Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling columns en microstories daarvan. In 2017 bracht ik 'In de vorm van een vogel' uit, een bundeling van de beste 99 teksten van dit genre tot op dat punt, netjes geredigeerd en per seizoen geordend. Je kan die antologie gratis downloaden als je Patron wordt. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.

donderdag 7 november 2024

De levens van anderen

De hemel is al de hele dag loodgrijs en begint te verzwaren en verzwarten terwijl ik wacht op de trein. Ik rook een sigaret, wat hier niet mag, maar goddank zegt niemand er iets over. Het is twee dagen na wat misschien wel de meest noodlottige verkiezing zal blijken in de wereld na 1933 en ik ben al twee dagen in hopeloze vrije val. Ik maak me geen zorgen over wat de komende jaren allemaal gaat gebeuren, want dat staat als een paal boven water: we zullen nog maar eens een ongeziene cascade van goorheid over de wereld zien uitgutsen vanuit het Oranje Huis. Ik maak me zorgen over waar ik de hoop kan vinden om dit allemaal te overleven – om dit zelfs te willen overleven. Het heeft geen zin dat ik alles opsom, maar als je werkelijk denkt dat het allemaal zal meevallen, dan ben je zo hersendood als Rik Torfs. Elke weg terug naar een Westen als te bewonderend baken van democratie, vrijheid en gelijkheid zal lopen over immense pijn en in veel gevallen gewelddadigheid, en zelfs dan is niet zeker dat we tijdens ons leven dat pad terug zullen inslaan.

De voorbije twee dagen heb ik van gedachten gewisseld met vrienden, broers, collega’s. Ik wil hen niet mee onder water sleuren maar ik ga ook niet doen alsof ik al die dingen die ik zojuist heb gezegd, niet denk. Het toeval wil trouwens dat ik een nieuwe bundeling van columns en wat we maar dagboekfragmenten zullen noemen, aan het samenstellen ben terwijl ik tegelijk de eerste – ‘In de vorm van een vogel’ – nog eens herlees. Melancholisch ben ik altijd al geweest, maar de lichte toets die er nog was in de periode tussen 2008 en 2016 is niet meer dan een vage suggestie geworden in de periode tussen 2017 en nu. Ik lees veel woede, tegenover steeds dezelfde charlatans – ook lokaal. En met de fatale herverkiezing van die laffe baby van een 100 kilo rotte eieren in een te groot kostuum is er iets geknapt. Ik heb beseft dat mijn woede niets uitmaakt. Ook lokaal niet.

Het is druk op de trein en willens nillens volg ik enkele conversaties mee. Bijna iedereen heeft het erover. Ik heb bewust analyses in de media gemeden en heb me uitgeschreven bij enkele YouTube-kanalen die hedendaagse geopolitiek coveren. Nu ben ik verplicht ze toch bij te wonen, met dank aan mijn goedbedoelende medemens. Maar elke analyse die niet naar de kern van de necrose gaat is hooguit “interessant” en op zijn slechts even steekhoudend als Percival Lowell die in de 19de eeuw kanalen meende te zien op Mars maar in realiteit wellicht met zijn peperdure telescoop in een spiegelbeeld van zijn eigen oogbol aan het kijken was. De kern is: zolang we de toegang van de big business tot de politiek niet beteugelen, blijft de fabeltjesfuik intact en blijft de pijplijn van elke centristische en centrumrechtse beweging naar fascisme overuren draaien. Miljardairs en enorme multinationals willen hun macht en vermogen indien niet behouden, nog vergroten, en dat gaat altijd ten koste gaan van anderen. Omdat op dat principe gebaseerde politieke recepten ofwel enorm impopulair zijn, ofwel boerenbedrog à la Reagonomics, wordt er gesteund op diverse schakeringen van fascisme en moeten de mensen die je aan het bestelen bent geloven dat hun problemen de schuld zijn van iemand anders – of op z’n minst geloven dat ze hun woede mogen koelen op die ander, die ze eigenlijk toch al haatten. 

Ik ga niet herhalen hoe onnozel ik de meeste andere analyses vind. Ook die van mijn medepassagiers. Ze proberen uiteindelijk net als ik ook maar hun best te doen hier een touw aan vast te knopen en ze zitten tenminste vanavond niet in een praatprogramma hun ideeën af te doen als genuanceerde, weloverwogen theses. Maar weet je wat het is? Ik moet denken aan ‘Cloud Atlas’ (als je die nog niet hebt gelezen: doen), zeker nu het volledig donker is geworden buiten, op verspreide lichten na van hoge kantoorgebouwen. Op het einde breekt tegelijk het eerste en laatste hoofdpersonage een lans voor menselijkheid als daad van verzet, zelfs tegenover schier eindeloze, duistere golven van geweld, haat en leugenachtigheid die misschien ooit wel de mensheid zelf zullen verdoemen. Het zijn juist die daden van verzet die ooit kunnen ontkiemen tot iets dat echt de moeite waard is, en er zullen steeds mensen zijn die die keuze zullen willen maken, ongeacht hoe kansloos ze lijken. Dat is waar menselijkheid om gaat. “Our lives are not our own. We are bound to others, past and present, and by each crime and every kindness, we birth our future.”

In de nachtspiegel van de treinvensters zie ik m’n eigen ogen, verborgen. Ik ben maar één persoon en ik kan het wereldleed niet op mijn schouders nemen, laat staan oplossen. Ik mag mezelf de tijd geven om even niet al het nieuws in me op te nemen over rampspoed, verlies, oorlog en vernedering, dat de komende jaren enkel erger zal worden. Ik kan het leed en de pijn erkennen en tegelijk blijven proberen, zoals ik hoop dat ik dat al heel lang doe, het leven van anderen aan te raken. En dat op een manier dat eens ik opgelost ben in de eindeloze zwarte zee, dat mijn korte bestaan het leven van die anderen blijer heeft gemaakt, vreugdevoller, getrooster, meer gehoord, meer gezien – meer mens. Je mag dat belachelijk vinden, of sentimenteel. Het kan me niet schelen. Dat maakt het de moeite om te overleven, dat ik de liefde die mij gegeven is kan doorgeven aan anderen, zelfs als dat is op de meest bescheiden manieren of in moeilijke omstandigheden. De grimmige uitsmijter is dat wie nu de messen zit te slijpen, zot van eigen glorie, wellicht even ongelukkig en miserabel is als ikzelf. Maar zij zijn bij leven eigenlijk al dood en als ze komen te gaan, van de meest misogyne incel op zijn kamertje tot de grootste tiran, zal niemand hen missen. Zij hebben al verloren.


zondag 20 oktober 2024

Spooky, scary skeletons

Al meer dan een uur weet ik dat mijn telefoon aangeeft dat het rond 16:15 vandaag zal beginnen regenen hier in de buurt. Ik ga dus best naar de krantenwinkel om sigaretten voor die tijd, en toch vertik ik het omdat ik aan het schrijven ben en in een goede flow zit. En trouwens, hoe fantastisch het ook zou lijken voor iemand uit pakweg 1994 dat je telefoon 30 jaar later het weer kan voorspellen, hij zit er net zo goed vaak naast. Niet vandaag, jammer genoeg, merk ik als ik over de straat rol met mijn fiets. Het is enorm druk in de buurt, hoewel ik eigenlijk niet in een heel drukke buurt woon. Het weer is guur en grijs, typisch herfst. Dikke regendruppels. ‘Spooky season’ is begonnen. Verzette ik me 20 jaar geleden nog tegen de sluipende opkomst van Halloween als een Amerikaans Fremdkörper, heb ik het nu toch omarmd. Een bevriende artiest merkte ooit op dat racisten mogelijk toleranter zouden worden als alle feestdagen van alle culturen hier in België betaalde verlofdagen waren. Want op de meest verzuurde workaholics na kan toch niemand iets hebben tegen meer dagen vrijaf?

Vorig jaar was ik op het Halloween-feestje van het werk verkleed als Julius Caesar. Een collega was verkleed als een cocktail en de baas als tovenaar, maar hij zag er meer uit als een dakloze. De cocktail had een prikker die eigenlijk een lightsaber was en hij daagde de baas en mij uit tot een duel op de parking. Ik ging er niet op in en rookte rustig een sigaretje, en de cocktail ontdekte die dag dat de baas extreem competitief was. Naast ons kantoor is er een rendez-voushotel. Gasten die die avond toevallig contemplatief uit hun venster keken in hun post-coïtale meditaties werden getrakteerd op het beeld van een dakloze die een man behangen met bladeren en fluolichtjes de pleuris mepte met een lichtgevende stok op een parking.

Dit jaar valt er een pak minder af te lachen. Deze week kregen 7 collega’s hun ontslag. Ik was één van de mensen die één ervan het slechte nieuws moest brengen. Dat is geen fijne ervaring, maar ik wilde het doen omdat ikzelf die collega grotendeels had aangeworven het jaar voordien. En bovendien was het een ontslag omwille van economische redenen, niet wegens zware fouten of gebrek aan competenties. Niettemin doet je ontslag krijgen altijd pijn. Ik kan het weten want ik ben op 3 van mijn 8 werkplekken zelf ook ontslagen. Het strekt mijn collega’s en ex-collega’s tot eer dat ze me niets verweten hoewel ze die dag logischerwijze concludeerden dat ik al een tijd wist dat het er zat aan te komen, maar het bleef een pijnlijke operatie. Spooky season indeed.

Ik fiets voorbij twee gevaarlijke kruispunten. Er zijn vandaag niet alleen veel auto’s, maar ook veel voetgangers. Niet iedereen let even goed op. Ik zie een familie met winkeltassen waaruit fel gekleurde items piepen. Misschien decoraties of accessoires voor Halloween. Omdat ik van de laatste 15 jaar dat ik in Gent woon 14 jaar op appartementen heb gewoond, heb ik maar één keer trick or treaters aan de deur gehad. Dat waren toen drie meisjes die ik rond de 15 schatte, niet enorm goed verkleed en misschien ook wel wat te oud voor het hele gebeuren, maar ik heb ze toch snoep gegeven. Mijn vermoeden was dat ze gewoon snel snoep en snacks wilden scoren in de buurt, en ik kon er niet eens kwaad voor zijn. Bovendien: geven is leven, nietwaar.

Als het Halloween-feestje nog doorgaat op het werk bij ons, dan is het thema kennelijk jeugdreeksen en cartoons uit de jaren ’90 en ’00. Ik vind dat een aartsmoeilijke opdracht, niet omdat ik niets kan bedenken, maar omdat het betekent dat ik speciaal dingen ga moeten kopen of huren. Ik overweeg om te komen als een Dementor uit Harry Potter, maar gezien wat ik deze week heb moeten doen, is dat misschien een nogal ongelukkige keuze (ik was al op het idee gekomen een maand voordien). Dat hele Potter-verse is natuurlijk ook niet onbesproken door de capriolen van bedenker J.K. Rowling, die één van de boegbeelden is geworden van de Britse anti-transbeweging, voordien bekend als de TERF-beweging (‘trans-exclusionary radical feminists’), maar de F mag je al een tijd lang weglaten nu die groepen zich steeds meer aligneren met extreemrechts. Het doet me denken aan een scène uit ‘The Handmaid’s Tale’ van Margaret Atwood, waar radicale feministen openbaar porno verbranden omdat het objectiverend en dehumaniserend is voor vrouwen, maar mee de weg helpen te bereiden voor het fascistische, Taliban-achtige regime van Gilead dat vrouwen nog veel harder objectiveert en ontmenselijkt, maar op andere manieren. Ze vinden gewoon dat porno foei is en dat niemand, en al zeker vrouwen niet, hoort te genieten van seks.

Seks is ver van mijn gedachten als ik arriveer bij de krantenwinkel, die eigenlijk meer een verkapt gokkantoor is. Het is soms zielig als er voor mij zo’n oudje staat dat maar krasloten en tickets voor kansspelen blijft kopen en het zich eigenlijk nauwelijks kan permitteren. De ouders van een collega baatten een krantenwinkel uit en ze kenden die klanten maar al te goed, maar zelfs als je de ethische keuze maakt en weigert hen te bedienen omdat ze gokverslaafd zijn, gaan ze wel elders. De huidige uitbater is een Aziaat met een vreemd champignon-achtig kapsel, maar het is niet hem die ik in de winkel aantref. Het is een jongere, witte man, maar met net hetzelfde kapsel? Vreemd. Er zijn geen gokkende oudjes in de winkel. Enkel tabaksverslaafde Anton.

Als ik terug thuis ben, opnieuw laverend door wind en verkeer (en de regen), heeft mijn kat Reginald postgevat op de chauffage en kijkt hij door het raam van mijn bureauvertrek de hemel in als een vogelwichelaar. Dat zou zijn voorganger nooit gedaan hebben. Tyr was natuurlijk ook al 8 jaar oud toen hij met mij verhuisde naar dit appartement, Reginald is nu iets meer dan een jaar oud. Tyr was heel sociaal en onbevreesd, Reginald is niet helemaal asociaal maar erg onrustig en angstig. Behalve als hij alleen met mij is. Dan kan hij als een raket door het appartement schieten of luid misbaar komen maken bij mij als hij wil spelen, eten of knuffels wil krijgen. En die krijgt hij meestal van mij. Want geven is leven, nietwaar.

zaterdag 21 september 2024

Niet anders kunnen

De laatste weken denk ik vaak terug aan een nachtmerrie die nu en dan opduikt in het filmfestival van mijn brein: ik ga opnieuw werken bij een werkgever waar ik ooit ontslagen ben en ik weet niet wat ik hoor te doen, of ik begrijp mijn opdracht niet, of ik kan het niet, maar vooralsnog blijft het onontdekt en kan ik doen alsof. Ik lunch mee en zit mee in vergaderingen, maar aldoor is er dat gevoel dat de komedie eerder vroeger dan later zal eindigen in schaamte dan dat ik er in zal slagen bij te benen. Niettemin doe ik dapper verder. Wat ik daar ook voel is afstand. Ik durf mijn geheim niet toevertrouwen aan collega’s, waarvan sommigen me vorige keer al zien gaan hebben en misschien evenmin als ik begrijpen waarom ik daar opnieuw zit. Misschien ervaren sommigen zelfs exact hetzelfde en zwijgen ze om precies dezelfde redenen.

Op veel vlakken sluit het wel aan op mijn reële leven: ik doe maar wat en doe verder tot iemand me tegenhoudt, maar over veel zaken hangt een groot vraagteken dat enkel ik kan zien en voelen. Ik bereid maaltijden op goed geluk, ik doe mijn best instructies van de tandarts op te volgen en probeer mee te gaan in de steeds nogal surreële gesprekken bij mijn kapper, maar het voelt alsof ik mezelf vanop afstand zie en de daden die ik stel of de woorden die uit mijn mond vallen niet helemaal horen bij het wezen dat ergens in de peilloze diepten woont van mijn geest – mijn ware ik, zeg maar, hoewel er niet iets echt bestaat als een zelf.

Hoe anders is het contrast met mijn intellectuele en creatieve leven, waar ik exact het omgekeerde voel en waar ik de zekerheid heb van een ervaren alpinist. Ik weet exact welk woord hoort bij welk concept. Namaakfilosofen en praatjesmakers die grote sier maken in het basiskamp zie ik genadeloos voor de charlatans die ze zijn. Over het paard getilde amateurs zijn maar hanen op een mesthoop, victorie kraaiend op een heuvel terwijl ik omhoog klim tegen kilometers hoge, volledig verticale rotswanden. Voor iemand me verdenkt van snobisme, elitarisme of nietzscheaanse uitspattingen van egotisme: hier zo hoog hangen is ook beseffen hoe nederig mijn positie is. Onlangs nog probeerde ik een theoretische video te snappen over de harde limieten van onze huidige AI-modellen, en ik begreep er erg weinig van. Eén van de enige ware intellectuele deugden is doordrongen zijn van het besef dat er zeer veel is dat je niet weet maar niettemin toch nieuwsgierig blijft. 

Wat beide werelden verenigt is wat hen ook uit elkaar drijft: een al jaren groeiend gevoel van langzame erosie, isolatie, zelfs vervreemding. De dagen zijn al lang voorbij dat ik moeiteloos 20 à 30 mensen bijeen kon krijgen want men woont nu veel verder uit elkaar, heeft drukke agenda’s, gezinnen, gewoon geen goesting of leeft in onvrede of ergernis jegens anderen en wil de energie er niet aan verspillen om in dezelfde ruimte te zijn als die anderen. En ik begrijp dat, want ik voel me ook zo. Ik ben trouwens zelf ook een beetje een sikkeneurige lul voor wie het kennelijk nooit goed is. Sommige mensen lijken me vaker te willen zien of horen dan ik de mentale energie voor kan opbrengen, terwijl anderen met steeds grotere tussenpozen een jammerlijke, persoonvormige holte zijn in mijn hoogsteigen zonnestelsel. Die laatste zin was als een Panamarenko-vliegtuig dat er nogal indrukwekkend uitziet maar niet kan vliegen.

Net zo in die intellectuele sferen. Er zijn overal wel evenementen waar schrijvers die ik vaag ken of vanop afstand volg aan de menigtes verschijnen, of ze komen met boekendeals, of ze worden meegetroond door de poortwachters om mee deel uit te maken van de gestelde lichamen, maar het wordt me al droef te moede als ik er zelfs maar aan denk daar in het publiek te gaan zitten. Dat ligt voor een groot stuk helemaal aan mij, omdat ik nog altijd het kinderachtige idee koester op zo’n evenement geestelijk gevoed te zullen worden, of artistieke vreugde zal kennen zoals ik laatst nog had in het Musée d’Orsay in de art nouveau-ruimtes, en daarmee zie je het al: ik verwacht er gewoon te veel van en dat is niet fair. 

En ik kan wel lamenteren over het feit dat ik er voor mezelf altijd de zweep op leg en dus niet verwacht van anderen wat ik van mezelf niet eis. Of dat ik desondanks ongezien, ongevraagd en onerkend blijf, maar wat verwacht je dan als ik al zo’n onmogelijke attitude heb? Niet dat ik denk dat ik daardoor minder gelijk heb. De meeste publieke schrijvers en intellectuelen in Vlaanderen zijn van een belabberd middelmatig niveau omdat hun demiurgen dat ook zijn. Op elke geleding geldt overigens de Wet van Sturgeon: 80% van gelijk welke klasse of genre is brol.

En als ik er lang over nadenk kom ik altijd weer tot de conclusie dat er achter al die bespiegelingen en nare oordelen van me op het einde van de dag individuen schuil gaan, net als ik. Mensen die gewoon menselijk zijn, die ook maar hun best doen, die wellicht ook vaak twijfelen of ze het goed doen, of ze het leven wel kunnen beredderen, die graag gezien willen worden maar soms niet weten hoe; mensen die op de één of andere manier net als ik kapot zijn, tegen hun wil deelnemen aan dit hele circus omdat het alternatief erger is. Op die manier verdient elk van ons erkenning, genegenheid, vergeving, ook al doen we elkaar onbedoeld pijn. Ook al zwijgen we soms over wat eigenlijk gezegd worden moet. Ook al en misschien precies omdat dit bestaan soms meer lijkt op een verwarrende droom dan omgekeerd, waarvan we ten langen leste niet mogen willen dat we er slechts een willoze toeschouwer in zijn hoewel we vaak jammer genoeg niet anders kunnen.

donderdag 25 juli 2024

Nee, gij zijt raar

Men zegt dat dromen zijn zoals verbouwingen en campagnes in 'Dungeons & Dragons' - razend interessant voor jezelf, maar niemand anders wil er eigenlijk over horen. En toch. Vannacht droomde ik dat op een jaarlijkse barbecue was met allemaal mensen die ik niet kende en waar ook Justin Timberlake aanwezig was, eveneens jaarlijks. Ik babbelde bij met onbekenden waarvan mijn brein stellig wist dat het vrienden waren die ik elk jaar zag. Toen ik naar buiten ging om te roken zag ik de buurman van het gebouw - een lange zestiger met wild wit haar - telkens opnieuw naar buiten komen om niet alleen afval in zijn vuilniksbak te dumpen, maar ook katten op te pikken die op dat vuilnis af kwamen. 

Op diverse wijzen maakte hij de dieren dood terwijl hij ze mee in het afval stak. Op een bepaald ogenblik, terwijl hij zijn tuin stond te sproeien, sprak ik hem toch aan. Hij bleek een Nederlander te zijn. Ik vroeg hem of dat echt moest, die arme dieren doodmaken. Hij vroeg of ik daar een probleem mee had en ik zei ja. Vervolgens haalde hij uit het niets een kettingzaag boven en kwam op me afgerend. Op straat stopte een zwart busje en sprongen er drie mannen uit met andere marteltuigen, eveneens op me af rennend. Toen werd ik wakker.

Ze zeggen dat dromen idiosyncratisch zijn en een soort testbeeld van de geest. Maar bijna al mijn dromen zijn zoals die die ik hierboven beschreef. Ik schrijf er geen betekenis aan toe buiten dat ik misschien een geest heb die op de plotlijn van de mensheid ergens in de uithoek van een ver kwadrant zit. Ik ben daar niet trots op en ik schaam me er ook niet in - ik kan er namelijk niets aan doen.

Een halve dag later zie ik aan de kassa van de supermarkt een man die heel goed lijkt op de kattenmoordenaar-met-kettingzaag. Het is evenwel geen Nederlander. Hij staat uitgebreid zijn beklag te doen bij een cassière over "misleidende prijzen". Hij dacht dat zijn bakje met 2 paprika's €1,76 ging kosten maar dat was de stukprijs, dus hij betaalde het dubbele. Ik kan niet horen wat de cassière zegt, maar de man blijft maar herhalen. Alsof die arme vrouw het prijsbeleid uitstippelt van de winkel of de producent. Alsof ze gaat zeggen "allez 't is goed meneer, ge krijgt het voor de helft van de prijs, hier is uw €1,76." Een ontzettend lullig bedrag overigens om over te redetwisten. Die man moet ofwel de man zijn met de minste problemen ter wereld als dat hem al de moeite lijkt om aan te klagen, of het is zo'n vent die letterlijk alles een probleem vindt en de wereld meesleept in zijn eindeloze queeste naar de banaalst mogelijke onderwerpen om je over op te winden. 

Ook in tegenstelling tot mijn droom spreek ik hem er niet over aan. Er hangt over deze vroege vooravond wel een vaag vervreemdend gevoel, alsof deze werkelijkheid zelf licht verwrongen is. Buiten staat al de hele tijd een ouder, genderambigu persoon in een t-shirt vol grote, veelkleurige bollen schijnbaar te praten tegen niemand. Aan de kast met vapegerei staat een kale man rare gezichten te trekken terwijl een winkelmedewerkster aan het sukkelen is met de sleutels van diezelfde kast. De rijen aan de selfscan zijn griezelig lang en bulken van de raar uitziende figuren die zouden kunnen geschilderd zijn door Breughel of Bosch. Ik herinner me nog hoe mijn voormalige therapeute het verwoordde, dat ik de wereld soms ervaar als een soort grotesquerie, en het is waar. Vooral op dagen dat ik noodgedwongen die wereld in moet. 

Ben ik dan zelf ook grotesk? Je weet wel, iets van in afgronden staren en zo verder. Misschien wel, maar dat verandert niets aan hoe ik de wereld waarneem. Ik zou er trouwens mijn neus voor ophalen om een arme cassière te belagen over godbetert €1,76. Ik balanceer al jaren op de rand van de armoede, maar daar ben ik me toch even te trots voor. Zoals mijn overgrootmoeder decennia geleden zei om een opkomende ruzie met volk van laag allooi in de kiem te smoren op een camping: "Madam, wij zijn daar van veel te goed volk voor." Briljant. Intussen ligt die ook al weer 33 jaar onder de zoden goed volk te zijn.

Wat mijn Weltanschauung mogelijk wel verraadt over mezelf is dat ik ergens nog altijd het verlangen koester om normaal te zijn. Normaal, gemiddeld, best tevreden. Niet raar, extreem en behept met een temperament dat me tot in de stratosfeer kan slingeren maar me even goed kan neersmakken in de Marianentrog. En na al die jaren blijkt dat mijn kinderachtige defensiemechanisme te zijn als ik denk/weet dan men mij vreemd vindt: "nee, gij zijt raar." Ik moet er om lachen als ik op de fiets spring en ik kruis de paprikaklager die met een nors gezicht, als een uitgezakt aambeeld, zijn winkelkar terugrolt. Hij kijkt even naar mij en zal vast denken "wat heeft die idioot nu te lachen?".

 

maandag 17 juni 2024

Emotie

Het is een gemengde dag vandaag op het einde van een weekend dat een stuk langer aanvoelt dan het is. Terwijl buiten witte en grijze wolken een hemel doorkruisen die rond deze tijd van het jaar veel blauwer hoort te zijn dan hij is, kauw ik op emoties. Rauwe, ongefilterde emoties tonen doe ik bijna nooit. Niet alleen omdat ik geen kind ben maar omdat ik heb geleerd hoe heftig die kunnen zijn voor mij. Niet iedereen heeft dezelfde emotionele breedte en diepte. Daar zit geen waardeoordeel in, trouwens, iedereen is ook maar gebouwd zoals het huis dat ze gebouwd zijn, het enige wat we ermee kunnen doen is zien hoe we de kamers vullen en met welk meubilair. Bijvoorbeeld: ik zit bovenop een stratovulkaan waarvan de caldera gevuld is met woede en razernij. Die kan in principe eindeloos opwellen uit de dieptes van mijn ziel zo lang ik genoeg eet en drink. Er is geen waarom voor, geen groots, allomvattend trauma.

Omdat ik weet dat die woede proberen te koelen op mensen die me boos maken, geen goed idee is en dat daar zelden iets goeds uit zal voortvloeien, kanaliseer ik die op een abstracte manier naar mijn bevindingen over de maatschappij, de politiek, de wereld. Woede over onrecht, kwaadwilligheid, leugens, domheid. En met domheid bedoel ik niet iemand die pakweg niet bekend is met de meer verfijnde knepen van de driehoeksmeetkunde of niets kan vertellen over Chinese dynastieën, nee, met domheid bedoel ik meestal mensen die denken het beter te weten maar helemaal niets weten. Het is vreemd dat net die mensen zich vaak superieur wanen. Nu en dan glij ik uit en ga ik eens goed tekeer tegen zo'n anoniem individu op het internet. Een vriendin vertelde me dat dat nergens voor nodig is en ze heeft gelijk. Maar ik kan niet altijd mijn kwaadheid kanaliseren in teksten, gedachten of lange essays.

Er wordt nog regen verwacht vandaag, net als gisteren. Op de achtergrond staat het EK voetbal op. Gisteren, de tweede speeldag, was even gemengd als de wolkenhemel vandaag, met ongelijke helften van pieken en dalen. De combinatie van voetbal met de regen bracht de voor de hand liggende herinnering terug van het WK van 2002, dat ik doorbracht in een waas van liefdesverdiet, vastgeklampt aan de strohalm van landen, matches en voetbalcommentatoren. Dat ik me dat zo goed kan herinneren is omdat ik naast woede ook een schier eindeloze capaciteit heb voor verdriet. Erger nog, soms zoek ik dat gevoel bewust op, niet bij mezelf, maar in kunst. Zoals het boek dat ik momenteel aan het lezen ben, 'Demon Copperhead'. Het is niet goed voor mijn welbevinden, maar toch lees ik verder, misschien omdat kunst, zoals Richard Ashcroft zingt in 'Bittersweet Symphony', "recognises the pain in me." Mediteren zou wellicht een betere kuur zijn dan mijn eigen verdriet reguleren door me over andere dingen verdrietig te maken. Verdriet is al even eindeloos als woede. Niet als een vulkaan, maar een oceaan. Zaak is om te blijven zwemmen, want de bodem is eindeloos.

Misschien is de erkenning dat iedereen lijdt wel wat de weg opent naar het medeleven. Ik voel weerstand tegen dat woord gebruiken, net als "empathie", omdat het al zo vaak misbruikt is door weeïge, muffe kerktypes en sekteleiders die vanuit een superieur soort medelijden handelen. Ik vind bijvoorbeeld macho's zielige figuren, maar wannabe-Jezussen zijn nog erger. Tenslotte heb je ook die Pokémon-evolutie van wat in de jaren '90 new-agers waren en die rond 2010 plots allemaal hooggevoeligheid omarmden, mensen die nu verzuchten dat ze toch "zo empathisch" zijn. Daarmee kondigen ze in veel gevallen vooral af hoe vermoeiend en egocentrisch ze zijn. Maar toch. Het is een diepgeworteld gevoel waaruit ik elke dag toch probeer mijn handelen te laten spreken. Het sleutelwoord is hier "proberen". Ik voel mee met de voetbalsupporters op de tribune, ik weet wat die emotie is. De euforie, de verslagenheid. Het helpt wel dat ik in de match die ik nu met een half oog zit te bekijken (Nederland-Polen) geen persoonlijk belang stel. Veel leeftijdsgenoten en ikzelf stellen vast dat onze empathie groter wordt met ouder worden. Vaak schrijven ze dat toe aan kinderen hebben. Maar ik heb geen kinderen en ik voel precies hetzelfde. Misschien is het emotionele ervaring.

Sinds oktober heb ik een nieuwe kat. In tegenstelling tot zijn voorganger heb ik deze vanaf het moment dat hij aan mijn zijde was, helemaal alleen grootgebracht. Dus ik vraag me af in hoeverre hij een reflectie zal worden van mij. Uiteraard komt hij met zijn eigen huisje. Hij is neurotischer dan de meeste andere katten, hij heeft snel schrik. Tegelijk is hij overduidelijk gehecht aan mij - hij wil zijn waar ik ben, of het toch in elk geval weten. Elke avond komt hij me miauwend begroeten en rond mij drentelen als ik thuis kom. Ik bedenk me dat we bij dieren vaak eisen wat we van onszelf eisen: hun impulsen en rauwe emoties onder controle houden. Bij sommige dieren lukt dat niet. Ik heb bijvoorbeeld gehoord dat zebra's ontembaar zijn. Het verschil is natuurlijk dat wij vanaf een bepaalde leeftijd niet meer getemd worden door een hogere macht, maar door onszelf. Ik moet de kleine kater (een lichtoranje tabby waarvan mijn tante zei dat hij "precies in de javel gevallen was") tot de orde roepen want hij blokkeert het tv-beeld. Hij gaat dan op de grond zitten en volgt de match verder op die manier. Ik denk dat hij vooral geïnteresseerd is in de rondvliegende bal. Of misschien supportert hij conform zijn vachtkleur wel voor Oranje.

Waar ik de gaten van al die emotionele stormen niet kan dichtrijden door de beteugeling en toch niet uitglij, dan schrijf ik. Het is tegelijk een bliksemafleider en weer een nieuwe manier om gevoelens te kanaliseren omdat ik mezelf dwing om na te denken en naar mijn emoties te kijken in plaats van ze met m'n vingers als medium enkel op papier te gooien. Als ik dat zou doen, zou ik me zeker schamen over het resultaat. Maar het is er dan op een bepaalde, scheve manier wel uit - en als bonus heb ik iets geproduceerd. Intussen is de match voorbij. Het regent in Hamburg (hier nog niet) en Nederland heeft 2-1 gewonnen.