Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling columns en microstories daarvan. In 2017 bracht ik 'In de vorm van een vogel' uit, een bundeling van de beste 99 teksten van dit genre tot op dat punt, netjes geredigeerd en per seizoen geordend. Je kan die antologie gratis downloaden als je Patron wordt. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.
Posts tonen met het label Rigi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rigi. Alle posts tonen

woensdag 3 januari 2024

Anton in Zwitserland (en Liechtenstein) - Dag 2b: Luzern & Rigi

De boottocht is niet goedkoop: omgerekend meer dan €90 voor twee personen. Zwitserland is enorm duur, sowieso. Je krijgt er wel één van de beste levenskwaliteiten ter wereld voor in de plaats. Op de hele reis zal ik welgeteld één dakloze zien, en laat ik me vertellen dat onze thuisbasis Zürich één van de hoogste concentraties aan miljonairs ter wereld heeft. De boot zelf is modern en snel. De passagiers zijn bijna allemaal toeristen, en het valt op hoe divers de toeristen zijn als groep: ik tel Chinezen, Indiërs, Amerikanen en uiteraard de obligate Nederlanders. De boot maakt drie stops aan pittoreske haventjes met statige hotels die wel een filmdecor lijken of bedacht hadden kunnen zijn door Wes Anderson (de realiteit is wellicht omgekeerd).

Aan de voet van de Rigi in Vilznau moeten we nog een bergtrein nemen die steil omhoog rijdt langs de flanken van het gebergte. Overal zie je huizen en vakantiewoningen en vraag ik me af hoe de bewoners die bereiken, want veel wegen zijn er niet te bespeuren. Volgens Matthias zijn veel Zwitsers eraan gewoon door de bergen te wandelen dus voor een steile helling minder of meer draaien ze hun hand (of voet) niet om. Op de bergtrein zitten we naast een familie Indiërs waarvan de grootvader hetzelfde stemtimbre heeft als opa Simpson uit de animatiereeks. Hij lijkt constant in de war. Later loopt hij nog twee verschillende keren in de weg als we op de Rigi Kulm zijn.

Na de voorlaatste halte begint een soort Alpenschlager door het geluidssysteem van de trein te schallen: het Rigi Lied van het Quartett Waschächt, dat met veel gevoel voor kitsch “die Königin der Berge” bezingt (“Rigi” zou afgeleid zijn van “regina”, Latijn voor “koningin”). Ik stel me voor hoe de kabels van de trein zouden knappen en we aan een rotvaart onze dood tegemoet zouden denderden terwijl de vrolijke kerels van Quartett Waschächt blijven yolo-lo-loën door het gegil en gekrijs van de passagiers heen in doodsangst. Het hiernamaals is hier geen rit met Walkuren, maar wordt begeleid door buikige mannen op hoempa-pa-muziek.

Het uitzicht over de besneeuwde bergtoppen is de moeite eens we bovenaan de Rigi Kulm zijn maar gek veel is er verder niet te doen. We eten respectievelijk een nogal mottige schnitzel en een vettige worst en het is warm genoeg om gewoon buiten te zitten met onze jassen aan. Naast het treinspoor loopt een sleebaan. Ik vind dat die er gevaarlijk smal uitziet, met aan de andere kant een gapende diepte zonder rails, maar de kinderen vermaken zich. Matthias zegt dat hij in zijn 12 jaar Zwitserland nog maar zelden heeft gehoord over ongelukken in de bergen. De Zwitsers weten wel wat ze doen. Misschien ben ik gewoon een broekschijter. Daarover gesproken: als ik op het toilet zit, komt er in het belendende stalletje haastig een man zitten die met een oerkreet een hoeveelheid diarree loslaat in de pot die lijkt alsof er iemand een grote kookpot groentensaus in één keer in uitstort. Hij verlaat even haastig het toilet als hij gekomen is.

Na een uurtje houden we het voor bekeken op de Rigi Kulm en maken we de omgekeerde tour terug naar Luzern, waar we de namiddag en vooravond doorbrengen. Luzern is volgens Matthias één van de meest “typisch Zwitserse” steden. De hoofdattracties zijn de Kappel- en Spreuerbrücken, twee overdekte houten bruggen die stammen uit de 14de eeuw en in de nok van het dak driehoekige schilderijen tonen met diverse, meestal gewelddadige, episodes uit de geschiedenis van Zwitserland. Ook de Pest is hier van de partij. In de verte blinken de lichten van een circus aan het water dat de weinig creatieve naam “Zirkus Weihnachten” draagt, maar door de afstand en het krullerige lettertype lees ik per ongeluk eerst “Zirkus Wehrmacht”.
 
Aan de oevers van de Reuss-rivier liggen diverse hotels en restaurants die op het gelijkvloers open, ronde bogen hebben, een beetje zoals in Venetië. Wat verraadt dat je echter niet in Italië bent, zijn de enorme koperen kaasfonduestellen die al klaarstaan en blinken in zowel kaars- als kunstlicht. De binnenstad heeft vele oude, goed bewaarde gevels met heiligentaferelen en versieringen. Het water uit de fonteinen ziet er zo helder uit dat het me drinkbaar lijkt, maar ik ga het niet proberen, Diarreeman van de Rigi indachtig.

We gaan ook even binnen in de Sint-Franciscuskerk van de Jezuïeten, volledig ingericht in barok- en rococostijl, iets wat je niet vaak ziet in België, waar de meeste belangrijke kerken van voor of juist na die tijd zijn. Luzern is één van de weinige Duitstalige kantons van Zwitserland die altijd katholiek gebleven zijn, in tegenstelling tot Zürich, de thuisstad van Huldrych Zwingli, één van de prominente aanvoerders van de Reformatie. Zwitsers zijn patriottisch: je ziet overal in het land de vlag wapperen en de geschiedenis is er duidelijk zichtbaar. Het helpt dat veel gebouwen nooit zijn verwoest of platgebombardeerd in beide Wereldoorlogen, waar de Zwitsers geen deel aan hebben genomen. Al is het inderdaad waar dat Zwitserland sinds 1847 geen echt geweld meer heeft gekend en sinds 1648 diplomatiek erkend is als neutraal, heeft het land toch een bloedige geschiedenis achter zich.

Is het huidige Zwitserland een soort “fatsoenlijk rechtse” utopie? Banken en financiële instellingen zijn er groot, de mensen over het algemeen beleefd en aan de conservatieve kant en er lijken geen grote recente sociale schokken te zijn. In Vlaanderen doen Vlaams-nationalisten natuurlijk alsof Zwitserland niet bestaat, omdat het toont dat je in een meertalig land toch succesvol kan samenleven. Ten andere is extreemrechts ook hier groot geworden, met als dieptepunt een brutale campagne van de Zwitserse Volkspartij waarbij op een affiche een wit schaapje een zwart schaapje wegstampt met de achterste poten.

Avondeten doen we terug in Zürich in een wat rare sportbar-achtige keet met eten dat eerder gemicrogolfd lijkt, maar daarom jammer genoeg niet goedkoper. Er speelt aanhoudend pop uit de late jaren ’90. Matthias vindt het er maar niets, maar de dienster is wel enorm vriendelijk en doet me denken aan een jonge zwarte actrice maar ik kan er niet op komen wie. Daarna is het met onze afgejakkerde lijven terug richting hotel om te proberen slapen. De dag erop is Zürich zelf aan de beurt als hoofdmoot van de reis. 

dinsdag 2 januari 2024

Anton in Zwitserland (en Liechtenstein) - Dag 1+2a: Zürich

Mijn broer Matthias woont al 12 jaar in Zwitserland en kwam op het idee om me naar daar te halen tussen Kerst en Nieuw. Ofschoon hij in Genève woont, stelde hij voor om er een city-trip van te maken in en rond Zürich. Ik was enkel ooit nog maar op doorreis geweest door Zürich, op de luchthaven van – ja, lach allemaal maar even – Kloten.
 
De heenreis begint met drie valse noten. De eerste: een oud mens op de bus dat drie (!) plaatsen bezet houdt met zichzelf en haar bagage. De tweede: een familie Aziaten op de trein waarvan de kinderen door elkaar zitten te gamen op maximaal volume. Ik zie zo veel scenario’s waarin ik me nog meer ga ergeren (ze verstaan misschien geen Engels of doen alsof, ze weigeren de vraag of beginnen te discussiëren met mij) dat ik niets zeg en in een tussencompartiment ga zitten. Door de wanden kan ik de gamegeluiden nog altijd horen.

De derde en laatste valse noot: de vlucht is vertraagd en de zon schijnt maximaal door het venster van de gate naar binnen, waardoor ik zit te zweten op een decemberochtend. Ik haat luchthavens. Ze maximaliseren alles wat er mis is in deze kapitalistische hellewereld: de constante oproep tot consumptie van (luxe)producten die je nergens voor nodig hebt, overal veel te fel licht en veel te veel lawaai, mensen die nu eens veel te jachtig zijn en dan weer rondslenteren alsof ze de enige mensen ter wereld zijn en al de rest NPC’s in een videospel, de onderbetaalde medewerkers van de bagagehandelaars en de vliegtuigmaatschappijen en natuurlijk de mega-vervuilende vliegtuigen zelf.

“Maar Anton, je bent toch niet verplicht om op een vliegtuig te gaan zitten?” Ik heb geen auto, een treinreis is trager en duurder en zoals ik wel vaker pleeg te zeggen is ethische consumptie onder kapitalisme simpelweg niet mogelijk.

De vlucht vertrekt uiteindelijk slechts met 25 minuten vertraging en ik kan een genadig dutje doen onderweg. Ik ga slapend naar de Kloten, als het ware. Op de luchthaven moet ik nog een trein nemen naar het centraal station van Zürich, waar Matthias op me wacht. Een vriendelijke oudere medewerker helpt met de juiste trein te kiezen. Hoewel ik hem aanspreek in het Duits, lijkt hij in eerste instantie te denken dat ik Franstalig ben. Het zal niet de laatste keer zijn. Jaren geleden had ik op een vakbeurs in Parijs het omgekeerde voor, met Fransen die aan mijn Frans meenden te horen dat ik een Duitser was.

Hoewel ik de volgende dagen het centraal station van Zürich geregeld zal bezoeken, raak ik er nooit echt volledig aan uit. Het station heeft meer dan 40 (!) sporen en behoort tot de oudste van Europa. Bovendien ben je onmiddellijk in het stadscentrum als je erin slaagt uit te vissen hoe je het labyrintische complex kan verlaten.

Matthias is al redelijk bekend met de stad en gidst me te voet naar ons hotel, een discreet weggestopte viersterrenbedoening in de steegjes van het oude centrum (de straat waar het is heet letterlijk “In Gassen” of “In Steegjes”). Mijn hotelkamer is groot, een beetje te groot voor één persoon zelfs, en op tafel staat een fles spuitwater die elk dag vernieuwd wordt en liggen drie stukken fruit op me te wachten. Er is ook een gigantische flatscreen (die ik nooit zal aanzetten) en een badkamer met zowel inloopdouche als ligbad. Het is er, zoals eigenlijk bijna overal in Zwitserland, heel proper.

Avondeten doen we in Hiltl, wat klinkt als de verre achterneef van een zekere Duitse dictator maar dan met een onfortuinlijk spraakgebrek maar volgens het Guinness World Records-boek het oudste vegetarische restaurant ter wereld is, opgericht in 1897. Het is een smaakvol, klassiek gebouw met op het gelijkvloers een café en buffet en op de bovenverdieping rondom rond het eigenlijke restaurant, dat een hele straathoek inneemt. Omdat ik groggy en moe ben, gewrichtspijn heb en last heb van een vervelende reflux, krijg ik haast geen hap binnen van de nochtans lekkere maaltijd. Matthias eet zijn portie op en wat overblijft van de mijne.

Ik probeer meestal Duits te spreken en mijn vrees komt een beetje uit dat de Zwitsers mij prima verstaan maar ik hen moeilijk tot zelfs helemaal niet. De geschreven standaardtaal van Duitstalig Zwitserland mag dan het standaard Hoogduits zijn (mits een paar uitzonderingen in spelling en woordenschat), de gesproken taal is eigenlijk bijna een andere taal. De meeste Zwitsers spreken echter ook een aardige mond Engels, maar ik wil me niet al te snel laten kennen.

Na het avondeten bespreken we de plannen voor morgen en praten we lang bij, initieel in een guitige cocktail/mocktailbar die naderhand een gay bar blijkt te zijn. Matthias komt niet vaak meer naar België en dat we alleen kunnen spreken zonder een scherm tussen ons is al vele jaren geleden. We hebben er allebei een zwaar jaar op zitten en kijken met gemengde gevoelens uit naar 2024.

Het hotelontbijt de volgende ochtend is niet alleen uitstekend, je kan in ons hotel ontbijten tot de middag, dus eigenlijk gewoon brunchen. Niettemin staan we relatief vroeg op na een voor ons beiden semi-slapeloze nacht. Ik heb altijd al slecht geslapen in bedden die niet de mijne zijn en hotels verergeren dat probleem nog – te warm, te droge lucht, te dikke dekens, te stijve of juist te slappe matrassen of kussens, er is altijd iets. Bovendien ben ik mijn slaappillen vergeten in Gent. De onderbroken slaap is bovendien geplaagd door een type nachtmerrie dat ik de laatste jaren vaak heb. Ik moet er meestal dingen regelen op het werk maar ik kom er maar niet toe omdat ik voortdurend weer andere prioriteiten krijg, noodgevallen moet beantwoorden of me moet verplaatsen naar ruimtes die ik niet vind of in vergaderingen moet zitten waar ik niets weet en de schijn hoog moet houden dat ik toch op de hoogte ben van alles.

Maar het ontbijt dus: er is ruime keuze uit alles, en de hotelmanager komt ons persoonlijk voorzien van koffie of thee. Als hij het al vreemd vind dat ik Duits met hem spreek en mijn broer Engels, laat hij het alleszins niet merken. Mijn reflux is weg dus ik haal ook de schade in door me stevig te goed te doen aan roereieren, spek, toast, versgeperst fruitsap en koffie.

Vandaag is het weer erg helder, dus Matthias stelt voor om de Rigi te bezoeken, een kleine bergketen aan de rand van de Vierwaldstättersee, en meerbepaald de Rigi Kulm, de hoogste piek aldaar met 1797m hoogte. De Vierwaldstättersee vormt het hart van de oorspronkelijke drie Zwitserse kantons Schwyz, Uri en Unterwalden, waarbij vooral de laatste naam klinkt als een duister sprookjesbos waar zich nog trollen schuilhouden de pijlen van trefzekere jagers je om de oren kunnen zoeven. Om de Rigi Kulm te bereiken nemen we eerst de trein naar Luzern (in België beter gekend onder haar Franse naam Lucerne) om de tocht verder te zetten per boot. Trein en boot zijn ontzettend goed op elkaar afgestemd, zo goed dat we de boot bijna missen omdat ik eerst nog dringend op de pot moet, die ook weer wonderlijk proper is. Belgische stations lijken verloederde derdewereldstations uit sloppenwijken vergeleken hiermee.