Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling columns en microstories daarvan. In 2017 bracht ik 'In de vorm van een vogel' uit, een bundeling van de beste 99 teksten van dit genre tot op dat punt, netjes geredigeerd en per seizoen geordend. Je kan die antologie gratis downloaden als je Patron wordt. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.

zondag 20 oktober 2024

Spooky, scary skeletons

Al meer dan een uur weet ik dat mijn telefoon aangeeft dat het rond 16:15 vandaag zal beginnen regenen hier in de buurt. Ik ga dus best naar de krantenwinkel om sigaretten voor die tijd, en toch vertik ik het omdat ik aan het schrijven ben en in een goede flow zit. En trouwens, hoe fantastisch het ook zou lijken voor iemand uit pakweg 1994 dat je telefoon 30 jaar later het weer kan voorspellen, hij zit er net zo goed vaak naast. Niet vandaag, jammer genoeg, merk ik als ik over de straat rol met mijn fiets. Het is enorm druk in de buurt, hoewel ik eigenlijk niet in een heel drukke buurt woon. Het weer is guur en grijs, typisch herfst. Dikke regendruppels. ‘Spooky season’ is begonnen. Verzette ik me 20 jaar geleden nog tegen de sluipende opkomst van Halloween als een Amerikaans Fremdkörper, heb ik het nu toch omarmd. Een bevriende artiest merkte ooit op dat racisten mogelijk toleranter zouden worden als alle feestdagen van alle culturen hier in België betaalde verlofdagen waren. Want op de meest verzuurde workaholics na kan toch niemand iets hebben tegen meer dagen vrijaf?

Vorig jaar was ik op het Halloween-feestje van het werk verkleed als Julius Caesar. Een collega was verkleed als een cocktail en de baas als tovenaar, maar hij zag er meer uit als een dakloze. De cocktail had een prikker die eigenlijk een lightsaber was en hij daagde de baas en mij uit tot een duel op de parking. Ik ging er niet op in en rookte rustig een sigaretje, en de cocktail ontdekte die dag dat de baas extreem competitief was. Naast ons kantoor is er een rendez-voushotel. Gasten die die avond toevallig contemplatief uit hun venster keken in hun post-coïtale meditaties werden getrakteerd op het beeld van een dakloze die een man behangen met bladeren en fluolichtjes de pleuris mepte met een lichtgevende stok op een parking.

Dit jaar valt er een pak minder af te lachen. Deze week kregen 7 collega’s hun ontslag. Ik was één van de mensen die één ervan het slechte nieuws moest brengen. Dat is geen fijne ervaring, maar ik wilde het doen omdat ikzelf die collega grotendeels had aangeworven het jaar voordien. En bovendien was het een ontslag omwille van economische redenen, niet wegens zware fouten of gebrek aan competenties. Niettemin doet je ontslag krijgen altijd pijn. Ik kan het weten want ik ben op 3 van mijn 8 werkplekken zelf ook ontslagen. Het strekt mijn collega’s en ex-collega’s tot eer dat ze me niets verweten hoewel ze die dag logischerwijze concludeerden dat ik al een tijd wist dat het er zat aan te komen, maar het bleef een pijnlijke operatie. Spooky season indeed.

Ik fiets voorbij twee gevaarlijke kruispunten. Er zijn vandaag niet alleen veel auto’s, maar ook veel voetgangers. Niet iedereen let even goed op. Ik zie een familie met winkeltassen waaruit fel gekleurde items piepen. Misschien decoraties of accessoires voor Halloween. Omdat ik van de laatste 15 jaar dat ik in Gent woon 14 jaar op appartementen heb gewoond, heb ik maar één keer trick or treaters aan de deur gehad. Dat waren toen drie meisjes die ik rond de 15 schatte, niet enorm goed verkleed en misschien ook wel wat te oud voor het hele gebeuren, maar ik heb ze toch snoep gegeven. Mijn vermoeden was dat ze gewoon snel snoep en snacks wilden scoren in de buurt, en ik kon er niet eens kwaad voor zijn. Bovendien: geven is leven, nietwaar.

