Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling gedachten en semi-dagboekfragmenten daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van Anton Voloshin. Deze blog is momenteel afgesloten. Na 9 jaar columnistiek was het tijd om dit trouwe trekpaard even op stal te laten. Mijn 99 beste columns kan je geredigeerd en wel in boekvorm terugvinden: 'In de vorm van een vogel' is gratis beschikbaar als download in PDF en in EPUB-formaat.

woensdag 22 juli 2009

Goed genoeg

De Feesten staan garant voor onverwachte ontmoetingen met vreemden, en hoe dieper in het hol van de nacht, hoe vreemder de vreemdelingen en hoe eigenaardiger de verhalen achteraf nog doorklinken. Stoners in speeltuinen, groezelige gezelschappen die het met elkaar aan de stok krijgen vanwege een vrouw of een gemorste pint, afgeleefde veertigers, jongeren die voor het eerst losgelaten worden, en gerateerde B-artiesten die voor een halfironisch publiek de warme waardering krijgen waar ze naar snakken. Als ik God was, dan kon ik op Gent kijken vanuit de hemel vol donkere, zwoele wolken, en kon ik zeggen dat het goed was. Dat mijn volk zich amuseert, en probeert de drukkende aanwezigheid van de zovele massa’s met een zekere berusting te ondergaan. God zou er bij God zelf zin van krijgen om mee te feesten en ergens een pita te gaan eten, of in de nachtwinkel die fles spijtjenever te kopen die vierentwintig uur later een afschuwelijk idee zou blijken. Maar meer nog dan de locaties, de tenten en het gratis vertier draait het om de mensen. Omdat ik God niet ben, zit ik daarom graag neer op bankjes, leuningen en grasheuvels om het volk alle richtingen te zien uitstuiteren, terwijl ik me ook probeer te kwijten van mijn taak om een sociaal mens te zijn onder de andere sociale mensen. Ik tracht de conversaties oppervlakkig te houden, omdat dat precies is wat ik nodig heb om me af te leiden van die draaikolk aan indringende, eigenaardige en soms dieptragische gedachten.

Ik mag mezelf stilaan een Feestenveteraan beginnen noemen, en ik weet niet of dat nu wel iets positiefs is. Wat ik wel weet, is dat ik dit jaar nog nooit zo schizofreen heb gestaan tegenover die tien dagen gekte. Dit jaar sta ik alweer sterker en dieper verankerd in zekerheid, zonder dat ik het gevoel heb dat ik deprimerende weken moet goedmaken met waanzinnige weekends. En er is veel meer liefde en echte vriendschap aanwezig, dat helpt ook. Maar ik blijf over messen lopen. De laatste weken, vol overtollige warmte en grote verplichtingen die me uiteindelijk vooruit zullen helpen in het leven, waren er ook waarin ik niet kon schuilen in een exoskelet van onverschilligheid zoals vroeger. Enkele melancholische noten van muziek op een verder afgelegen plein doen me wegzinken in een zacht neuriënde melancholie, terwijl het altijd geïmpliceerde geweld van massa’s angstbeelden oproept van één nacht ergens beurs geslagen en beroofd te eindigen. Die denderende goederentreinen vol onbevatbare gevoelens kan alleen maar stilgelegd worden door me zo moe te amuseren dat ik niets liever wil dan slapen. De Gentse Feesten zijn één lang weekend.

Hoe lang zullen wij dit leven nog kunnen volhouden? Het is een vraag die in mijn mistige achterhoofd prikt terwijl ik op weg ben naar huis, langs groepen dronkelappen, dranghekkens, vermoeide agenten, vensterbanken vol bierblikjes en verlepte feestvierders die zonder veel animo een hamburger of een pak friet eten. We zijn een cultuur die gebouwd is op gemak. Een supermarkt is dichtbij en heeft het hele jaar rond alles in huis, winter of zomer, droog of vers. In de strijd om de wensen van de etenden, drinkenden en zich amuserenden tegemoet te komen, pleegt men gewetenloze roofbouw op de wereld. Het lijkt bizar dat ik in mijn toestand, waarbij mijn stappen niet helemaal recht meer zijn en uit alle straathoeken een vreemdsoortig gezang lijkt te komen dat altijd welwillend en boeiend lijkt, daar aan moet denken. Aan de andere kant is dat niet onlogisch – wat is er een groter culminatiepunt van volslagen zinloze massa-consumptie, niet verder denken dan het volgende uur en het wij-gevoel ten koste van de anderen dan een evenement als de Gentse Feesten? En ook ik doe mee. Ik ben geen verheven, taaie heilige op wie dit alles geen aantrekkingskracht uitoefent. Wel integendeel, het is net in een soort grenzeloos, collectief hedonisme dat ik een allesdoordringend verlangen voel om nog verder te gaan dan de rest. Ik zal een enorme fles leegdrinken en ik zal buiten drie pakken sigaretten ook nog wel een paar joints roken. En daarna op grandguignoleske wijze tegen een lagere school overgeven, of in wartaal aan een beste nieuwe vriend wijsmaken dat alles goed gaat met de wereld, dat we allemaal vrienden zijn geworden en alle negatieve opmerkingen van de hand wijzen met het magische “… maar het zijn Gentse Feesten.” Het is precies dat soort onnozelheid waarvan ik mijzelf wil doordringen, om later ook nog te kunnen denken aan het exact tegenovergestelde. Het is zelfs geen excuus, want het is wat het is.

Als ik eenmaal mijn vuile kleren uitgedaan heb, en wegzink in mijn grote bed, zijn de meeste innerlijke stemmen intussen uitgedoofd als een oud kampvuur. Het is deels ontnuchterend, en deels ook bevrijdend. En bovenal voel ik ook dat ik niet alleen ben. Naast mij slaapt haar lichaam, waar evenzeer moeilijk uitspreekbare gevoelens en gedachten in rondwoekeren, en ik overtuig mijzelf ervan dat door welke afgronden en langs welke besneeuwde bergtoppen ik ook gevoerd word, dat het gelukkig een lot is dat ik weliswaar zelf moet dragen, maar verzacht wordt door haar aanwezigheid. Ook al implodeert de maatschappij morgen, of ook al kom ik morgen thuis met bloed nog op mijn gezicht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten