Over mij

Mijn foto
Anton Voloshin
Anton leest en schrijft graag, en maakt beide activiteiten met plezier wereldkundig. Tot verrassing en ergernis van zijn omgeving kon hij praten nog voordat hij kon lopen, en kon hij schrijven voordat hij goed en wel kon uitspreken of begrijpen wat hij nu precies geschreven had. Taal is zijn ankerpunt, en de zwalpende zee van teksten zijn habitat, als hij zich niet ergens in een donkere uithoek bevindt met vrienden, tabak en andere legale drugs.
Mijn volledige profiel weergeven

zondag 8 november 2009

Groter dan ons

In dit gebouw leeft men slechts van lijf tot lijf
en in slecht gehechte woonkamers
met stilstaand flikkerende ruisbeelden

Een vreemd verdriet sijpelt door de vloeren
en hecht zich aan de slapende muren
door verstopte leidingen en stenen epigrammen

Het is een discretere wiskunde van gedempte stappen
in dwarsgedraaide traphuizen en veel te hoge gangen
Ergens applaudisseert er een eenzame duivel
met maar één verweerde klaphand

zondag 1 november 2009

Stemvork

terwijl men buiten in sprankelende gesprekken meandert in maanlicht,
vang ik slechts losse letters en gedempte tonen
waarin klaterend gelach wordt tot percussie en het
deinen van de stemmen een ongebroken refrein

het is goed om alleen te zijn onder de velen,
en zich gewiegd te weten in die nachtelijke nestwarmte

het is goed als ik vanop afstand kijk en luister,
en ik in eenzaamheid één word in verstolde mensen
nu eens verenigd als vrienden,
dan weer vechtend als kemphanen

zaterdag 24 oktober 2009

Markering

Er is nu een holte in het bed waar ik waak,
nog verwarmd door tekeningen in droombeelden
van slaapkamers met duizend en één deuren

Haar naam heeft ze in mijn handen geschreven,
en kringelt zich met rook zwijgzaam uit mijn mond

En ik wacht verzegeld tot het regelmatige ademen
die holte in mijn lakenhemel terug zal vullen

vrijdag 23 oktober 2009

Hagen en kubussen

Ik moet mezelf eraan herinneren dat ik morgen vroeg op moet om te werken als ik het glas gemengde pastis, water, suiker en absint aan mijn mond zet. Dat glas is daar niet vanzelf gekomen - het werd me in de handen gedrukt door B, die binnenkort voor enkele maanden naar Australië vertrekt. Hoewel ik in mijn leven via geheel toevallige wegen al veel Australiërs ontmoet heb, kan ik me bij het land niets meer voorstellen dan die rare accenten, het operagebouw van Sydney, Ayers Rock en enkele chronisch slecht behandelde aboriginals. Het vergt in elk geval moed om zo'n radicale vlucht in het onbekende te wagen. Maar buiten zijn vele vrienden is er niet iets dat B hier echt houdt. Geen relatie, geen kinderen, geen werk, geen studies. Hij doet het omdat het nu nog kan, en, zo vermoed ik, misschien ook om dat totaal vreemde op te zoeken dat een puzzelstuk zou kunnen toevoegen aan zijn zoektocht naar wat een mens gelukkig maakt, al is dat een behoorlijk flauwe zondagspsycholoogbespiegeling. Ik geef het glas door aan S, die tegen me aan leunt alsof ik een vleesgeworden zetel ben, en kijk rond door het appartement. S zal later gelijk hebben dat we niet erg lang hadden hoeven blijven, want per slot van rekening kenden we er iedereen en konden we er gesprekken voeren die we al vaak gevoerd hebben, grappen gemaakt hebben die we op elk moment van de dag konden maken, en ons lazarus drinken zoals we ook zouden kunnen hebben gedaan in ons vertrouwde stamcafé.

Dan liever even de koelte van het balkon, dat uitkijkt over een nieuwe, fris ogende sociale wijk en een klein park met vreemd gesneden, hoge hagen. De fietsen van S en mij leunen tegen het hekken van dat park, "alsof ze verliefd zijn," zo merkte ik in al mijn meligheid even later op. We zullen B voor een half jaar niet zien, en ik weet dat hij ons en al die anderen in het diepste van zijn zelf niet echt zal missen, omdat hij beseft dat niemand volledig onmisbaar kan zijn, enkele grote uitzonderingen niet te na gesproken. Het moet bevrijdend zijn, niemand te hoeven missen. Het moet ook bevrijdend zijn om te leven zonder angst om iets te verliezen. Uiteindelijk bezit een mens niet echt iets. Het ego stribbelt tegen. Het wil niets liever dan bezitten - vriendschap, rijkdom, kennis, liefde en macht. Ik neem nog een slok van de aangelengde absint, en besef dat ze al in mijn hoofd zit, die negentiende-eeuwse, groene duivel. Ik denk ook aan het feit dat vrouwen altijd meer aandacht voor me hebben als ik in een relatie zit, alsof dat ruikbaar en zichtbaar is. Het is een eigenaardige wereld. We kunnen parken met rare hagen aanleggen alsof het kubistische kunstwerken zijn, en tegelijk zo geregeerd worden door oeroude, haast onbedwingbare instincten.

Even later gaan we huiswaarts, nadat we samen het glas suikerwater met absint en pastis plichtsbewust geleegd hebben (er was ook ergens wel vodka bij betrokken, maar geen haan die daar naar kraait). Ik voel me gerust dat ik mijn heilige zes uur slaap zal kunnen koesteren, en heb op dat ogenblik geen weet van collega's die op een bedrijfsfeestje een dikke dag later licht aangeschoten luchtgitaar zullen spelen, noch dat ik me ongewoon berustend zal voelen met een onderstroom van constante ongerustheid, hoewel ik zoiets wel zou moeten kunnen voorspellen. Ik ben vooral blij dat ik me straks naast S zal kunnen aanschurken, en me zal afvragen wat voor gedachtenpluis er in haar rondwaart, terwijl we samen onder dikke dekens zullen liggen en gesprekken zullen voeren die betekenisvol lijken op dat moment, maar mogelijk de dag erop al half vergeten zullen zijn. Terwijl we met de fiets door Gent hobbelen, over kasseien, fietsstroken en langs vervaarlijke tramsporen, denk ik aan wat er mij toe aan zou kunnen zetten om ook zo'n sprong te wagen, weg uit mijn vertrouwde stad met de torens, de bekende winkels en het altijd veranderende gezicht van de uitgaansbuurten. Ik weet het niet. Ik laat alleen mijn verlangens die diepgeworteld zijn in het nu spreken.

Eenmaal thuisgekomen is het net middernacht gepasseerd, en sta ik al met één been in de vrijdag. Ik voel dat het hele raderwerk van de ochtend erop voorbereiden, met het rituele zetten van de wekker, het avondlijke voorbereiden van het ontbijt en de rosse kater triest achter te laten in de living met zijn eten en zijn kattenbak, zich volmaakt afspeelt als een Zwitsers horloge. Ik rook nog een sigaret terwijl S zich in bed nestelt als een grote poes, nadat ze zichzelf eveneens ritueel van haar lenzen ontdaan heeft. De gedachte komt opzetten dat ik misschien hartelijker afscheid had moeten nemen van B, maar dat wordt tegengesproken door het gevoel dat ik nu eenmaal niet iemand ben die goed is in dat soort gevoelens, omdat afscheid als vanzelfsprekend komt. Misschien dat dat minder met het nu dan met de toekomst te maken heeft. Die toekomst, die altijd tantaliserend dichtbij en veraf is, en exotische plaatsen, frisse gedachten en hartverscheurende gevoelens belooft. Het is allicht permanente verliefdheid op een verlangen. Ik neem er nota van dat dit ondanks de speciale gelegenheid op zich bekeken een dag was als een ander, en dat het niet de moeite zou zijn om er ook maar een letter van op te schrijven.

woensdag 14 oktober 2009

Stroomnet

hier hang ik mijn liefde op aan ijle draden
die ik in knopen en trossen als ballonnen
en baleinen verspreid over de daken,
boven het stratenplan van warme stegen
met genoeglijk oude cafés

in die lijnen boven de stad koersen alle lichten,
en zwijgend jubelend, met geloken ogen
vonkt mijn verlangen als nooit tevoren