Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling gedachten en semi-dagboekfragmenten daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van Anton Voloshin. Deze blog is momenteel afgesloten. Na 9 jaar columnistiek was het tijd om dit trouwe trekpaard even op stal te laten. Mijn 99 beste columns kan je geredigeerd en wel in boekvorm terugvinden: 'In de vorm van een vogel' is gratis beschikbaar als download in PDF en in EPUB-formaat.

donderdag 26 mei 2016

Heimelijk

Toen ik een jaar of zes was zijn m'n ouders op een keer vergeten om me naar bed te sturen. Mijn moeder had een bloemenwinkel en was die avond naar de groothandel gegaan om inkopen. Vader stond haar nadien te helpen bij het maken van bloemstukken in de werkplaats achter de winkel. In de woonkamer zat ik te kleuren terwijl ik luisterde naar een cassettetape van Lecturama, waar sprookjes voorgelezen werden en er telkens een belletje rinkelde als je de bladzijde van het bijgeleverde boek hoorde om te slaan. De tapes zelf zaten dan weer opgeborgen in een koffer die de vorm had van een gigantisch boek. Terwijl de tape afliep en het licht buiten dimde, hoorde ik mijn ouders vlijtig verder werken in de werkplaats met hun eigen muziek erbij. Ik voelde me in alle stilte en vergetelheid een heimelijke overwinnaar omdat ik al minstens een uur te lang op was.

Je herinneringen kies je niet altijd, zeker niet van een tijd waar je nog niet werd geacht dingen vanbuiten te leren volgens een bepaald stramien of omdat er cijfers aan vast hingen (niet dat zo'n stramien ooit motiverend werkte voor mij). Maar waarom is het die herinnering die kristalhelder kan opgeroepen worden en niet wat ik de dag erna of de dag ervoor deed? Is het eigenlijk niet eerder zorgwekkend dat we zelden zonder externe hulpmiddelen ons leven maar heel vaag chronologisch kunnen navertellen? Nee, want daar dient ons geheugen in feite niet voor. Herinneringen zijn boodschappen die moeten dienen als waarschuwingen of gidsen en hangen samen met emoties. In dit geval mijn eerste bewuste herinnering aan de heimelijkheid.

De heimelijkheid en ik hebben een lange geschiedenis. Zo wandelde ik 's nachts graag binnen en buiten in diverse cafés en had er gesprekken met volslagen onbekenden. Of als tiener lag ik in 't geniep te lezen in bed met enkel nachtstilte en een lampje dat op dimstand stond. Nu nog steeds heb ik de onverkwikkelijke neigingen de uren rond middernacht te stelen als iets dat enkel van mij is en bij mij hoort. In die tijdnissen bestaat er geen plicht, geen afwas die moet gedaan worden, geen rapporten die op tijd moeten ingeleverd worden. Er bestaat in die uren ook geen modebesef. Zelfs de kater mag er niet bij zijn: die moet dan in zijn mandje gaan liggen of desnoods op mijn bed wachten tot ik zelf kom slapen. Zou hij ook van die herinnerde gevoelens hebben?

Ik ben vaak bezig met nagaan waar gewoontes en gedragskenmerken vandaan komen bij anderen en bij mezelf. Ik wil ze terug kunnen traceren als een soort lichtend pad, al is de echte keten van oorzaak en gevolg veeleer een constructie van giswerk dan een stalen feit. Want waarom precies geniet ik van heimelijkheid, buiten een erg milde vorm van iets uitspoken wat niet 100% hoort? Voor een stuk omdat het een verdwijntruc is. Ik ben een zeer aanwezig persoon en dan nog het meest van al in mezelf. Vrienden en familie zullen dat soms tot hun jolijt en soms tot hun chagrijn kunnen bevestigen. Heimelijkheid ontslaat me paradoxaal van mijn eigen aanwezigheid. 's Nachts kan ik dan even naar het balkon en zonder specifieke dingen te denken kijk ik naar de bomen aan de overkant van de straat, dan links en rechts, in de wetenschap dat er geen auto zal komen en dat ik mogelijk de enige persoon ben die nog op is in de buurt.

In m'n heimelijk uitgegraven holtes en grotten kan de druk eraf. Er is veel dat ik met alle oprechtheid juist wil doen. De rekeningen moeten een beetje kloppen en daar waar ik tekort schiet, voel ik m'n tanden al knarsen. Zoals piekeren over hoe lang het geleden is dat ik bepaalde oude vrienden nog zag en dat we elkaar stilletjes losgelaten hebben zonder dat er een echte oorzaak voor was. Of dat ik vorige week te laat was op het werk en dat gênant vond. Of ik vraag me af of het wel oké is om zo veel te willen van het leven wat ik misschien nooit ga kunnen krijgen. Die pirouettes van het verstand houden dan even op met draaien. Dan ben ik heerlijk alleen terwijl het leven, het werk, de slaap en weet ik wat nog onverbiddelijk verdergaan in een gigantische werkplaats. Soms ruik ik nog de geur van bloemstengels en zie ik mezelf nog steeds die jongen inkleuren die met zijn brommertje tot op de maan was geraakt.

dinsdag 17 mei 2016

Enkele losse bedenkingen bij 'Komen eten'

Zo nu en dan, op gestolen momenten, of ogenblikken als vandaag dat ik ziek in de zetel hang, blijf ik tijdens het zappen enkele minuten bij 'Komen eten' hangen. Een vriend die meer houdt van uitlach-tv dan ikzelf zei ooit dat de perfecte 'Komen eten'-constellatie een patser, een bimbo, een dommekloot en een homo was. Mij verbaast vooral waar ze die paljassen van blijven halen. Eerst wordt Kevin neergezet, een wandelende tak die probeert zijn West-Vlaamse wortels tussen de bieten te verbergen. Hij schiet uit de startblokken door zijn singleschap van de daken te schreeuwen en is direct al onder de indruk van Nina. Nina zouden ze bij ons in de streek vroeger "goed van poten en oren voorzien" noemen. De voice-over druipt van de zwaar beladen ironie. Dat is het tweede aspect dat me voor een raadsel stelt. De deelnemers weten allemaal dat de presentator hen gaat belachelijk maken. Is de hang naar "eens op tv komen" zo groot dat ze er zich voor het oog van Vlaanderen de belegen grappen en makkelijke binnenkoppertjes van de presentatie willen laten welgevallen?

Mijn eigen eetlust is vooralsnog niet aangescherpt als de derde deelnemer verschijnt, een Scandinavische vrouw van middelbare leeftijd die door het programma al direct als een soort MILF weggezet wordt. Tot dusver nog geen bimbo's, patsers of echte dommekloten te bespeuren. De vierde deelnemer, Frank, blijkt dan wel homo te zijn, maar hij draagt het soort treurpolo's die Ronny's in de jaren '90 droegen als ze naar scoutsfuifjes gingen. De vier deelnemers gaan voor hun versie van het ongedwongen gesprek, waar cliché op cliché gestapeld wordt als stevig in elkaar klikkende Duplo-blokken. Ik ben nog maar vijf minuten aan het kijken en het wordt me nu al droef te moede.

Een derde mysterie dient zich aan: als deelnemer weet je ook dat de andere deelnemers je vaker wel dan niet te zitten uitschijten als ze alleen zijn met de camera, terwijl ze een halfuur eerder nog vriendelijk zaten te lullen in je zetel. Ik bedoel: waarom zou ik drie onbekenden willen uitnodigen die nadien in mijn eigen huis mijn kookkunsten mogen beledigen? In mijn achterhoofd hoor ik nog zo'n relict van de jaren '90, de fameuze Man van Melle, semelen dat het niet voor hem is, "maar voor mijn eenzaamheid".

Nina serveert duidelijk geen al te goeie aperitief. Te zoet, te grote stukken fruit, geserveerd volgens de foute etiquette. Ik krijg er compassie mee en een opstoot van weemoed naar de tijd waarin het eten was wat de pot schafte. Mijn broers en ik moesten soms logeren bij onze grootouders, mensen die een serre bestierden en als hobby veeboerden, honing maakten en duiven hadden. Nu is dat allemaal hippe shit, maar mijn grootvader was zowat de minst geschikte gastheer voor wufte hippies. Aan tafel werd gezwegen, buiten de occasionele, schaamteloze scheet van mijn grootmoeder. En als één van mijn broertjes iets niet lustte, gromde grootvader gewoon "gien prêten van thuis hiere".

