Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling gedachten en semi-dagboekfragmenten daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van Anton Voloshin. Deze blog is momenteel afgesloten. Na 9 jaar columnistiek was het tijd om dit trouwe trekpaard even op stal te laten. Mijn 99 beste columns kan je geredigeerd en wel in boekvorm terugvinden: 'In de vorm van een vogel' is gratis beschikbaar als download in PDF en in EPUB-formaat.

zondag 13 maart 2016

Zo vloeibaar en vluchtig mogelijk

Sinds korte tijd neem ik van en naar het werk buslijn 3 in Gent. Het is telkens een fascinerende rit, omdat lijn 3 aan haar uiteinden rustige, burgerlijke, zelfs voorstedelijk gekarakteriseerde buurten heeft waar gezinnen soms nog in losstaande huizen wonen, dwars door het verhipsterde en toeristische centrum van de stad gaat, en als tussenlaag slingert door de Dampoort en de Brugse Poort, buurten waar gegoede Gentenaars zelf een beetje vies van zijn. Het is waar, de Dampoort en de Brugse Poort bulken van de smoezelige telefoonwinkeltjes, Turkse cafés met TL-buizen, kromme oude ventjes en behoofddoekte moeders die een kasteel aan buggy’s voortduwen over uitgewoonde trottoirs. Maar je ziet er ook de Turkse ondernemersgeest, de grillhuizen waar mannen onder een dampkap druk vanalles zitten uit te leggen, of de kleurrijke Afro-shops die altijd “blessed” zijn. Beter alleszins dan die Afro-shop in Gentbrugge, dicht bij waar ik werk, die in grote letters “SOS Africa” kopt, alsof Afrika onveranderlijk synoniem is voor miserie, ziekte en honger.

Buslijn 3 geeft me een korte inkijk in het alledaagse leven van mensen die ik in mijn eigen sociale kringen zelden ontmoet. Ik herinner me uit mijn kindertijd dat we soms naar de pleegouders van mijn vader gingen en dat die mensen in Ledeberg woonden. Daar zag ik voor het eerst vuil op straat, m’n eerste verloederde huis en m’n eerste familie die duidelijk niet van Vlaamse afkomst was. Je kan je afvragen in wat voor melkwitte omgeving ik opgroeide, maar we spreken hier over de late jaren ’80, toen er nog geen Zwarte Zondagen geweest waren en terreur die het land kende, in hoofdzaak even blank was als het merendeel van de bevolking. Wat ik me herinner van door het venster van de auto te kijken naar die donkerder kindjes die op straat speelden en een man die er sjofel op zijn dorpel bij zat met een huid van bruin papier en een volle snor, is hetzelfde gevoel dat ik nu heb als ik door het busvenster binnen kijk in zo’n amateuristisch winkeltje. Daar zit een wereld waar ik niet thuis hoor, niet uit kom en allicht ook niet erg veel mee deel. Voor je denkt dat ik hier een beetje de oriëntalist uithang in eigen stad, nog dit: ik deel niet zo veel met het merendeel van mijn landgenoten. Sinds kort kijk ik wel weer tv en ik laat me altijd een goede pot voetbal smaken, maar wielrennen gaat aan mij voorbij, lekker koken interesseert me nauwelijks en er is geen enkele soap die ik volg. Maar bij die leefwereld kan ik me meer voorstellen want daar kom ik wél uit. Ik weet wat het is als grootouders, ooms en tantes schuine moppen tappen bij het kaarten en bij taart en koffie. Ik weet waar het hart van de wielertoerist sneller gaat van slaan.

Toen ik nog aan de Heuvelpoort woonde, dook ik ’s nachts soms onder in een andere wereld die als jongere vreemd en gesloten voelde. Dan ging ik relatief anoniem van café naar café en van club naar club. Ik wilde de gesprekken horen om vijf uur ’s ochtends op de Oude Beestenmarkt tussen veteranen van de nacht, of wilde toekijken hoe een straatgevecht ontstond in de Overpoort. Ik ben een cholericus dus er is iets voor nodig om me daarheen te brengen, omdat ik gruw van het idee ergens te zijn waar ik niet gewenst ben. Dus dronk ik een paar glazen en maakte ik me zo vloeibaar en vluchtig mogelijk. Als ik een vlieg op de muur geweest was, dan zou ik daar extatisch van geworden zijn. Zo luid en levendig als ik ben in mijn eigen sociale aquariums, zo stil en bedachtzaam werd ik bij het aanschouwen van een nieuwe, andere wereld.

Ex Emma zat niet graag op bus 3. De realiteit voor een jonge blonde vrouw is anders dan voor een vrij gewoon uitziende man van vooraan de 30. Het is een voorrecht dat ik me anoniem ergens kan bewegen. De toegang is me ook zelden geweigerd aan de deur van nachtclubs, tenzij misschien in échte m’as-tu-vugelegenheden. Die wereld van losjes over de schouders gedrapeerde golfsweaters en mocassins trekt me ook aan, maar niet in de mate dat de nachtbrakers, de migranten en de arbeiders mij boeien. Misschien is dat omdat ik, als ik pakweg te voet slenter door Nieuw Gent bij Zwijnaarde, iets lijk op te pikken dat dwars is, iets dat echt doorleefd is, hoewel zo snel weer vergeten. Wat moet ik met een snob die staat te pronken met een fles wijn van €80 op restaurant? Tegelijk ga ik nooit claimen dat ik een volksmens ben. Als er één mensensoort is die ik nog meer minacht dan de oranje gecrèmde, übergeföhnde Knokke le Zoute-mens, is het wel de hogere middenklasser die zich uit alle macht een volks imago probeert aan te meten. Denk liberale politici die stemmen ronselen op boerenmarkten. Denk middenstanders met een BMW en een Toyota die klagen dat ze het ook lastig hebben om rond te komen.

In een stad samenleven, het is niet simpel. Dat wisten ze ook al in Athene en Rome, met het typische cynisme van de sofisten en het sarcasme van satirici tot gevolg. Maar er schuilt ook altijd ruimte in voor verwondering. Als het niet was dat ik in Dublin in het midden van een plein een sociaal geval een drol zag leggen in zijn eigen handen, dan is het dat ik me stil afvraag waarom in Gent twee Turkse modewinkels aan weerszijden van de straat dezelfde naam hebben.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten