Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling gedachten en semi-dagboekfragmenten daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van Anton Voloshin. Deze blog is momenteel afgesloten. Na 9 jaar columnistiek was het tijd om dit trouwe trekpaard even op stal te laten. Mijn 99 beste columns kan je geredigeerd en wel in boekvorm terugvinden: 'In de vorm van een vogel' is gratis beschikbaar als download in PDF en in EPUB-formaat.

dinsdag 22 november 2016

Onder de jeuk

Beginnen op een nieuwe job is een beetje als de eerste dagen op een nieuwe school zijn. De dingen zijn er altijd weer wat anders dan op een andere school, de kinderen zien er vreemd uit, iedereen lijkt er gewoon aan tal van onuitgesproken regels en gewoontes, en daar tegenover sta jij daar maar wat te dremmelen. Sinds gisteren mag ik mezelf tot het legioen mensen rekenen dat zichzelf consultant mag noemen. Het is een klasse mensen waar ik altijd met een mengeling van scepsis en afgunst naar gekeken heb. Scepsis omdat er tussen die hoop professionele verstrekkers van professioneel advies een hoop windbuilen zitten die als huurlingen meer lijken te dienen om de legitimiteit van een manager te versterken dan om werkelijk positieve veranderingen te brengen. Afgunst, omdat ik zelf ook niets liever doe dan mijn kennis delen en verder mijn kennis vergroten door overal eens m’n neus tussen de deur te steken.

En hoe meer je weet, hoe meer je beseft dat je niet weet, zei Socrates. Ook nu. Ik word bedolven onder nieuwe afkortingen, lokaal jargon, productiviteitstoepassingen en nieuwe vista’s. De meest in het oog springende van die vista’s is een royaal uitzicht op een stuk Ringvaart waar de Schelde die even kust. De hele dag door passeren er vrachtschepen, diep in het water, soms met de auto van de kapitein op het dek. Er is ook het autoverkeer dat zich sierlijk om ronde punten, over en onder bruggen beweegt, zoals het dat ook deed in de kronkelende straten en bruggen van de steden die ik bouwde in de zandbak. Ik maakte toen ook op tandenstokertjes verkeersborden en stoplichten van papier.

Ondanks de onwennigheid, en een zeker gemis dat ik voel tegenover de collega’s van mijn vorige baan, ben ik blij dat het nieuwe werk een grote afleiding vormt voor wat er buiten mijn bubbel omgaat. De laatste twee weken ben ik wat weggebleven van het nieuws, ook al is er geen ontkomen aan. Als opinies een vorm van neerslag waren, zaten we al twee weken in een ongeziene stortvloed. Maar hier hebben we het (nog) niet over politiek. Daarvoor kennen we elkaar nog niet goed genoeg. Ik probeer wel al een eerste poging tot humor, door te bekennen dat het in m’n hoofd vreemd klinkt dat ik deze avond naar de supermarkt moet enkel om mayonaise en toiletpapier, alsof die twee dingen samen een onbedoeld perverse combinatie vormen. “Dat zou wel vies zijn, mayonaise met wc-papier eten,” zegt een collega. Ik moet lachen. Het is zo één van die vele dingen die je kan bedenken die niet verboden zijn, ethisch verkeerd of een duidelijk teken van waanzin, maar er gaat iets burlesk-unheimisch van uit. Hoe werkt de geest immers van een man die wc-papier eet met mayonaise?

Om die boodschappen mag ik straks met een nieuwe wagen. Ik ben een klein beetje nerveus. Een nieuwe auto is ook altijd wennen aan zo veel kleine dingen, zoals remafstand, draaicirkel, geluiden en geuren. En ik word er ook weer deel me van het leger problematische mensen dat alle dagen steeds uitgerekter files veroorzaakt. Maar hoe kan het anders? Vrienden en kennissen die de trein nemen, zijn de wanhoop nabij door de Poolse landdagen die het spoor steeds lijkt te kunnen organiseren. Ik herinner me de dagen dat ik me stond op te winden op een vettig Brussels perron of vlekken voor m’n ogen zag dansen als ik geconfronteerd werd met de zoveelste uiting van onbeleefdheid in de treinwagon. In een auto hoef je tenminste geen ongewenst gezelschap te tolereren. #1stworldproblems, absoluut.

De relativiteit van verkeersellende komt weer keihard binnen als ik tijdens een pauze dan toch even verwijl bij een publicatie die de schokkende moord op de zwarte jongen Emmett Till in 1955 ophaalt. De witte daders werden allemaal vrijgesproken door een witte jury. Al maanden gaan er stemmen op dat racisme door veel media te vaak genuanceerd wordt waar het niet nodig is, of dat men hardnekkig weigert om rechts-radicale lastercampagnes, leugens en zelfs terreur als dusdanig te benoemen. En ook dat we te veel proberen te begrijpen wat racisten drijft, terwijl diezelfde mensen helemaal geen moeite doen om “ons” te begrijpen – “ons”, de progressieven, de misdienaars van een Linkse Kerk die enkel bestaat in de samenzweringstheorieën van reactionaire geesten.

Waar ik al maanden, zo niet jaren mee worstel, is om te verstaan hoe iemand zich bekent tot irrationele haat en wreedheid. Natuurlijk laat de ene persoon zich al makkelijker opruien dan de andere. En ik heb ook reportages gezien van ex-racisten die vertellen dat ze zich voor hun opname bij een groep gelijkgezinden verloren voelden, niet gerespecteerd. Hetzelfde verhaal dat je bij sommige jihadi’s hoort, quoi. Maar die haat moet ook iets activeren in het beloningscentrum, denk ik dan. De Ander wordt dan een soort bliksemafleider, een jeukende wonde die je, door eraan te krabben, enkel lelijker wordt, maar God wat voelt dat krabben in eerste instantie goed. Dat denk ik terwijl ik sta te roken onder een overhang, en ineens gaat het licht aan. Ik rook terwijl ik weet dat het slecht voor mij is. Ik ben er ook vrij zeker van dat ondanks alle prietpraat over integratie, dierenrechten en dies meer, de meeste racisten diep vanbinnen heel goed weten wat ze zijn. Net zoals veel rokers zeggen dat het zo gezellig en rustgevend is.

Is dat het, dan? Een enorme fuck you naar de redelijkheid en de waarheid? Het klassieke nazisme appelleerde daar openlijk aan. Het ‘Fanatismus’ was bij Hitler een uitgesproken positief woord, een verhoogde uiting van passie en drang naar actie. Ik blaas een rookpluim uit naar boven. De rede en bovenal de redelijkheid, die zo vereerd werd door humanisten, filosofen uit de Verlichting en democratische ethici, heeft misschien te vaak de kracht onderschat van het irrationele en het zelfdestructieve in de mens. Ik heb dan wel de premium package van bijna alle sociale privileges, maar ook ik voel hoe een mondiaal systeem dat ons wordt voorgesteld als normaal, redelijk en neutraal, dat in de grond allesbehalve is. En misschien komt daar de jeuk vandaan die me soms zo immens tevreden doet voelen als ik een sigaret kan opsteken en een glas kan drinken. En misschien dat het daarom zo intens fijn voelde voor sommige mensen om te stemmen op Donald Trump of om vrouwen met dood en verkrachting te bedreigen op het internet. Het maakt roken niet minder dodelijk en het is al helemaal niet hetzelfde als voorbereidingen treffen voor genocide.

Als ik terug in de lift naar boven ben, staan we op een kluitje met een hoop andere werknemers. Ik weet niet wie van hen collega’s van me zijn. Wat zouden hun donkerste, meest irrationele kanten zijn? Het komt er op aan die kant niet te ontkennen of die kant voor te stellen als redelijk, maar om die te kanaliseren, veronderstel ik. Het is geen toeval dat sport dikwijls een uitweg is uit een pad dat leidt naar vernieling en dood, want ook sport doet beroep op die kant van het redeloze. De lift gaat open en ik herinner me plots een uitspraak die ik ergens las in een gesprek tussen twee boeddhistische monniken over masturbatie. De ene monnik bekent dat hij nog regelmatig aan zelfbevrediging doet en wil af van die gewoonte. De andere monnik zegt laconiek: “Als je jeuk hebt, moet je krabben. Maar het is beter om helemaal geen jeuk te hebben.” Dat een politieke partij daar eens aan zou werken.