Kevins enthousiasme over Nina als potentiële nieuwe Mevrouw Kevin is intussen afgekoeld als blijkt dat Nina tegen haar 25 al een boreling aan de tepel wil. Frank trekt in afwezigheid van de gastvrouw een stuk los uit het versierstuk op tafel, waar volgens hem "precies wrakhout" in drijft. Niets ontsnapt aan de kennersblikken van deze lieden. Misschien is dat de aantrekking: hoe bescheten ook, ze kunnen één week lang de expert over iets uithangen waar iederéén zichzelf eigenlijk deskundig over acht. Het verbale pak rammel en zelf bekritiseerd worden door hunnesgelijken nemen ze er dan maar bij.

Van de echte tafelconversatie zie je nooit veel bij 'Komen eten'. Ik vraag me af of ze buiten de camera's dan bijvoorbeeld driftig discussiëren of 'Captain America: Civil War' wel echt zo'n goeie actiefilm was, of hoe Franks beursaandelen geleden hebben onder de wanprestaties van Perrigo. Of misschien moeten ze er een ranzige racistische opmerking uitsnijden van Katrin, de Arische inwijkelinge met de houtnerven in het gezicht. Mijn fantasie is spannender dan de meer plausibele werkelijkheid: vier mensen die elkaar nog nooit eerder gezien hebben, dat zal zelfs in de beste omstandigheden en met de fijnste persoonlijkheden moeizame tv opleveren. En hier, met dit monster van het Vlaanderen-van-Jan-de-lul? Verheffend zal het niet zijn.

Alles is montage, maar wat me opvalt is dat deze mensen niet bepaald ruim bedeeld zijn in de metareflectie. Ik zeg niet dat het dommekloten zijn. Alleen zou ik me in hun plaats zo bewust zijn dat alles gefilmd wordt en dat iedereen op de loer ligt om je de ezelskap op te zetten, dat ik vanzelf zou terugvallen in een soort defensieve lethargie. "Zelfs dwazen worden wijs geacht als ze zwijgen, en helder als ze hun mond houden" (Spreuken, 17:28). Bij deze mensen lijkt eerder de uitdrukking te passen: "Give them enough rope and they'll hang themselves." Terwijl de deelnemers eten komt er nog een gedachte bij me op: hoe is dit nog niet geparodieerd door een goed Vlaams comedy-ensemble? Misschien omdat het al voorbij het rijk is van de zelfparodie, met die onnozel-smeuiige commentaarstemmen erbij.

Zou het ooit voorgevallen zijn dat een gastheer of gastvrouw onbezorgd mensen ontving in een eetkamer vol nazi-parafernalia? Of dat een deelnemer plots instortte en begon te snikken en snotteren? Het is beslist al allemaal oncomfortabel genoeg, maar het is een soort politiek correcte oncomfortabelheid. Niemand die plots een enorme boer laat. Niemand die plots begint te bidden voor het eten of die foto's toont van Nudistenkamp de Kapoentjes, Zomer 2014. Of zelfs maar pakweg een liberaal die keihard in de clinch gaat met een socialist.

Ik zet de televisie uit. Alweer een kwartier van m'n leven dat ik nooit ga terugkrijgen. Mijn buikgriep is er niet op verbeterd. Daar zouden de deelnemers vast kritiek op gehad hebben.

donderdag 12 mei 2016

Vlees- en appelmoessafari

Online dating en ik zijn oude bekenden. Meer nog, mijn allereerste lief leerde ik kennen via online dating avant la lettre toen ik 17 was, op één van de allereerste sociale netwerksites die later zou uitgroeien tot de datinggigant OkCupid. Dat was 2001 toen, de hoogdagen van internet 1.0. De digitale bron van mijn liefdesavontuur werd door mijn klasgenoten voor een groot stuk op hoongelach onthaald. Liefde op het internet klonk hen in de oren als iets wat alleen was voor contactgestoorde nerds die het lef niet hadden om in de wereld van de realia een meisje aan te spreken. Nu zijn we 15 jaar later en dat stigma is zo goed als volledig verdwenen. Die klasgenoten van toen zijn misschien nu mopperaars geworden die opiniestukken leveren over die vermaledijde millennials. Met de meesten onder hen heb ik geen contact meer. Ze wonen bijna allemaal niet erg ver van hun ouderlijke huis ergens in de vele stroken lintbebouwing en verkavelde wijken die Vlaanderen-de-voorstad telt, gesetteld en al, terwijl ik de voorbije jaren verwijlde in Gent, soms in een relatie, soms ook niet. Het is wat het is.

Ik zit op de bus en scroll discreet door de parade aan potentiële partners op Tinder. Dat platform werd bij de lancering onthaald als de Messias van de dating-apps door de simpele maar geniale kunstgreep dat je enkel mensen kon contacteren bij een wederzijdse match. Dat zou het aantal ongevraagde foto's van piemels, beledigde mannelijke ego's en roekeloze spam, de trifecta van redenen waarom veel vrouwen snel online dating voor bekeken houden, indien niet doen verdwijnen, dan toch sterk terugdringen. Het platform is alleszins momenteel het meest populaire van het moment. Het heeft wel een reputatie gekregen een soort vleesmarkt te zijn, goed voor een snelle wip maar niet voor een duurzame relatie. Ik vermoedde dat die reputatie serieus overtrokken was en dat blijkt ook zo te zijn.

Het feit dat ik oppas om in de reflectie van het busraam niet mee te geven waar ik mee bezig ben aan de medepassagiers wijst toch nog op een residu van een 15-jarige schaamte. Plus: partnerkeuze blijft iets privé, uiteindelijk. De man achter mij hoeft niet te weten dat ik Mathilde (29) heb weggeklikt omdat ik vind dat ze een dikke neus heeft en zielig kijkt, maar dat ik Duckfase Jiska (30) wél rechts heb geswiped omdat ik vind dat ze nog iets heeft ondanks dat duckface.

In de media valt het ook op dat je veel persoonlijke ervaringen en opinietjes leest over het hele online datinggebeuren van vrouwen, maar erg weinig van mannen. Dat heeft vermoedelijk twee redenen. Ten eerste omdat vrouwen nog steeds geplaagd worden door het persistente idee dat hun levens (moeten) draaien om relaties, ten tweede ook omdat ik denk dat de meeste mannen die op dergelijke platforms zitten, erg weinig verhalen te vertellen hebben, behalve als ze die kunnen framen voor macho-publicaties om hun imago als Djengis Khan van Tinder op te vijzelen. Da's misschien 1% van alle mannelijke online daters. De reden? De meeste heren gaan volgens mij welgeteld op 0 werkelijke dates, of hebben zulke deprimerende ervaringen dat erover vertellen te gênant is. Hoe komt dat? Enerzijds vraag en aanbod, anderzijds veel mannen die volgens mij enorme klunzen en houten klazen zijn in hun digitale serenades aan het balkon.

Online dating stelt een massa vooroordelen en onaangename inzichten over jezelf en anderen helemaal op scherp. Ik scroll bijvoorbeeld door de foto's van Anneleen (34) en het stoort me al onmiddellijk dat haar hond in alle foto's staat. Ik denk dan, "ok, je hebt een hond, maar ik ga toch niet daten met je hond?". Of hoe enkel al de schrijfwijze van Nathaly (26) me een negatief gevoel geeft, hoewel dat perfect een erg lieve vrouw kan zijn. Dat is zakkig en ik weet het. Maar we doen het hier allemaal. Dit soort pietepeuterige kieskeurigheid wordt echter meer geaccepteerd vanwege vrouwen, die op blogs de draak steken met mannen wier glimmende torso's hun voornaamste attribuut blijken te zijn of die aan digitale dyslexie lijken te lijden in gruwelijk geschreven, creepy berichtjes. Van mijn kant erger ik me het meest aan het ontstellende gebrek aan creativiteit van de meeste profielen. De gemiddelde Vlaamse vrouw in mijn streek heeft ergens wel een foto met een glas wijn, een vakantiefoto met een prominent monument op de achtergrond, en nog een "gekke" foto met duckface, op een feestje of terwijl ze in de lucht springt.

