Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling gedachten en semi-dagboekfragmenten daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van Anton Voloshin. Deze blog is momenteel afgesloten. Na 9 jaar columnistiek was het tijd om dit trouwe trekpaard even op stal te laten. Mijn 99 beste columns kan je geredigeerd en wel in boekvorm terugvinden: 'In de vorm van een vogel' is gratis beschikbaar als download in PDF en in EPUB-formaat.

maandag 10 oktober 2016

Ademruimte

Ik ben aanwezig op een trouwfeest. Stilaan ben ik een veteraan geworden in aanwezig zijn op trouwfeesten. Ik ben er tevens vroeg aan begonnen. Omdat mijn ouders allebei de oudste kinderen waren in kroostrijke gezinnen en er flink wat jaren afstand waren tot hun jongere verwanten, heb ik die allemaal weten trouwen toen ik klein was. Dan kwamen de trouwerijen van families van toenmalige lieven en toen kwamen mijn eigen vrienden. Intussen is een jaar zonder een huwelijksfeest een uitzondering geworden. Maar voor het eerst is het niet een mild amusement over de condition humaine dat de fond vormt van mijn deelname - eerder een soort melancholie.

Hoewel het m'n longen opvult met smog, ben ik dankbaar dat ik buiten kan gaan roken, weg van de warmte, de drukte, al die mensen die ik niet ken en al de mensen die ik wel ken. De sigaret is mijn ultieme schietstoel. Ik sta te staren in het niets van enkele West-Vlaamse velden. Er hangt een lichte geur van bemesting. Ik zie er goed uit in mijn nieuw pak, bijpassende schoenen en dikgeknoopte das, om maar te zwijgen van mijn keurig bijgetrimde baard en m'n bestudeerd nonchalante haar (dat ik nagelaten had te laten knippen omdat ik me overslapen had tijdens een middagdut). Maar dat doet er allemaal niet toe. Voor het eerst vraag ik me op een trouwfeest af wat mijn relationele toekomst nog zal inhouden.

Er staat aan de andere kant van de ingang een meisje te roken. Zij praat niet met mij en ik niet met haar en daar ben ik een beetje dankbaar om. Soms moeten mensen alleen kunnen zijn met hun bewolkte gemoed en hun slenterende gedachten. Eerder op de avond ben ik iets gaan eten en drinken met een vriendin en legde ik haar de vraag voor of er iets mankeert aan me, dat ik nog nooit een relatie langer heb gehad dan twee jaar, een dubieus record dat 11 jaar is. Buiten mijn gevoel voor scatologische humor kon ze niet onmiddellijk iets vinden, en misschien is het inderdaad allemaal toeval. Ik heb in mijn portfolio van vrienden nog mensen die om een onverklaarbare reden al lang single zijn, hoewel er objectief niets aan hen mankeert. Het is overigens ook niet dat een relatie een verplichting is. Ik ben als single even gelukkig geweest als in relaties.

Als God bestaat is hij volop een ironicus. Tijdens mijn middelbare schoolcarrière verveelde ik mijn vrienden met mijn jeremiades over waarom ik nu toch eens geen liefje kon hebben, 15 jaar later heb ik meer partners gehad dan zij ooit hebben gehad als ik hen allemaal samentel. Ik ben er niet trots op en ik voel er geen schaamte over. Het is wat het is. Maar de laatste jaren droom ik af en toe weg over thuis komen bij iemand die er gewoon is, een soort bodem hebben en een bodem zijn en elkaar allebei vloerverwarming kunnen geven. Ik ga terug naar binnen. De DJ is een rasechte trouwfeesten-DJ die probeert zo veel mogelijk generaties tegelijk te bedienen. Op de dansfloor swingt een koppel dat iets jonger is dan mij dat het geen naam heeft. Ze zijn allebei mooie mensen, duidelijk dol op elkaar, en ik moet glimlachen.

Harvey Pekar zei: "Ordinary life is pretty complex stuff". Reken maar van wel. Verschillende vrouwen hebben al hun schoenen uitgedaan, niet in het minst de bruid, een vrouw die ik buiten deze dag enkel op Kerstavond in een jurk heb gezien. Voor mijn part had ze in een Liberace-pak mogen trouwen. Aan de andere kant sta ik ook een gast te side-eyen die sneakers en een jeans draagt. Natasja, de zus van de bruid, sommeert me op de dansvloer. Het is alleszins beter dan stilstaan en tobben over wat voorbij is en wat ooit nog kan komen. Maar toch, nog terwijl ik door enthousiasme te veinzen voor 'It's Raining Men' een beetje écht zo enthousiast wordt, zoals Samson het zou zeggen, denk ik ook dat ik geen eeuwen meer heb om een bedding te vinden van simpel contentement. Die Horizont tritt näher und dan beißen wir ins Gras. Ik hou ritme, kijk over de bewegende hoofden en lichamen heen de zaal in. De niet-dansers slaan de dansenden gade vanop de achterste rijen van de zaal. Dronken oudere mannen zijn in staat van opperste hilariteit.

Na het dansintermezzo ga ik naar de bar om bier en daarna met dat bier weer naar buiten om de nicotineshot. Ik denk aan die vieze waarschuwingen op de pakjes dat roken de kwaliteit van mijn zaad aantast. Wie weet bespaar ik een ander levend wezen heel wat onheil door het in de eerste plaats nooit op de wereld te helpen zetten. Wie weet wordt mijn potentiële zoon of dochter de volgende Aung San Suu Kyi. Ik vind die onzekerheid niet erg, want die geeft ademruimte. Een ironisch woord voor een roker, veronderstel ik. Maar ondanks mijn voortdurende zorgen over waar het met me heen moet, zorgen die ik al had toen ik 12 was, die ik had toen ik 19 was en die op m'n 27 ook bij mij waren, moet ik constateren dat ze niet wezenlijk zijn toegenomen in intensiteit. Een uitdaging die geslecht wordt, is zo vergeten, en dan is het op naar een volgend doel.

Vrienden komen naar buiten en iemand vraagt wat ik hier zo somber in het donker sta te doen met een pint bier en een sigaret. Ik ben niet langer somber. Of toch niet zo erg als voorheen. Binnen is de Macarena ingezet. Die beker laat ik wel met plezier aan me voorbijgaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten