Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling gedachten en semi-dagboekfragmenten daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van Anton Voloshin. Deze blog is momenteel afgesloten. Na 9 jaar columnistiek was het tijd om dit trouwe trekpaard even op stal te laten. Mijn 99 beste columns kan je geredigeerd en wel in boekvorm terugvinden: 'In de vorm van een vogel' is gratis beschikbaar als download in PDF en in EPUB-formaat.

zaterdag 8 maart 2014

Steak masqué

Het woord 'kostuum' is een prachtig woord omwille van zijn Dietse dubbelzinnigheid, omdat het zowel avondkledij met das en jasje als een ensemble aan verkleedkleren kan aanduiden, en dus impliciet toegeeft dat de typische garderobe op recepties en evenementen met klasse ook niet meer is dan een verkleedpartij voor gevorderden. Bovendien zitten we volop in het carnavalsseizoen, denk ik, terwijl ik in pak en das wacht op m'n eten in een restaurant nabij Sint-Katelijne, in hartje Brussel. De reden dat ik zo uitgedost ben, is omdat m'n werk me daartoe verplicht. In het jaar dat ik geboren werd, werd ons bedrijf opgericht door twee vooruitziende aristocraten, en die vonden het vanzelfsprekend dat hun personeel de bijbehorende klasse zou uitdragen. De reden dat ik dan weer alleen zit te dineren, is omdat ik in de buurt dadelijk op het appel moet verschijnen bij het Vrouwen Overleg Komité, compleet met progressieve spelling - die intussen al meer dan 15 jaar een eerder regressief effect heeft. Het VOK heeft me niet gesommeerd wegens misdaden tegen de vrouwelijkheid, maar omdat ik deel uitmaak van een feministische groepering en dat er vanavond verzamelen geblazen wordt met een aantal van die groeperingen.

Ik eet een malse steak, die geserveerd is op een houten plank met drie gaten in voor drie verschillende sausjes. Voor die steak is een koe gestorven en is het broeikaseffect weer dat beetje erger geworden, dus ik kan er maar beter van genieten en alles netjes opeten. De maaltijd smaakt. Intussen word ik in de gaten gehouden door een ouder Nederlands koppel dat luid en in amechtig Frans al een bestelling geplaatst heeft, en een stel Amerikanen die probeert uit te vissen wat er op de menukaart staat. Ik gebaar niet dat ik Nederlandstalig ben en dat ik Engels spreek. Dat is wel vaker een genoegen waar ik me in verkneukel, en ik zorg ervoor dat ik zo gemanierd en stijlvol mogelijk eet, drink en verder lees in het boek dat ik bij heb. Mensen die alleen eten op restaurant oogsten vaak bekijks, dus kan ik maar even goed een bescheiden show opvoeren. Sowieso is op restaurant gaan al acteren, met dat hele ritueel van bestellen, bedanken, de rekening vragen, de discretie bij het betalen, en zo verder. Voor sommigen is dat bourgeois en onnozel. Voor mij is het een vak, een spel. Ik hoop dat de garçon, die aan m'n accent vast wel zal gehoord hebben dat ik een Vlaming ben maar Frans praat omdat ik dat zelf ook doe, denkt dat ik misschien een controleur van van Michelin. De Nederlanders denken mogelijk dat ik een zakenman ben die straks nog verder gaat werken.

Ik drink. Ik eet het bord, dat gemaakt is om te doen denken aan een authentieke slagersplank, netjes leeg. Rood vlees en mannelijkheid, wat is dat toch met dat verband? En dan die slagersplank. Is het een uiting van een hunkering naar een ingebeeld verleden, waar dieren om zeep helpen getuigde van mannelijke waarde? Nostalgie naar brute kracht die vroeger op respect kon rekenen, maar nu hoogstens de wenkbrauwen doet fronsen? De tijden zijn veranderd, maar hoe meer we in de maatschappij inzetten op verfijndheid, empathisch denken en kennis, hoe harder bepaalde segmenten lijken weg te dromen bij een ingebeelde mannelijkheid. Dat is geen nieuwe gedachte. Ook Caesar schreef in zijn Gallische Oorlogen dat de Germanen, hoewel zij barbaren waren, door hun afstand tot het beschaafde leven in de metropool Rome, "het minste verwijfd waren". Ondertussen betaal ik voor het eten en laat ik een kleine fooi achter, deels omdat ik geen zin heb om te wachten op wisselgeld, deels omdat ik oprecht tevreden ben over de service en de kwaliteit.

Buiten waait het een ongeluk. Allerlei volk dwarrelt over de verkeersvrije straat en het pleintje en ik trek m'n jas dichter. Ik heb nog tijd vooraleer het evenement begint, en bovendien moet ik nog wachten op medestander Wendy. Ik steek de straat over en ga in het café daar een koffie drinken. Terwijl ik er zit, en opnieuw enkele nieuwsgierige blikken voel die zich lijken af te vragen wat die ene zonderling in kostuum daar zit te doen, vraag ik me van mijn kant af of hier ook al andere feministen undercover zitten. Want in weerwil van het cliché zijn feministen anno nu allesbehalve vrouwen met een vierkante kin en weelderig okselhaar, als dat cliché ooit al waar geweest is. Openlijke vrouwenhaters zie je in België niet vaak meer, maar er is genoeg seksistisch achtergrondruis die onze houdingen maar al te vaak beïnvloedt zonder dat we daar bij stilstaan. Ik ben hier echter niet om te preken, en ik lees op m'n gemak verder terwijl ik van de bescheiden koffie nip. Ik zit in zo één van die Vlaamse oases in Brussel, niet ver van de Dansaertstraat, waar Frans optioneel is in plaats van de automatische default. Geert Bourgeois zou het graag zien. Aan het venster passeert guur volk. Waarom zou je op een koude maandagavond ook buiten moeten zijn, tenzij het binnen erger is? Molenbeek is niet veraf. In de Vlaamse psyche is dat een Mordor van ruige Marokkanen, fanatieke imams en francofoon nepotisme. Ik voel me noch op m'n gemak bij die beeldvorming, noch bij de invloed die het ook op mijn denken heeft.

Als Wendy arriveert, ben ik al verkast naar de zaal waar het evenement plaatsvindt, en kijk ik vooral goed rond. De stoelen staan in een cirkel, en even vrees ik dat we zullen beginnen met djembe spelen. Ik ben één van de weinige aanwezige mannen, maar dat verbaast niet. Eens in de minderheid zijn kan deugd doen voor het perspectief, zeg ik altijd maar. Er wordt een micro doorgegeven terwijl diverse organisaties zich voorstellen. Ik krijg de indruk dat iedereen vooral vol goede wil zit en lief is: een heel eind verwijderd van het militante (en compleet verzonnen) beeld van schreeuwende vrouwen die bh's verbranden en het einde van de fallus afkondigen. Toch schuilt er achter die vriendelijke woorden een gestaalde overtuiging. Twee oudere dames hebben indertijd nog meebetoogd met Simone de Beauvoir. Een ander frappant feit is dat de enige persoon die een dienende functie lijkt uit te oefenen op het evenement, een hoofddoek draagt. Dat is allicht toeval, en er is een brede consensus dat de hoofddoekenkwestie vooral iets is waar gelegenheidsfeministen zich in opwinden, maar niettemin valt het op.

Daarna worden we als in een carrousel verschoven van tafel naar tafel, om te discussiėren over een aantal thema's. Genoeg tijd voor een diepgaande discussie is er niet echt, het is meer een uiteenzetting van standpunten en feiten die elke groep karakteriseren. Een groep die specifiek opkomt tegen vrouwen die op straat lastiggevallen wordt, legt natuurlijk andere accenten dan iemand die actie voert voor holebirechten. Opnieuw blijkt de luisterbereidheid groot, maar de vrijblijvendheid evenzeer. Als man aan feministen gaan vertellen hoe ze beter kunnen zijn in feminisme, is om diverse redenen natuurlijk not done, maar toch vind ik het jammer dat er niet wordt gesproken over speerpunt - of outreachacties die op meer gericht zijn dan een publiek bereiken dat al bereikt wordt. Iemand ziet heil in een mailing list, een begrip dat in feite al verouderd was in 1999, toen ik nog dacht dat feminisme gelijkstond met Goedele Liekens. Ik ben alleszins blij om deel uit te maken van een groep waarin dat niet geldt als een revolutionaire suggestie.

Dik anderhalf uur later ben ik thuis, en leg ik alle vermommingen af. De das gaat in de lappenmand, het kostuum aan de vleeshaak. Zelfs de kater weet dat hij zijn klauwen niet mag uitslaan als ik geen kleren draag. Het is koud, want de centrale verwarming is kapot, dus wordt het behelpen met een beige verwarmingstoestel dat ouder is dan ikzelf. Ik rek me uit en giet een glas vol, steek een sigaret op, en begin het avondritueel als ik alleen ben. Is ook dat geen volgende vermomming? Of is dit uur voor ik in bed kruip een kort verblijf in de coulissen, waar al mijn attributen en rollen uitgestald liggen? Je kan zeggen: je bent je eigen rol, zolang je die voor waar aanneemt. Ik nam mijn persona als zakenman in het restaurant niet voor waar aan, maar beleefde er plezier aan. Mijn persona als medestander in feminisme neem ik voor waar aan, en veroorzaakt soms veel stress. Bijvoorbeeld dat ik dat nog veel te vaak moet rechtvaardigen. Hermann Hesse dacht dat de mens een ajuin was: enkel laagjes, niet echt een kern. Ik zie het nog radicaler. De mens is proteïsch, veranderlijk en zonder kern, en lagen zijn maar een abstractie voor het gemak. Het glas is leeg, nu, en de kater is tevreden aan het eten. Bij gebrek aan Jelka, die vanavond het podium onveilig maakt, mag hij deze nacht bij mij slapen. Ik tik de laatste asse af en denk dat het tijd is om die veerboot van tabak achter te laten, en aan land te gaan in de slaap.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten