Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling gedachten en semi-dagboekfragmenten daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van Anton Voloshin. Deze blog is momenteel afgesloten. Na 9 jaar columnistiek was het tijd om dit trouwe trekpaard even op stal te laten. Mijn 99 beste columns kan je geredigeerd en wel in boekvorm terugvinden: 'In de vorm van een vogel' is gratis beschikbaar als download in PDF en in EPUB-formaat.

dinsdag 19 januari 2010

Sign o' the times

De Sumeriërs zijn het oudste bekende volk dat kon schrijven. Naar verluidt beklaagt een anoniem gebleven Sumeriër zich in één van die logge, in spijkerschrift opgestelde tabletten, dat de jeugd er niets van bakt. Hij beschuldigt hen van zedenverval, respectloosheid voor ouderen en algemene domheid. De schrijver was ervan overtuigd dat de wereld spoedig zou vergaan. Dat spijkerschrift nu niet bepaald even een blogtekst uit de losse pols schudden was, maar veel werk en voorbereiding vergde, toont aan dat de arme Sumeriër het best de moeite moet gevonden hebben om het op te schrijven.

Intussen zijn we zo'n zevenduizend jaar verder. De wereld bestaat nog altijd, en nog steeds is jongeren overladen met de zonden van Israel een populair tijdverdrijf. Ik zit nog niet op de derde tram en heb geen ring aan mijn vinger, maar ik voel ook al de zenuwen knetteren als een groep uitgelaten jonge honden op de trein te hard lacht, te oninteressante dingen zegt of zit te spelen met te luide mp3-spelers waar steevast te slechte muziek uit komt geschald. De jeugd is rotverwend, mondig maar zonder diepgang, seksueel losbandig maar liefdeloos, en allicht nog gewelddadig ook.

Als dat al allemaal waar is, dan hebben ze dat zeker niet alleen aan zichzelf te danken. Men wijst naar de ontzielde televisiecultuur die een eindeloze stroom voorverpakte banaliteit afvuurt op de onnozele kinderen. Of men zet een boompje op over de hyperseksuele muziekcultuur waarin alleen plaats lijkt voor de meest ge-airbrushte clichés van schoonheid en machismo. En dan die porno, en de gewelddadige games. Dat was er allemaal niet in de jaren '50. Nee, toen was het nog normaal om door een in een habijt geklede maagd van door de zestig slaag te krijgen om linkshandig te zijn. Toen was de dorpskermis, met een tent mismaakten, met DDT bespoten maaltijden en idioten die zich voor vijf frank een oplawaai lieten verkopen, nog het hoogtepunt van een jaar. In de jaren '50 wist men nog wat respect was, omdat men bang was om gestraft te worden.

Mensen die zich nog vaag herinneren of gebladerd hebben door oude foto's, zullen nu de vinger heffen en me tegenhouden nog enkele spijkers in dit tablet te staan. De autoritaire leefwereld was ook niet goed, maar zijn we nu niet te veel naar de andere kant doorgeslagen? Moeten we niet op zoek naar het compromis. Als iedereen de mentaal gehandicapte versie van Aristoteles wil uithangen door te pleiten voor een vage middenweg, dan belandt men vanzelf in het kielzog van verstokt links dat dweept met de late jaren '60. Wat een goede middenweg was dat, die hippieperiode. Men bereikte meer burgerrechten en homo's werden langzaamaan niet meer levend verbrand in het Westen, maar men maakte zich makkelijk af van de dekolonisatie door de Derde Wereld in een permanente staat van infantilisatie te houden (nog zilverpapier voor de negertjes, iemand?). En die brave hippies smoorden hun brein leeg, of besloten dan toch maar te gaan voor een rijhuis met hond en kinderen - bevrijd opgevoede jongeren die twintig jaar later met een nekmatje in Millet-jassen zouden rondlopen.

Laat me dus nog even verderspijkeren. Ik mag me graag ergeren aan slecht opgevoede etters, maar ik ben democratisch in mijn ergernis. Het klopt, klopletter ik, dat we allemaal tenonder gaan. Maar aan de overgediagnostiseerde, jeugdige jeugd die al te vroeg kan kijken naar de goorste porno, zal het niet liggen. Het zal liggen aan de mannen en vrouwen die elk twee auto's wilden, of vreemdelingen de schuld gaven van hun eigen problemen. En de generaties voordien, die systemen uitvonden om te discrimineren, te overorganiseren, om wolven in schaapsvacht te kunnen blijven en om excuses te blijven verzinnen waarom ze zelf de verantwoordelijkheden niet moesten dragen die ze met het gewicht van negenduizend ton hebben doen neerdalen op hun eigen nakomelingen. Het is niet van luide muziek dat ik bang ben. Het is van een korte hoofdknik van iemand in een veel te hoge toren, of het fervente staren van een paranoïde buurman. Nog leeft Sumer. Maar hoe lang nog?