Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling gedachten en semi-dagboekfragmenten daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van Anton Voloshin. Deze blog is momenteel afgesloten. Na 9 jaar columnistiek was het tijd om dit trouwe trekpaard even op stal te laten. Mijn 99 beste columns kan je geredigeerd en wel in boekvorm terugvinden: 'In de vorm van een vogel' is gratis beschikbaar als download in PDF en in EPUB-formaat.

zondag 20 juni 2010

West, noordwest

Het regent veel, vandaag. Soms zijn het warme druppels die nog individuele spatten maken op het trottoir, dan weer zijn het ruisende vlagen die eigenlijk niks meer brengen dan rust, alsof de wolkenpakken boven de hoge daken zelf besloten hebben aan te manen tot stilte. Het is goed zo. Er zijn intussen landen waar ik niet meer naar terugkan. Ik heb er zelf prikkeldraad rond geplaatst. Ik denk daaraan terwijl ik voor mijn venster zit alsof het een reuzengroot tv-scherm is, of een aquarium, en met de gloed van een kop koffie rond mijn rechterhand.

Ik kijk toe hoe de zon zich verplaatst van west naar noordwest, net buiten mijn gezichtsveld. Naast me ligt een opengeslagen boek vol brieven waarin De Wispelaere de poëtische en andere waarheden van voorbije relaties probeert te achterhalen terwijl zich al een nieuwe opdringt. En hij geeft toe dat schrijvers moeten liegen omdat ze de waarheid per definitie toch nooit gestalte kunnen geven. Er is een verschil tussen waarheid en waarachtigheid, denk ik dan. Tussen excentriciteit en authenticiteit. The truth lies somewhere halfway between a lie and a fiction, zegt de omineuze basstem van The Spaceape. Ik leun vooruit en zie een sliert auto's voorbijrijden, stoppen, verderrijden. Nu en dan wordt er plaatsgemaakt voor politiewagens of ambulances. De Gentse binnenring is een roulette met duizenden balletjes.

Mijn koffie wordt kouder. Ik beklaag me de beslissing niet om hem te maken, want er zijn al genoeg beslissingen waar ik me zorgen over zou kunnen maken. Elke dag is er één tot de nok toe gevuld met keuzes, omdat we die vrijheden nu eenmaal hebben, ook al is het de vrijheid om niet te kiezen, om de wereld de rug toe te keren en alle verlangens te begraven. Het regent opnieuw. En geen keuzes maken, hoe doe je dat precies? Ook dat moet gebeuren bij herhaling, en je wint er niets mee. Mijn omgeving atrofieert - vrienden in mijn baan verdrinken hun verdriet, sommigen worstelen met de vloek van hun spiegelbeeld, anderen zitten doelloos als Nescio. Niet dat er geen wrede poëzie in schuilt. Maar soms lijkt het Nein zum Leben een aanvaardbare uitgang. Dan mogen ze van mij nu, voor mijn venster en met uitzicht op het Citadelpark, een koffiedrinkend standbeeld maken. Het is zelfs niet eens erg dat mijn boek niet uit is.

Ik stop met pogingen te ondernemen om het verleden te verkleden. De man die ik drie jaar terug was, kon voor hetzelfde geld iemand anders geweest zijn. Alleen papierwerk bewijst het tegendeel. En wie ik vorig jaar was, is eigenlijk ook niet van tel. Je herinnert je een golf ook niet van toen hij nog een schuimkop op de open zee was. Je denkt aan een golf zoals die versteend stond in een eeuwigdurend nu, voor hij over het strand rolde. Elke herinnering is import, is knip-en-plakwerk. Het is de favoriete methode om stommiteiten te rechtvaardigen of te kaderen, hoewel de feiten op zich wars zijn van interpretatie (wat ook een interpretatie is). Ik leun achterover. Het nu is een noodzaak. De toekomst is een snel stuiterende bal over de Gentse binnenringroulette.

dinsdag 1 juni 2010

Zonnewijzer

Het zijn van die dagen. Lang, uitgestrekt, fragmentarisch, gelaagd in stroken en punten en lijnen. Het gevoel van de ochtend en de zon zien priemen onder de kieren van een rolluik en de avonden die onverwachts hun troebele inkt in de hemel doen oplossen als in een traag gemaakt impressionistisch schilderij. Het zijn van die dagen van boete en extase, weinig eten en drinken met uitgerokken stembanden. Dagen waar een man van weet dat hij sterker is dan hij denkt. Ik zie mensen. Elke dag wisselen ze van positie, naam en uitspraak als in een oude kaleidoscoop, waar met elke vingerbeweging weer andere gedachten en gevoelens in hun eigen cirkel draaien. Het zijn dagen waarin gefeest wordt omdat ik jaren terug ter wereld ben gekomen, krijsend en onbeholpen, op een bijzonder hete voorzomerdag. Zo heet als een zon in augustus en zo nat als een wolkbreuk. Ik laat het lijden voor een keer voor me uit stromen door de bekasseide straten van de stad. Ik hou van het geluid dat de zware voetstappen maken. Het zijn dagen die zich oplossen in vocht.

Armen die leunen op een vensterbank. Daar en daar zitten anderen buiten en worden berichten uitgewisseld. Ik zuig elke indruk op. Enkele dagen geleden zat ik in het duister, afgeschermd van daglicht, bij de laatsten die zich nog in de nacht waanden, onder discreet neon en trillende, nabije bastonen. Gisteren speelde ik kaart. Morgen is al ingehaald door gedachten aan verleden tijden. Ik plak bladen papier aan elkaar en kauw op mijn gewonde mond. Toch zijn dit geen dagen meer van lijden. Het zijn dagen waarin het leven totterdood gevierd wordt door idioten als ik, delirisch van honger om alles te beleven en daarna diep te slapen. De laatste nachten waren er geen van slaap, maar des te meer van kristalheldere dromen. Ik zat in een landhuis waar elke kamer verlicht werd door binnevallende zonnestralen met de kleuren van graan. Vrouwen brachten me koffie en kussens. Mannen droegen gedichten en drinkgelagen aan me op. Heb ik werkelijk beleefd wat in mijn dromen plaatsvond, of zijn het herinneringen aan een parallel leven van iemand anders? Ik ben pluricentrisch. En ik maak met syllaben en haperingen veel te grote woorden, ook.

Het zijn dagen dat elke mens een betekenis heeft en een gevoel in zich draagt. Twee jonge Marokkanen die somber over straat wandelen en ook niet echt een reden tot vrolijkheid hebben, alles welbeschouwd. Een kluit dronken metalfans met lelijke baarden en bleke vriendinnen. Iemand die plots liefde vindt en iemand die ze plots verliest terwijl een derde persoon ergens binnen in een café het feest van z'n leven beleeft. Overal likken de uitgestrekte vlammen van het gebogen leven aan de mensen en de gebouwen. Zon en maan. In het diepste van nachtelijk kunstlicht zit een andere dag verscholen. En overdag bleken slechts de beenderen van dromen en indrukken. Ik ben alleen met velen. Mijn huis houdt opendeurdagen. Het zijn van die dagen van vermorzelende overweldigendheid, draaiende en kerende onvoorspelbaarheid en een intens verlangen naar verlangen. Het zijn dagen van rouw en hoop.