Als het Halloween-feestje nog doorgaat op het werk bij ons, dan is het thema kennelijk jeugdreeksen en cartoons uit de jaren ’90 en ’00. Ik vind dat een aartsmoeilijke opdracht, niet omdat ik niets kan bedenken, maar omdat het betekent dat ik speciaal dingen ga moeten kopen of huren. Ik overweeg om te komen als een Dementor uit Harry Potter, maar gezien wat ik deze week heb moeten doen, is dat misschien een nogal ongelukkige keuze (ik was al op het idee gekomen een maand voordien). Dat hele Potter-verse is natuurlijk ook niet onbesproken door de capriolen van bedenker J.K. Rowling, die één van de boegbeelden is geworden van de Britse anti-transbeweging, voordien bekend als de TERF-beweging (‘trans-exclusionary radical feminists’), maar de F mag je al een tijd lang weglaten nu die groepen zich steeds meer aligneren met extreemrechts. Het doet me denken aan een scène uit ‘The Handmaid’s Tale’ van Margaret Atwood, waar radicale feministen openbaar porno verbranden omdat het objectiverend en dehumaniserend is voor vrouwen, maar mee de weg helpen te bereiden voor het fascistische, Taliban-achtige regime van Gilead dat vrouwen nog veel harder objectiveert en ontmenselijkt, maar op andere manieren. Ze vinden gewoon dat porno foei is en dat niemand, en al zeker vrouwen niet, hoort te genieten van seks.

Seks is ver van mijn gedachten als ik arriveer bij de krantenwinkel, die eigenlijk meer een verkapt gokkantoor is. Het is soms zielig als er voor mij zo’n oudje staat dat maar krasloten en tickets voor kansspelen blijft kopen en het zich eigenlijk nauwelijks kan permitteren. De ouders van een collega baatten een krantenwinkel uit en ze kenden die klanten maar al te goed, maar zelfs als je de ethische keuze maakt en weigert hen te bedienen omdat ze gokverslaafd zijn, gaan ze wel elders. De huidige uitbater is een Aziaat met een vreemd champignon-achtig kapsel, maar het is niet hem die ik in de winkel aantref. Het is een jongere, witte man, maar met net hetzelfde kapsel? Vreemd. Er zijn geen gokkende oudjes in de winkel. Enkel tabaksverslaafde Anton.

Als ik terug thuis ben, opnieuw laverend door wind en verkeer (en de regen), heeft mijn kat Reginald postgevat op de chauffage en kijkt hij door het raam van mijn bureauvertrek de hemel in als een vogelwichelaar. Dat zou zijn voorganger nooit gedaan hebben. Tyr was natuurlijk ook al 8 jaar oud toen hij met mij verhuisde naar dit appartement, Reginald is nu iets meer dan een jaar oud. Tyr was heel sociaal en onbevreesd, Reginald is niet helemaal asociaal maar erg onrustig en angstig. Behalve als hij alleen met mij is. Dan kan hij als een raket door het appartement schieten of luid misbaar komen maken bij mij als hij wil spelen, eten of knuffels wil krijgen. En die krijgt hij meestal van mij. Want geven is leven, nietwaar.

zaterdag 21 september 2024

Niet anders kunnen

De laatste weken denk ik vaak terug aan een nachtmerrie die nu en dan opduikt in het filmfestival van mijn brein: ik ga opnieuw werken bij een werkgever waar ik ooit ontslagen ben en ik weet niet wat ik hoor te doen, of ik begrijp mijn opdracht niet, of ik kan het niet, maar vooralsnog blijft het onontdekt en kan ik doen alsof. Ik lunch mee en zit mee in vergaderingen, maar aldoor is er dat gevoel dat de komedie eerder vroeger dan later zal eindigen in schaamte dan dat ik er in zal slagen bij te benen. Niettemin doe ik dapper verder. Wat ik daar ook voel is afstand. Ik durf mijn geheim niet toevertrouwen aan collega’s, waarvan sommigen me vorige keer al zien gaan hebben en misschien evenmin als ik begrijpen waarom ik daar opnieuw zit. Misschien ervaren sommigen zelfs exact hetzelfde en zwijgen ze om precies dezelfde redenen.

Op veel vlakken sluit het wel aan op mijn reële leven: ik doe maar wat en doe verder tot iemand me tegenhoudt, maar over veel zaken hangt een groot vraagteken dat enkel ik kan zien en voelen. Ik bereid maaltijden op goed geluk, ik doe mijn best instructies van de tandarts op te volgen en probeer mee te gaan in de steeds nogal surreële gesprekken bij mijn kapper, maar het voelt alsof ik mezelf vanop afstand zie en de daden die ik stel of de woorden die uit mijn mond vallen niet helemaal horen bij het wezen dat ergens in de peilloze diepten woont van mijn geest – mijn ware ik, zeg maar, hoewel er niet iets echt bestaat als een zelf.

Hoe anders is het contrast met mijn intellectuele en creatieve leven, waar ik exact het omgekeerde voel en waar ik de zekerheid heb van een ervaren alpinist. Ik weet exact welk woord hoort bij welk concept. Namaakfilosofen en praatjesmakers die grote sier maken in het basiskamp zie ik genadeloos voor de charlatans die ze zijn. Over het paard getilde amateurs zijn maar hanen op een mesthoop, victorie kraaiend op een heuvel terwijl ik omhoog klim tegen kilometers hoge, volledig verticale rotswanden. Voor iemand me verdenkt van snobisme, elitarisme of nietzscheaanse uitspattingen van egotisme: hier zo hoog hangen is ook beseffen hoe nederig mijn positie is. Onlangs nog probeerde ik een theoretische video te snappen over de harde limieten van onze huidige AI-modellen, en ik begreep er erg weinig van. Eén van de enige ware intellectuele deugden is doordrongen zijn van het besef dat er zeer veel is dat je niet weet maar niettemin toch nieuwsgierig blijft. 

Wat beide werelden verenigt is wat hen ook uit elkaar drijft: een al jaren groeiend gevoel van langzame erosie, isolatie, zelfs vervreemding. De dagen zijn al lang voorbij dat ik moeiteloos 20 à 30 mensen bijeen kon krijgen want men woont nu veel verder uit elkaar, heeft drukke agenda’s, gezinnen, gewoon geen goesting of leeft in onvrede of ergernis jegens anderen en wil de energie er niet aan verspillen om in dezelfde ruimte te zijn als die anderen. En ik begrijp dat, want ik voel me ook zo. Ik ben trouwens zelf ook een beetje een sikkeneurige lul voor wie het kennelijk nooit goed is. Sommige mensen lijken me vaker te willen zien of horen dan ik de mentale energie voor kan opbrengen, terwijl anderen met steeds grotere tussenpozen een jammerlijke, persoonvormige holte zijn in mijn hoogsteigen zonnestelsel. Die laatste zin was als een Panamarenko-vliegtuig dat er nogal indrukwekkend uitziet maar niet kan vliegen.

Net zo in die intellectuele sferen. Er zijn overal wel evenementen waar schrijvers die ik vaag ken of vanop afstand volg aan de menigtes verschijnen, of ze komen met boekendeals, of ze worden meegetroond door de poortwachters om mee deel uit te maken van de gestelde lichamen, maar het wordt me al droef te moede als ik er zelfs maar aan denk daar in het publiek te gaan zitten. Dat ligt voor een groot stuk helemaal aan mij, omdat ik nog altijd het kinderachtige idee koester op zo’n evenement geestelijk gevoed te zullen worden, of artistieke vreugde zal kennen zoals ik laatst nog had in het Musée d’Orsay in de art nouveau-ruimtes, en daarmee zie je het al: ik verwacht er gewoon te veel van en dat is niet fair. 

En ik kan wel lamenteren over het feit dat ik er voor mezelf altijd de zweep op leg en dus niet verwacht van anderen wat ik van mezelf niet eis. Of dat ik desondanks ongezien, ongevraagd en onerkend blijf, maar wat verwacht je dan als ik al zo’n onmogelijke attitude heb? Niet dat ik denk dat ik daardoor minder gelijk heb. De meeste publieke schrijvers en intellectuelen in Vlaanderen zijn van een belabberd middelmatig niveau omdat hun demiurgen dat ook zijn. Op elke geleding geldt overigens de Wet van Sturgeon: 80% van gelijk welke klasse of genre is brol.

En als ik er lang over nadenk kom ik altijd weer tot de conclusie dat er achter al die bespiegelingen en nare oordelen van me op het einde van de dag individuen schuil gaan, net als ik. Mensen die gewoon menselijk zijn, die ook maar hun best doen, die wellicht ook vaak twijfelen of ze het goed doen, of ze het leven wel kunnen beredderen, die graag gezien willen worden maar soms niet weten hoe; mensen die op de één of andere manier net als ik kapot zijn, tegen hun wil deelnemen aan dit hele circus omdat het alternatief erger is. Op die manier verdient elk van ons erkenning, genegenheid, vergeving, ook al doen we elkaar onbedoeld pijn. Ook al zwijgen we soms over wat eigenlijk gezegd worden moet. Ook al en misschien precies omdat dit bestaan soms meer lijkt op een verwarrende droom dan omgekeerd, waarvan we ten langen leste niet mogen willen dat we er slechts een willoze toeschouwer in zijn hoewel we vaak jammer genoeg niet anders kunnen.

donderdag 25 juli 2024

Nee, gij zijt raar

Men zegt dat dromen zijn zoals verbouwingen en campagnes in 'Dungeons & Dragons' - razend interessant voor jezelf, maar niemand anders wil er eigenlijk over horen. En toch. Vannacht droomde ik dat op een jaarlijkse barbecue was met allemaal mensen die ik niet kende en waar ook Justin Timberlake aanwezig was, eveneens jaarlijks. Ik babbelde bij met onbekenden waarvan mijn brein stellig wist dat het vrienden waren die ik elk jaar zag. Toen ik naar buiten ging om te roken zag ik de buurman van het gebouw - een lange zestiger met wild wit haar - telkens opnieuw naar buiten komen om niet alleen afval in zijn vuilniksbak te dumpen, maar ook katten op te pikken die op dat vuilnis af kwamen. 

Op diverse wijzen maakte hij de dieren dood terwijl hij ze mee in het afval stak. Op een bepaald ogenblik, terwijl hij zijn tuin stond te sproeien, sprak ik hem toch aan. Hij bleek een Nederlander te zijn. Ik vroeg hem of dat echt moest, die arme dieren doodmaken. Hij vroeg of ik daar een probleem mee had en ik zei ja. Vervolgens haalde hij uit het niets een kettingzaag boven en kwam op me afgerend. Op straat stopte een zwart busje en sprongen er drie mannen uit met andere marteltuigen, eveneens op me af rennend. Toen werd ik wakker.

Ze zeggen dat dromen idiosyncratisch zijn en een soort testbeeld van de geest. Maar bijna al mijn dromen zijn zoals die die ik hierboven beschreef. Ik schrijf er geen betekenis aan toe buiten dat ik misschien een geest heb die op de plotlijn van de mensheid ergens in de uithoek van een ver kwadrant zit. Ik ben daar niet trots op en ik schaam me er ook niet in - ik kan er namelijk niets aan doen.

Een halve dag later zie ik aan de kassa van de supermarkt een man die heel goed lijkt op de kattenmoordenaar-met-kettingzaag. Het is evenwel geen Nederlander. Hij staat uitgebreid zijn beklag te doen bij een cassière over "misleidende prijzen". Hij dacht dat zijn bakje met 2 paprika's €1,76 ging kosten maar dat was de stukprijs, dus hij betaalde het dubbele. Ik kan niet horen wat de cassière zegt, maar de man blijft maar herhalen. Alsof die arme vrouw het prijsbeleid uitstippelt van de winkel of de producent. Alsof ze gaat zeggen "allez 't is goed meneer, ge krijgt het voor de helft van de prijs, hier is uw €1,76." Een ontzettend lullig bedrag overigens om over te redetwisten. Die man moet ofwel de man zijn met de minste problemen ter wereld als dat hem al de moeite lijkt om aan te klagen, of het is zo'n vent die letterlijk alles een probleem vindt en de wereld meesleept in zijn eindeloze queeste naar de banaalst mogelijke onderwerpen om je over op te winden. 

Ook in tegenstelling tot mijn droom spreek ik hem er niet over aan. Er hangt over deze vroege vooravond wel een vaag vervreemdend gevoel, alsof deze werkelijkheid zelf licht verwrongen is. Buiten staat al de hele tijd een ouder, genderambigu persoon in een t-shirt vol grote, veelkleurige bollen schijnbaar te praten tegen niemand. Aan de kast met vapegerei staat een kale man rare gezichten te trekken terwijl een winkelmedewerkster aan het sukkelen is met de sleutels van diezelfde kast. De rijen aan de selfscan zijn griezelig lang en bulken van de raar uitziende figuren die zouden kunnen geschilderd zijn door Breughel of Bosch. Ik herinner me nog hoe mijn voormalige therapeute het verwoordde, dat ik de wereld soms ervaar als een soort grotesquerie, en het is waar. Vooral op dagen dat ik noodgedwongen die wereld in moet. 

Ben ik dan zelf ook grotesk? Je weet wel, iets van in afgronden staren en zo verder. Misschien wel, maar dat verandert niets aan hoe ik de wereld waarneem. Ik zou er trouwens mijn neus voor ophalen om een arme cassière te belagen over godbetert €1,76. Ik balanceer al jaren op de rand van de armoede, maar daar ben ik me toch even te trots voor. Zoals mijn overgrootmoeder decennia geleden zei om een opkomende ruzie met volk van laag allooi in de kiem te smoren op een camping: "Madam, wij zijn daar van veel te goed volk voor." Briljant. Intussen ligt die ook al weer 33 jaar onder de zoden goed volk te zijn.

Wat mijn Weltanschauung mogelijk wel verraadt over mezelf is dat ik ergens nog altijd het verlangen koester om normaal te zijn. Normaal, gemiddeld, best tevreden. Niet raar, extreem en behept met een temperament dat me tot in de stratosfeer kan slingeren maar me even goed kan neersmakken in de Marianentrog. En na al die jaren blijkt dat mijn kinderachtige defensiemechanisme te zijn als ik denk/weet dan men mij vreemd vindt: "nee, gij zijt raar." Ik moet er om lachen als ik op de fiets spring en ik kruis de paprikaklager die met een nors gezicht, als een uitgezakt aambeeld, zijn winkelkar terugrolt. Hij kijkt even naar mij en zal vast denken "wat heeft die idioot nu te lachen?".

 

maandag 17 juni 2024

Emotie

Het is een gemengde dag vandaag op het einde van een weekend dat een stuk langer aanvoelt dan het is. Terwijl buiten witte en grijze wolken een hemel doorkruisen die rond deze tijd van het jaar veel blauwer hoort te zijn dan hij is, kauw ik op emoties. Rauwe, ongefilterde emoties tonen doe ik bijna nooit. Niet alleen omdat ik geen kind ben maar omdat ik heb geleerd hoe heftig die kunnen zijn voor mij. Niet iedereen heeft dezelfde emotionele breedte en diepte. Daar zit geen waardeoordeel in, trouwens, iedereen is ook maar gebouwd zoals het huis dat ze gebouwd zijn, het enige wat we ermee kunnen doen is zien hoe we de kamers vullen en met welk meubilair. Bijvoorbeeld: ik zit bovenop een stratovulkaan waarvan de caldera gevuld is met woede en razernij. Die kan in principe eindeloos opwellen uit de dieptes van mijn ziel zo lang ik genoeg eet en drink. Er is geen waarom voor, geen groots, allomvattend trauma.

Omdat ik weet dat die woede proberen te koelen op mensen die me boos maken, geen goed idee is en dat daar zelden iets goeds uit zal voortvloeien, kanaliseer ik die op een abstracte manier naar mijn bevindingen over de maatschappij, de politiek, de wereld. Woede over onrecht, kwaadwilligheid, leugens, domheid. En met domheid bedoel ik niet iemand die pakweg niet bekend is met de meer verfijnde knepen van de driehoeksmeetkunde of niets kan vertellen over Chinese dynastieën, nee, met domheid bedoel ik meestal mensen die denken het beter te weten maar helemaal niets weten. Het is vreemd dat net die mensen zich vaak superieur wanen. Nu en dan glij ik uit en ga ik eens goed tekeer tegen zo'n anoniem individu op het internet. Een vriendin vertelde me dat dat nergens voor nodig is en ze heeft gelijk. Maar ik kan niet altijd mijn kwaadheid kanaliseren in teksten, gedachten of lange essays.

Er wordt nog regen verwacht vandaag, net als gisteren. Op de achtergrond staat het EK voetbal op. Gisteren, de tweede speeldag, was even gemengd als de wolkenhemel vandaag, met ongelijke helften van pieken en dalen. De combinatie van voetbal met de regen bracht de voor de hand liggende herinnering terug van het WK van 2002, dat ik doorbracht in een waas van liefdesverdiet, vastgeklampt aan de strohalm van landen, matches en voetbalcommentatoren. Dat ik me dat zo goed kan herinneren is omdat ik naast woede ook een schier eindeloze capaciteit heb voor verdriet. Erger nog, soms zoek ik dat gevoel bewust op, niet bij mezelf, maar in kunst. Zoals het boek dat ik momenteel aan het lezen ben, 'Demon Copperhead'. Het is niet goed voor mijn welbevinden, maar toch lees ik verder, misschien omdat kunst, zoals Richard Ashcroft zingt in 'Bittersweet Symphony', "recognises the pain in me." Mediteren zou wellicht een betere kuur zijn dan mijn eigen verdriet reguleren door me over andere dingen verdrietig te maken. Verdriet is al even eindeloos als woede. Niet als een vulkaan, maar een oceaan. Zaak is om te blijven zwemmen, want de bodem is eindeloos.

Misschien is de erkenning dat iedereen lijdt wel wat de weg opent naar het medeleven. Ik voel weerstand tegen dat woord gebruiken, net als "empathie", omdat het al zo vaak misbruikt is door weeïge, muffe kerktypes en sekteleiders die vanuit een superieur soort medelijden handelen. Ik vind bijvoorbeeld macho's zielige figuren, maar wannabe-Jezussen zijn nog erger. Tenslotte heb je ook die Pokémon-evolutie van wat in de jaren '90 new-agers waren en die rond 2010 plots allemaal hooggevoeligheid omarmden, mensen die nu verzuchten dat ze toch "zo empathisch" zijn. Daarmee kondigen ze in veel gevallen vooral af hoe vermoeiend en egocentrisch ze zijn. Maar toch. Het is een diepgeworteld gevoel waaruit ik elke dag toch probeer mijn handelen te laten spreken. Het sleutelwoord is hier "proberen". Ik voel mee met de voetbalsupporters op de tribune, ik weet wat die emotie is. De euforie, de verslagenheid. Het helpt wel dat ik in de match die ik nu met een half oog zit te bekijken (Nederland-Polen) geen persoonlijk belang stel. Veel leeftijdsgenoten en ikzelf stellen vast dat onze empathie groter wordt met ouder worden. Vaak schrijven ze dat toe aan kinderen hebben. Maar ik heb geen kinderen en ik voel precies hetzelfde. Misschien is het emotionele ervaring.

Sinds oktober heb ik een nieuwe kat. In tegenstelling tot zijn voorganger heb ik deze vanaf het moment dat hij aan mijn zijde was, helemaal alleen grootgebracht. Dus ik vraag me af in hoeverre hij een reflectie zal worden van mij. Uiteraard komt hij met zijn eigen huisje. Hij is neurotischer dan de meeste andere katten, hij heeft snel schrik. Tegelijk is hij overduidelijk gehecht aan mij - hij wil zijn waar ik ben, of het toch in elk geval weten. Elke avond komt hij me miauwend begroeten en rond mij drentelen als ik thuis kom. Ik bedenk me dat we bij dieren vaak eisen wat we van onszelf eisen: hun impulsen en rauwe emoties onder controle houden. Bij sommige dieren lukt dat niet. Ik heb bijvoorbeeld gehoord dat zebra's ontembaar zijn. Het verschil is natuurlijk dat wij vanaf een bepaalde leeftijd niet meer getemd worden door een hogere macht, maar door onszelf. Ik moet de kleine kater (een lichtoranje tabby waarvan mijn tante zei dat hij "precies in de javel gevallen was") tot de orde roepen want hij blokkeert het tv-beeld. Hij gaat dan op de grond zitten en volgt de match verder op die manier. Ik denk dat hij vooral geïnteresseerd is in de rondvliegende bal. Of misschien supportert hij conform zijn vachtkleur wel voor Oranje.

Waar ik de gaten van al die emotionele stormen niet kan dichtrijden door de beteugeling en toch niet uitglij, dan schrijf ik. Het is tegelijk een bliksemafleider en weer een nieuwe manier om gevoelens te kanaliseren omdat ik mezelf dwing om na te denken en naar mijn emoties te kijken in plaats van ze met m'n vingers als medium enkel op papier te gooien. Als ik dat zou doen, zou ik me zeker schamen over het resultaat. Maar het is er dan op een bepaalde, scheve manier wel uit - en als bonus heb ik iets geproduceerd. Intussen is de match voorbij. Het regent in Hamburg (hier nog niet) en Nederland heeft 2-1 gewonnen.  

zondag 2 juni 2024

Soms zijn er dagen dat ik denk dat ik dood ga vallen

Statistisch zit ik over de helft van mijn leven. Al zo lang ik me kan herinneren, heb ik qua prognoses voor dat leven altijd geschipperd tussen het gevoel dat ik niet erg oud ging worden, of dat ik juist heel oud ging worden – krakende karren en dies meer. Ik heb ook voor beide ideeën indicaties. Voor het eerste: ik leid een niet erg gezond leven. Voor het tweede: al 41 en geen haarverlies, geen grijs haar en ik heb het bijna bovennatuurlijke geluk gehad al enkele keren nipt aan de dood ontsnapt te zijn. Of het is quantumonsterfelijkheid.

Quantumonsterfelijkheid is de onbewijsbare hypothese dat een levensdraad is als een quantumfluctuatie: je bestaat omdat je op elk mogelijk moment zou kunnen doodvallen maar dat niet doet, dus telkens vervalt je leven weer tot de staat waarin het kan bestaan. Dat zou impliceren dat we ook elk in onze volledig eigen realiteit leven en dat die van jou en die van mij divergeren of al gedivergeerd zouden zijn op het punt dat jij in de mijne bent doodgegaan of ik in de jouwe. Daarom kan je de theorie ook niet testen: als ik mezelf zou proberen doodschieten, zou het mij niet lukken omdat mijn leven op dat moment tot het pad vervalt dat het gaande blijft, maar in jouw realiteit lukt het mij wel en ben ik dood. Mocht het mij toch lukken, ook in mijn eigen levenspad, dan zal ik het ontkrachten van die hypothese toch niet kunnen navertellen. Want ik ben immers dood.

Soms zijn er dagen dat ik denk: “dit wordt de dag.” Meestal is het een voorbode van een angstaanval. Of één of andere fysiek manco dat de kop opsteekt dat ik nog niet eerder heb gehad en dat dan dat nare gevoel veroorzaakt dat Magere Hein in m’n nek aan het ademen is. Ik ben niet bang om dood te zijn omdat ik ervan overtuigd ben dat de dood het einde is en ik het derhalve niet zal weten. Ik ben wel bang om dood te gaan. Om die laatste momenten te beseffen dat ik dit en dat niet heb kunnen afwerken, dat ik zo vele momenten verspild heb aan beuzelarijen. Ten andere mag ik ook niet al te streng zijn voor mezelf. Intussen staat de teller op 5 boeken (6 als je mijn werk als ghostwriter meeteelt) en 8 dichtbundels die ontegenzeggelijk bestaan, ook al bestaan ze grotendeels enkel digitaal. En ik heb ook niet zoals zo velen de beste jaren van mijn leven aan overwerk gespendeerd, het wanhopig leuk proberen gevonden worden door mensen die me toch niet moeten of het onverdraaglijke blijven verdragen. Wat een gruwelijke levens moeten dat zijn. Op de koop toe heb ik ook nog eens het geluk van geboren te zijn geweest in een land als België als een witte heteroman van een niet onaanzienlijke begaafdheid. Niet dat dat mijn persoonlijke leed minder reëel maakt, maar het geeft perspectief.

Ik zeg wel eens dat ik er nu ook niet om gevraagd heb geboren te worden. Misschien is dat pijnlijk om te horen voor mijn ouders, van wie ik nota bene hoop dat ze er nog even gaan zijn, maar aan de andere kant probeer ik er ook maar het beste van te maken. En al zou je het niet zeggen, met mijn neiging tot melancholie en depressie, op mijn manier ben ik wel degelijk hongerig om er het merg uit te zuigen. Toen ik 36 werd, kwam ik tot de geruststellende conclusie dat ik zo goed als alles wat ik voor m’n 35ste had willen doen, heb gedaan. Daardoor en ook door het feit dat ik eigenlijk continu mild depressief ben, passeerde een midlifecrisis niet als een pijnlijke niersteen maar een welgevormde, voldoende vochtige maar toch coherente drol door de endeldarm.

Wat ook toont dat ik nog voldoende batterijkracht heb, is dat ik op m’n 41ste nog altijd razend kwaad kan worden van de voortdurende stroom aan leugens en kwade wil die in de wereld passeren. Al hou ik me wel wat verder verwijderd van deze verkiezingen, die bij uitstek hoogdagen zijn van leugens en kwade wil, want tenzij alle Vlaams Belangers en geassorteerde gelijkaardigen plots een heruitgave meemaken van de beruchte Erfurter Latrinensturz, zal mijn boosheid niets veranderen aan hun kwaadaardigheid. Voor wie als Pascalleke uit ‘F.C. De Kampioenen’ geschokt naar de parelketting grijpt dat ik wens dat sommige mensen zouden verdrinken in stront, moet je maar eens nadenken over wat diezelfde “sommige mensen” anderen toewensen, die hen overigens helemaal niets misdaan hebben buiten bruin of queer zijn, waar ze dan nog eens niets aan kunnen veranderen. Een nazi zijn, dat kies je dan weer elke dag. Maar laten we niet te veel onszelf feliciteren dan we geen nazi zijn, nietwaar. De lat ligt al zo laag.

Vandaag is zo’n dag dat de gedachte me overviel dat ik misschien ging doodvallen. Dat ik dit zit te schrijven is evident bewijs van het feit dat dat (nog) niet gebeurd is. Hopelijk zit ik volgend jaar weer op post aan de schrijftafel en kan ik terugkijken op een 42ste levensjaar waarin het allemaal wat meer mag zijn en dat dat meer uitgekomen is.