Het is bijna Wereldbeker Voetbal, een evenement waar ik steeds naar uitkijk maar net zoals sociale media en het Eurovisiesongfestival compleet bedorven is geraakt door de coalitie aan fascisten, techmiljardairs en dictators die de wereld regeert, en ik neem dat bijzonder persoonlijk. Ik ben er zeker van dat ze in achterkamers op Davos samen hebben gezeten en besloten hebben dat ze er alles aan zouden doen om alle plezier uit mijn leven weg te nemen. Ik sta zo goed als machteloos. Sinds eind 2024 heb ik afstand genomen van de dagelijkse mallemolen van het nieuws, dat er enkel erger op wordt, zowel in binnen- als buitenland. De volumeknop staat ongezien luid. De beunhazen waar ik vroeger over kloeg die zich opiniemakers noemden, zijn nog beunhaziger geworden, hypocriete politici zonder geweten nog hypocrieter en gewetenlozer, en genocides nog genocidaler. O ja, en als het al een bende debielen was, zijn ze ook nog eens debieler geworden.
Er is zo weinig verzet, en ik besef dat ik deel ben van het probleem, al heb ik nooit fysiek op de barricaden gestaan. Mezelf opbranden voor wat uiteindelijk futiel is, is zinloos. Ik wil gerust m'n kar hangen aan een echt verfrissende beweging die iets kan bereiken, maar ik ga zelf niet het steekvlammetje zijn. Niet omdat ik bang ben om veel te verliezen, eerder omdat ik al weinig heb. M'n chronische ziekte maakt me kwetsbaar, m'n gevoeligheid ook. En de energiereserves waar ik spaarzaam op moet zijn besteed ik liever aan creativiteit, leeswerk, archieven cureren, vrienden en mijn lief (nadat werk en administratie al met 75% zijn gaan lopen). Dat lief ga ik trouwens binnenkort nog eens bezoeken. Het maakt me blij dat ze er is, dat ze bestaat. Met het glijden van de maanden ben ik haar almaar mooier gaan vinden, en dat heb ik haar ook gezegd. Het is belangrijk om zoiets te zeggen, vind ik.
Het zijn warme maar ook natte dagen met veel regen, en door die regenvlagen hoor ik nu en dan 'Wish I didn't miss you anymore' van Angie Stone, een nummer waar ik al jaren niet meer aan heb gedacht, maar ik weet waarom. Rond deze periode, 24 jaar geleden, was het weer gelijkaardig warm en nat, kwam er ook een Wereldbeker Voetbal aan en was dat nummer één van de soundtracks van het einde van mijn tweede relatie. Het is niet de terugkeer van Saturnus (dat zou 29 jaar moeten zijn), maar het is niet raar dat met de terugkeer van de cycli van sport en weer ook muziek terugkeert. Laten we hopen dat Megan niet hetzelfde besluit als Fien indertijd, maar op dat front zien de zaken er goed uit.
De 24 jaar die beide fases scheiden voelen aan als veel sneller verlopen dan de 19 jaren daarvoor en de wetenschap helpt dat simpel te verklaren, want één jaar op 43 is een 43ste van je leven, terwijl één jaar op 20 een 20ste van je leven is. De paradox is wel dat veel mensen zich van de allertraagste jaren weinig tot zelfs niets herinneren, iets wat ik me altijd heel moeilijk kon voorstellen omdat ik van die eerste jaren wel veel herinneringen heb. Je zou die herinneringen "formatief" kunnen noemen maar dat lijkt me eerder een Hineininterpretierung, vooral omdat veel memorisatie niet bewust gebeurt en al zeker niet voor een zekere leeftijd. De eerste keer dat ik me kan herinneren iets bewust te herinneren, gebeurde toen ik een jaar of 4 was. Ik zat ik naar televisie te kijken en vroeg ik me af hoe lang het mogelijk was om iets te onthouden, dus nam ik me voor de volgende zin die ik hoorde, zo lang mogelijk te onthouden. Ik herinner me die zin nog altijd: "Het was Panda". Ik zat te kijken naar de cartoon Seabert, over een zeehond en twee kinderen in Groenland. Over cycli gesproken: 39 jaar later is Groenland nauwelijks uit het wereldnieuws te bannen. Maar ook hier speelt een vooroordeel en rol, want een éénmalige vermelding van een locatie of een gebeurtenis die één keer plaatsvindt ga je weren uit je instinctief patroonzoekende brein, waardoor veel zaken misschien cyclischer lijken dan ze zijn.
Ik probeer het verleden niet te zien door een roze bril. Maar ik ben er zeker van dat ik op m'n 4de nog niet zo veel symptomen had van mijn ziekte als op m'n 19de, en op m'n 19de nog niet zo veel als nu. De pijn en de huidproblemen zijn over de jaren gemigreerd, maar eens ze ergens in of op m'n lichaam zijn geweest, blijven die plaatsen gevoeliger voor opstoten in de toekomst. De genetische loterij is niet fair. Het DNA dat me perceptiever heeft gemaakt en sneller doet nadenken dan anderen, heeft me ook kwetsbare gewrichten opgeleverd en een mentale dispositie tot mistige melancholie en het schrijven van dubieuze poëzie.
"Het is hoe je ermee omgaat dat telt," zeggen veel mensen, gaande van de m/v in de straat tot filosofen als Zeno en Marcus Aurelius, en dat zal best wel zo zijn, maar het zou toch mooi zijn als het allemaal niet hoefde. Ik wenste dat ik niet hoefde te vechten, of steeds weer te incasseren. Het "niet hoeven", dat lijkt me toch een mooie gelukstoestand. "Niet hoeven" is trouwens niet hetzelfde als "niets doen", "niet hoeven" betekent meer betekenisvolle keuzes kunnen maken. Je kan argumenteren dat ik op dat vlak een luxueuzer leven lijd dan 95% van mijn voorouders, maar dat maakt mijn problemen niet minder reëel. Integendeel, de Grote Problemen die ons omringen zijn macro-existentieel op een ongezien niveau: wereldwijde verhitting, globaal fascisme en techbro-miljardairs bestonden simpelweg niet in 1826, 1226 of 226 en waren nog maar een glimp aan de horizon in 2002.