Ik sluit Tinder af en kijk zonder al te diep na te denken door het venster naar de voorbijrollende straten en winkels. Het valt wel eens voor dat ik mensen tegenkom in de stad en me sta af te vragen waar ik hen van ken tot het me invalt dat ik hen gezien heb op zo'n datingplatform. Wat doe je dan? Van krommenaas gebaren, meestal. Nog gênanter is ergens iemand tegenkomen waar je ooit een date mee gehad hebt die nergens naartoe ging. Ik heb één keer de fout gemaakt die persoon vriendelijk aan te spreken en ik zag onmiddellijk de blinde paniek bij haar opdoemen. Een aparte ervaring, iemand op één seconde zo wit als een doek zien worden.

Naast het feit dat dating via internet ons met onze eigen mottige kantjes confronteert, is het ook een carbon copy van onze eigen genderverhoudingen. Veel dames kunnen het zich permitteren bijzonder weinig moeite in hun profielen te stoppen omdat er veel mannen zijn die schieten op alles wat beweegt en de wet van de grote getallen zegt dat er wel één keer één zal bij zijn waar het mee klikt. Ik ben niet zo'n veelschieter. Daar maak ik het mezelf niet simpeler mee, maar ik kan niet doen alsof. Nog een observatie: naar verluidt liegen mannen het vaakst over hun lichaamslengte en vrouwen het meeste over hun gewicht. Je ziet het er ook aan. Foto's van enkel het gezicht of vanuit bijzonder vreemde hoeken zijn de voorbodes van dergelijke onzekerheden.

Ik stap af en ga richting supermarkt. Nog één keer bezwijk ik voor de verleiding om nog vlug een aantal instant-oordelen te vellen. Het is mooi weer en dat maakt het kleine schermpje niet altijd makkelijk om te lezen. Ik stoot op Claudia (33), een tamelijk mooie vrouw die eerlijk zegt dat op Tinder zitten haar manier is om na een relatie digitaal ijs uit de doos te eten en op repeat te kijken naar 'Flashdance'. Ze zit er dus niet om te daten, verduidelijkt ze. Ik glimlach om haar eerlijkheid en precies daarom swipe ik rechts. Dat is nog zo'n verschil. Op een bepaalde manier kan ik me voorstellen dat al die aandacht fijn kan zijn voor het ego. Als man moet je daarentegen je ego betonneren om het niet persoonlijk te nemen dat haast niemand reageert of dat conversaties direct doodbloeden. Zes jaar geleden baalde ik daar echt van. Nu niet meer.

In de winkel is het kalm. Bij de appelmoes en de tomatensaus kruist mijn blik die van een erg aantrekkelijk meisje. Ik ga niet staren maar ze blijft in de randen van m'n blikveld aanwezig terwijl ik leeg prijzen vergelijk tussen premiumappelmoes en appelmoes van de witte producten. Cultuurpessimisten laken wel eens dat relatievorming tegenwoordig ook zo gaat. Er is wel iets van aan. Mensen beoordelen met een vingerveeg op basis van een aantal fotootjes en woordjes is onpersoonlijk. En toch, net zoals de vrouw van zoëven zijn er mensen die er altijd compleet en uniek uitspringen. Zo denk ik nog steeds aan Dina (34), waar ik gisteren drie minuten naar zat te staren omdat ze me zo ongelooflijk cool leek en hoop dat ze me ook gaat liken (spoiler: ze heeft me nooit teruggeliket). Of Sophie (25), die er uiterlijk eerder gewoon uitzag maar zo'n leuke glimlach en een grappig tekstje had dat ik instant mentaal gekieteld werd.

Uiteindelijk kies ik voor de appelmoes van de witte producten die nog net niet de echte witte producten zijn. Ergens juicht een marketeer omdat ik binnen zijn of haar segment pas en precies de verhoopte keuze gemaakt heb. De appelmoes zal er allicht niet minder goed of slecht door smaken.

(Alle namen zijn veranderd in dit stukje, mocht iemand daar nog aan twijfelen)