het geheugen door totale saaiheid. Pretparken die vergeven zitten van de bijen en iemand zien stikken in rijstpap. Dolle boel, dolle boel. Ik ontdek de eurodance en injecteer ze recht mijn hart in.

11 - Een verjaardasfeestje met een zelfgemaakte schatkaart en een doos snoep in het bos. Gepest worden. Zien hoe eindeloos kil en ondiep de spankracht is van de meeste volwassenen. Waarom krijg ik les van een kortgewiekte dwerg?

12 - Verliefd op het mooiste meisje van het kamp en het niet durven zeggen aan niemand niet. The first cut is the deepest. Zelfgemaakte tentoonstellingen met speelgoed. Waarom ruikt het huis van pépé naar urine?

13 - Grootste vis in de kleinste vijver, van gepeste naar de baas. De dagen van de echte eurodance zijn geteld. Ik zit strips te maken en verlies me in de demonische wereld van Doom, verlicht door de asse van vaders pijp.

14 - Terug naar af in het middelbaar, prutser extraordinaire, staartje van de klas bij de slechtst aangepasten en de toekomstige probleemgevallen. Ik puber hard en lastig. De snor van Dutroux legt een vette schaduw over het land.

15 - Ik maak kennis met Joeri, het begin van een eeuwige vriendschap. Wat waren we een stel trieste pubers samen, maar volstrekt schadeloos. De groei wordt ingezet, en de eerste zinnen van de Conduit-cyclus komen op papier.

16 - Stinkgas en nepdrollen in Londen. De rivaliteit van kemphanen: in de ene hoek een verongelijkte jongen met een kanariegeel t-shirt, in de andere hoek een dikkerd met hoge stem. Ik heb me haast doodgelachen.

17 - Live radio-uitzendingen vanuit mysterieuze discotheken. Het voelt aan alsof ik SETI ben en het uitspansel zit af te speuren op buitenaards leven. De Boeddha maakt zijn blijde intrede.

18 - Worstelen om ter plaatse te blijven trappelen. Kennismaking met de zelfverklaarde leiders van morgen. Veel bravado, weinig prestatie, beetje zoals Servië. Er worden vele wenkbrauwen gefronst.

19 - Smurfen tekenen op fysica-examens. Brandende torens in de Verenigde Staten en de wijsvinger van Osama. Seks bleek initieel een tegenvaller, het eerste lief een giftig geschenkje.

20 - Gedumpt worden op je verjaardag: oncoolste ding ooit. Loungemuziek verovert alle cafés te lande. Cantussen en de genadige dood van fout ondergoed. Ik woon in een gekkenhuis: opera, obesitas, heroïne en varkenshoofden zijn m'n buren.

21 - De grote twee wordt een uitzwaaien van eilanden van een decennium. Zomer der barbecues. Frankrijk in Technicolor, en schrijven, schrijven, schrijven. Trauma's worden omgewoeld: van anderen en van het zelf.

22 - Overal luitenanten en langs alle kanten halen mensen bakzeil. Niet ik. Kleine, betalbare kamers op de studentenhome. Etensresten van Indonesiërs en een Poolse met een breedbeeldgezicht. De tunnel van de poëzie gaat feestelijk open.

23 - Eindelijk sterft de nu metal. Electro slaat in en doet me niets. Een relatie gaat nucleair en een psychotische dokter maakt rondjes langs een expressweg. Honden doen me niezen. Nieuwe superkracht: herrijzenis. Baas.

24 - De stad neemt opnieuw een donkerder kwaliteit aan. Slechte Duitse vertalingen. Gemaskerd op podia, vechtend in sportzalen. De pen produceert slechts afval. Tv-sterren lijken steeds gepolijster te worden.

25 - Verplettering en kamerplanten. Dit moet wel werk zijn. Engels met West-Vlaams haar op, glimmende Chinezen en het grote ontsnappingsmechanisme. Dolers en denkers.

26 - Omvervallen als het nieuwe jaar een paar seconden oud is. De wilde nachtelijke ritten met de spookbroeders-schrijvers en hun eigen vluchten van gevogelte. Kruimelsporen van letters en spijt.

27 - Het jaar valt onder het Chinese teken van de goth. Vele kale mannen in grote zalen en de intense hitte van een brandzomer. Verjaardagsfeest lijkt op het accretieproces van een nieuw zonnestelsel. Geniet, geniet, geniet.

28 - Chicago, waar hesp tussen een broodje drie centimeter dik is. Zwarte taxichauffeurs en zwaarbewapende agenten. Museums waar men luidop praat. Vaudevilles in de slaapkamer, slapstick op straat.

29 - Vlammende lente in de Arabische wereld en het Engelse gebit van Leeds, ingepakt in spandex. Wandelen door landschappen waar schapen geen ogen meer hebben. Stijgen en afdalen.

30 - Forse tegenwind. Kilometers rennen met de eigen adem in de vacht. Brussel in zijn glorieuze verbrokkeling. Schrijven naar een nieuw niveau, op het ritme van de lachband van de sociale media. Een advertentie voor een hoofdkussen.